dichtregels
voorgelezen
op de
derde dinsdag van de maand

home


contact





 

tussen taal en beeld

Op de derde dinsdag van de maand
kiezen een aantal lezers uit hun boekenkast
verweesde dichtbundels.
Onder de platanen van het voormalig weeshuis
aan de Lauriergracht te Amsterdam,
lezen ze op willekeurige bladzijden,
een gedicht aan elkaar voor.



De cultuurgeschiedenis,
door en voor televisie
vereenvoudigd en
van uitleg voorzien


Leo Vroman



Dit is de 10e editie, lees ook:
01. Poézie is een steen
02. Het onderwerp ik
03. Wat nou gevoelige ziel
04. Stilte en geluid bewegend tussen woord en woord
05. Ga nu maar liggen liefste
06. Konijn met rode oren las gedichten achterstevoren
07. Een stoel zoals een stoel wacht /
08..Mijnheer Donselaer zoekt een vrouw
09. Als een boodschap in een fles
10. De cultuurgeschiedenis door en voor televisie
11. Op I. boem sat tere stout I. rouc
12. Afscheid van een eeuw
13. Op deze wijze ontstaat het gedicht

14. 'k Heb de dieren eten gegeven
15. Derde Dinsdag, even weg...

16. Het kan hier als overal
17. Alles op tafel
18. Hoe als je je



DE PREHISTORISCHE
GESCHIEDENIS





Mensapen liepen altijd krom.
Een film vertoont ons goed waarom:
zij begonnen in kapotte
huiden en te kleine grotten
dus keken moeilijk op of om.

Doordat, vermomd met
voorhoofdsharen
die vaak rechtop dienden te staan
de vrouwen zulke griezels waren
keek men ze pas na donker aan.

Niemand kon begrijpelijk praten
want iedereen was nog te hees
van het grommenen en de graten
van het voorwereldlijke vlees.

Alles was nog van graniet.
Men lebberde wat had gelekt.
Het bloed was dus al wel ontdekt
maar het plantenrijk nog niet.

Men plantte niet, maakte geen plannen
Bovendien was men gemeen.
Alleen een paar moderne mannen
schilderden bison op rauwe steen.

Nu wrijft men in de kale handen
en schrijft daarmee zo fijne woorden
dat levenden in verre landen
elkander om een boek vermoorden.

Van de bomen naar de bom
komen wij veel verder om.

Leo Vroman (1915-2014)
Uit: De cultuurgeschiedenis door en voor
televisie vereenvoudigd en van uitleg voorzien.
1984


 

GEEN KLOOS


'Ik ben geboren
uit zonnegloren
'was dat niet Perk of Kloos?
Maar de rest ging verloren
als een van tevoren
al ietwat verlepte roos.

Ik zelf ben getogen
uit onvermogen:
uit een vel, zoals iedereen,
maar na heel wat zorgen,
plagen en pogen
nog altijd vel over been,

en ik wil wel ter ere
van alles creperen
maar duidelijker, met alleen
wat pauwenveren
in plaats van kleren
sierlijk over mij heen.

Leo Vroman (1915-2014)
Uit: Details
1999




SLOOT

Geen bel ontsnapt
zijn keurslijf; het wak
geslagen door een steen
groeit dicht: hij ligt
te hopen op een bui
die hem zijn huid
afstroopt.

Toen je andersom ging liggen
zag ik hoe het gras-meegaand
en begaanbaar gras, dat zelfs
aan vlinders onderkomen biedt
en doortocht aan de zon - nagels
in je lichaam had gekrast.

Mijn om elkaar
geklemde handen
breng ik naar
mijn ogen, om je
te beijken; maar
vóór mijn handen
wijken spring je
op een halm:
krekel ingepalmd
ongrijpbaar.

Willem Jan Otten (1951)

Uit: Het keurslijf
1974

 

TWEE PAUWEN



Rembrandt / Stilleven met pauwen 1639 / Rijksmuseum

Al stak je vroeger met z'n beiden
Elkaar voortdurend naar de kroon
En riep je elk op hoge toon
Dat je jezelf kon onderscheiden
Door trots je veren uit te spreiden
En leek dat telkens wonderschoon,
Toch zien wij dat je doodgewoon
En lelijk kwam te overlijden.

En ondanks al je geldingsdrang
Ben jij inmiddels eeuwenlang
Alleen maar wijd en zijd bekend
Omdat je in je ondergang
Net als je dode concurrent
Met meesterhand geschilderd bent.

Driek van Wissen (1943-2010)
Uit: Lyrisch van Renbrandt
2006




Rembrandt / staand zelfportret 1654 /
Rembrandt-huis Amsterdam


 

DOWEMANSDEUR

Voor dowemansdeur het ek aangeland
op myn eentje
en wat moet ek doen -
as of in die ban van 'n groot misverstand
met jou agteloosheid my versoen?

Liefde gaan met bepaalde gevoelens
gepaard
én met handelinge wat daarby hoort:
wanneer dade opeens tot 'n nulpunt bedaar
duur gevoelens nog vorstelik voort.

Om voor dovemansdeur iets ondoofbaars
te red
luister, ook namens jou, luister ek net.

Elisabeth Eybers (1915-2007)
Uit Tijdverdrijf / Pastime
2013



WAS EK MAAR EEN DIGTER

dan sou ek,
met pen en papier
word vir word mee kon speel
en dan
sou ek de mooiste verse kon skryf
drome bou met woorde
al my penne se ink opgebruik
dan sou ek oor verlange skryf
soete herinneringe skryf
liefde skryf en
sommer net skryf en skryf
en skryf

Fabio Julies
Uit: Zuid Afrikaanse liefdesgedichten



.


REMBRANDT EN DE ENGELEN

Acrostichon

Reik hem de lauwerkrans. De honden huilen
Eeuwen te laat is aan de eer voldaan
Maak 't standbeeld hóog, dat zij het niet bevuilen.
Bijt, blafferts, in uw eigen domheidswaan.
Raak met uw muilen de andere niet aan.
Als overmande mocht hij in haar schuilen.
Nu zal het nageslacht de kunst verstaan
De schilder voor zijn bijslaap in de ruilen.
Sluit Saskia niet uit, de eerste, die
Achter dit jagen door de tijd ontwaakte.
Stierf ook de zoon? Wat leefde in die drie
Kind'ren der fantasie, de trots van wie
In uiterste ootmoed ied're uitvaart wraakte,
Adem van vormen die de schilder maakte?

Simon Vestdijk (1898-1971)
uit: Rembrandt en de Engelen
1956


FAT CITY

Rijke stad
altijd om me heen
met je witte nachten

kind en kraai
verlaat ik
als ik je roepen hoor

daar zijn de meiden
daar zijn de jongens
daar is het altijd bal

geflits van messen
bloed dat gutst
een dealer een toerist

muziek erover
morgen weer een dag
en poen nog zat

op de Geldersekade
daar zit ik snor
tot ik omzak

steeds meer een wrak
kakelend over
vette stad schat

onverstaanbaar romantisch
verheerlijk ik
de nachtschaduw

vette stad
vader en moeder
en graf.

Remco Campert (1929)
Uit: De Stad
2014



HELAAS

Ik dichtte steeds van wat mijn hart
benauwde
maar nimmer sprak ik van mijn diepste
verdriet
Wie menen mocht, dat ik mij gans
ontvouwde,
verraste in mijn dicht de dichter niet.
Helaas! Wat van elkeen gekend wil
wezen
vond nimmer woorden en zal niemand
lezen.

Koos van Doorne
Uit: Verboden stad

1938





ZONDAGMORGEN

Het licht begint te wandelen door het huis
en raakt de dingen aan. Wij eten
ons vroege brood gedoopt in zon.
Je hebt het witte kleed gespreid
en grassen in een glas gezet.
Dit is de dag waarop de arbeid rust.
De handpalm is geopend naar het licht.

Ida Gerhardt (1905-1997)
Uit Getijden van de dag


HET VOLK DAT WANDELT IN HET DUISTER

Het
volk dat wandelt in het duister
zal een groot licht zien, een groot licht.
Hef naar de hemel uw gezicht,
met opheven hoofden luister

Er is een zon voor ons gegeven,
de Zoon van God die koning is,
die 't licht in de duisternis,
de weg, de waarheid en het leven.

En alle, alle mensen samen,
die zullen voor zijn aangezicht
staan zingen in het grote licht.
En Hij kent allen bij hun namen.

J.W.Schulte Nordholt(1920-1995)
Uit: Liedboek






QUADIER


Berendanszaal, berendanszaal
daarvan droomt 's nachts beer kabaal,
'Bommel-salsa, 'k leer het zo
Bolke-polka, Pooh-quick-slow.'


"Waarom" snikte het zebrakind
"ben ik niet vrolijk bont getint
veelkleurig als een papegaai.
mijn streepjescode is zo saai."

"Waarom" snikte het lorrekind
"ben ik opzichtig fel getint.
een zwart-wit streepje staat zo fijn,
wat chique om zebrakind te zijn."






"I Ku Fu No is echt mijn naam
als vlinder in Japan geboren
leuk u te zien, ja aangenaam,
twee maal een voelspriet noemt u oren"



Het lijkkoetspaard vertelde zacht:
"ïk heb Prins Claus laatst weggebracht
vanuit Noordeinde kale wegen,
een mens de hokjesgeest ontstegen"






Koe Flop staat naar het hek te staren,
het slachthuis is niet meer ver weg,
een bestemming vol bezwaren.
Flop hoopt nu zo op autopech.


Annemarie Weggelaar
Uit: Quadier
2004








         
         
 


De boekenwurm

Een boekenwurm uit Loon op Zand
knaagde aan zijn foliant
opgewekt sprak hij, Nothing the Matter
als ik die vetgedrukte letter

regel voor regel kan ontwijken
zal ik snel op een veganiër lijken.

H