dichtregels
voorgelezen
op de
derde dinsdag van de maand

home


contact






 

tussen taal en beeld

Op de derde dinsdag van de maand
kiezen een aantal lezers uit hun boekenkast
verweesde dichtbundels.
Onder de platanen van het voormalig weeshuis
aan de Lauriergracht te Amsterdam,
lezen ze op willekeurige bladzijden,
een gedicht aan elkaar voor.



Op I. boem sat tere stout
I. roec, ende hadde sinen mond
I. case. Dit sag reinaert
Ende sprac aldus ten roeke waert:
"Dine vederen sijn soe scone,
Du mochts boven allen voglen crone
Draghen, hadsdu claren sanc"-
"Bi Gode, ja ic, seidit, "Goddanc."
Doen toendi aldaer sijn luut.
Hi gapede ende die case viel uut.
Den case greep der vos reinaert
Ende liep te sinen hole waert,
Dus sijnre vele te scherne ghedreven
Bi prise, die si hem horen gheven.


Esopos
Middelnederlands 1200-1500


Dit is de 11e editie, lees ook:
01. Poézie is een steen
02. Het onderwerp ik
03. Wat nou gevoelige ziel
04. Stilte en geluid bewegend tussen woord en woord
05. Ga nu maar liggen liefste
06. Konijn met rode oren las gedichten achterstevoren
07. Een stoel zoals een stoel wacht /
08..Mijnheer Donselaer zoekt een vrouw
09. Als een boodschap in een fles
10. De cultuurgeschiedenis door en voor televisie
11. Op I. boem sat tere stout I. rouc
12. Afscheid van een eeuw
13. Op deze wijze ontstaat het gedicht

14. 'k Heb de dieren eten gegeven
15. Derde Dinsdag, even weg...

16. Het kan hier als overal
17. Alles op tafel
18. Hoe als je je



DE RAAF EN DE VOS

Meester de Raaf zat boven in een beukenboom met een stuk kaas in zijn bek.
Meester de Vos die rook dat,
maakte snel wat complimenten:

"Kijk eens aan, beste meneer de Raaf!
Wat zit u daar zo mooi op die tak!
Ik moet zeggen, als uw stem
even mooi is als uw veren,
dan bent u de koning van heel dit bos!"

Toen de raaf dit hoorde was hij trotser dan ooit en opende zijn bek om te zingen.
De buit, het stuk kaas, viel omlaag
en wordt de prooi van de vos.

De vos roept nog: "mijn beste heer en vriend! Begrijp je wel dat een vleier alleen wordt geboren
wanneer hij zegt wat een ander wil horen?
Dat is de les die de kaas u leert!"

Er komt geen antwoord.
Meester de raaf is in de war en beschaamd, zweert bij zichzelf, maar veel te laat,
dat was eens, maar nooit weer.

Uit: Fabels van La Fontaine,
Vertaald door M d'Hane-Scheltema
Hertaald door Henk van Faassen


 

HET KAMELEON

Een kameleon, dat zijn gezichtskring wou
verruimen
en daartoe geen gelegenheid wilde
verzuimen.
kwam eens in Amsterdam op de
Stadhouderskade
en sloeg daar de verkeerslichten gade.
Hij zag het wiss'lend spel van groen en rood
en schrok zich bijna dood
En wankelde en sprak met leed-omfloerste stem:
"Ik ga maar weg, waar is m'n tram?"

O, mensch, zijt gij niet als het kameleon
Die ook dacht, dat hij 't alleen maar kon?!

Annie M.G.Schmidt
(1911-1995)
uit: Toen de dieren nog konden praten


PANTUNS

Kalau
tuan mudik ke hulu
Carikan saya bung kemboja
Kalau tuan mati dahulu
Nantikan saya pintu sorga

Ga je de rivier op de bergen in,
zoek mij dan een kamboja-bloem.
Als jij de eerste bent die sterft,
wacht mij dan op aan de hemelpoort.


Apa guna pasang pelita,
Jika tidak dengan sum bunya
Apa guna bermain mata,
Kalau tidak dengan sungguhnya.

Waarom zou je een lamp aansteken
als die toch zonder pit is...
Waarom zou je met je ogen spelen
als het toch ongemeend is ...

Uit het Maleis vertaald door
Angela Rookmaker & Alfred van der Helm

 

JAGERSLIED

Ik zou een dag uit jagen
al met mijn jachtgeweer.
Ik zou een dag uit jagen
met mijn hoedje met een veer.

Aldus zou ik gaan jagen
gaan jagen op het land.
Toen kwamen er twee haasjes aan,
die beten in mijn hand.

Ik kwam bij mijn jachtpartij
in een diep en donker bos.
Daar werd ik uitgelachen
door een hondsbrutale vos.

Het leven van een jagersman
is beslist geen grap;
vanuit het dichte struikgewas
gaf een hertje me een trap.

Toen kwam er nog een eekhoorn
die trok me aan mijn haar.
Van overal, van overal
loerde het gevaar.

Er kwam een stel fazanten,
dat pikte mijn geweer.
Tegen zoveel overmacht
had ik geen verweer.

'k zit vol blauwe plekken
en hier en daar een bult.
Met wilde woeste dieren
is de natuur gevuld.

Ik ging een dag uit jagen,
maar ik doe het nooit weer.
In een stil en donker hoekje
hangt het hoedje met de veer.

Hans Dorrestein (1940)
Uit: Verre vrienden
1983



 

ALLES WAAR TE VOOR STAAT

Alles waar te voor staat
dat is niet goed

Teneel b.v.
dat is ook helemaal niet goed

Het is toneel


DUIKBRIL

Je was op reis om Olga te vergeten
Een weekje Kreta en een nieuw begin
Natuurlijk had je beter kunnen weten
Maar desondanks je hield de moed erin

Je vond een wijngaard, waar je mocht kamperen
Je kocht een duikbril, en je kocht een krant
Daarna zocht je een rustig stukje strand
En hees je bleke lichaam uit de kleren

Daar stond je, met je snorkel op je hoofd
Gereed om, wat de folder had beloofd
"Een ongekende wereld te ontsluiten"

Maar snel al brak het beeld. Er viel een traan
En nog een traan. Tot in je bril stilaan
Het water net zo hoog rees als erbuiten

Carel Helder




GEEN ZIN IN DICHTEN

Langzamerhand verging mij de zin in dichten.
Mijn enige bezigheid is nu ouderdom.
in een vroeger leven was ik dichter,
een vergissing,
en een vorig bestaan behoorde
aan een schilder toe.
Ik kan gewoontes van toen niet laten
en soms herkennen mensen nij van daar.
Mijn naam en faam benoemen mijn vorig ik
maar mijn hart draagt aan dit alles geen schuld.

DOBBEREND OP HET MEER

Helder is de herfst en ver de hemel,
vooral ver van waar mensen leven.
Ik kijk naar de kraanvogels aan de oever
en ben vervuld van vreugde als ik bergen
achter de wolken zie.
Schemer schildert het kristallen gekabbel.
Zonder haast verschijnt de witte maan.
Vanavond ben ik alleen met mijn roeispaan,
en ik kan doen wat ik wil,
toch aarzel ik, ik wil niet terug.

Wang Wei (701-761)
China, dichter, schilder en beambte.

Twee klassiek-Chinese gedichten
Berustende pozie van oude dichtende Chinezen.
Grenswachters op verre verlaten posten. Verbannen beambten.
Uit de gratie gevallen hovelingen.

Uit: A Book of lummous things, Harcourt Brace & Company.
vertaling uit het engels: Marie-José Balm


P O Ë Z I E P O R N O



MIJN LIEFSTE LIEFDE

Ik kijk naar haar en laat mijn gedachte vrij,
de vrije loop
Zij is zo raakbaar, tastbaar, maar ik doe geen enkele
poging.
Om haar kleur ogen te weten vraag ik het maar.
Groen zegt zij groen/bruin
met pupillen zo groot, als schotels zo groot.
Ik kijk weer naar mijn liefste liefde, mijn liefde liefste.
Ik knijp mijzelf even.
Geloof het of geloof het niet.
maar ik ben wakker, wakker, klaar wakker.

SPIJT

Soms vergist zelfs een dichter zich
Zeldzaam maar werkelijk waar.
Soms vergist zelfs een dichter zich ongelofelijk
Hoor ik hardop de gedachten
van elk en ieder die mij aanhoort
Zo oorverdovend stil kijken ogen, op mij alleen gericht,
met stomheid geslagen aan.
Geloof het of geloof het niet.
Soms, heel soms kan zelfs een dichter zich vergissen.
In die ene, de enige, de ware, de liefde
tot de dood ons scheidt en dan nog duizend jaar verder.
Zeldzaam maar werkelijk, zo waar.
Soms vergist zelfs, zelfs een dichter zich.

De Dakloze Dichter




VADER OP ZOON


We liepen door de duinen
Het was een uur of vier
We zagen de ochtend gloren
We waren verschikkelijk hier

Er werd geen woord gesproken
De stilte was genoeg
We werden opnieuw geboren
We waren in korte broek

M'n vader en ik en m'n vader
We wisten méér dan ooit
Dat we dezelfde waren
En die verandert nooit.

Jules Deelder (1966-2019)
Uit: Vrijwel alle gedichten
2004


VOOR JE HANDEN 25 5 1972

I
n je hoofd kunnen veel dingen tegelijk
Je neemt iets op en laat het vallen
Daar hangt het dan te deinen als een
Doorschijnend kikkervisje wachtend op
verbinding

Dan grijpen ze hun kans, of liever nog
Je sleutels, een half geposte brief
Het deksel van een jampot, jaren later
In een bureaula terug te vinden

Tussen herinneren en vergeten
Leven je handen hun historieloos verhaal
Hoe ze je sleutels in de ijskast kregen
De brief in bed, waaronder maandenlang
Een nagelschaartje op ontdekking wachtte

Handen zijn vrij als wij bezet zijn
Ik kan er uren naar kijken hoe ze
Uit de losse pols en heel voorzichtig
Een vulpen tussen de sigaren leggen

Als dan eindelijk, met veel gekraak
en gekwaak van 'hallo', 'wat ook weer'
de verbinding hersteld je opeens
aan de grond staat genageld
vind ik jou op je mooist
En je handen.

J.Bernlef (1937-2012)

Uit: Brits
1974


WINTERPARK

Pas op we zijn gevangen in de schijn!
Kijk, hoe boosaardig dit is:
het park dat veel te wit is
om nog reëel te zijn,
waarin de vijver met een ijsblauw oog
aan 't blinken is! En kijk, mijn vriend, hoe hoog
De hemel is vannacht en hoe de maan,
die ons in deze wintertuin ziet staan,
Met een vileine glimlach wil beginnen
ons in haar maangedachten in te spinnen
totdat wij wit en stil zijn als haar eigen
maankinderen en zu stupide zwijgen.
Breek de betovering van sneeuw
en schreeuw!

Het is te laat, wij kunnen niets meer doen.
We zijn twee beelden in het stadsplantsoen.

Annie M.G. Schmidt (1911-1995)
Uit: Die van die van U
2014






VORMEN VAN GEKTE

een gebedje
op je knietjes
bij je bedje
is een vorm van gekte

'het mooie handje'
is een vorm van gekte
'met twee woorden'
ook

rijden is een vorm van gekte
stilstaan ook

een verzameling
beginnen
is een vorm van gekte

praten tegen poezen
is een vorm van gekte
tegen leguanen ook

trouwen
is een vorm van gekte
wantrouwen ook

niet vergeten
is een vorm van gekte

gekkenhuizen
zijn een gekke vorm
van gekte tralies ook

zwemmen is een heerlijk
wonderlijke
vorm van gekte
drijven ook
'alles ervoor over hebben'
is een vaste
vorm van gekte
vasten ook

hopen
is een vorm van gekte
wanhoop ook

balanceren
is een vorm van gekte
zwalken ook

voor de oude dag
bewaren
is een vorm van gekte
sparen ook

wonderdokters frequenteren
is een vorm van gekte
frequenteren so wie so

eigen keuze
is een vorm van gekte
zelf bedenken ook

wennen is een vorm
van slijten

eigendom
een vorm
van gekte

haastgevoel
een vorm van gekte
haast als haasten
meestal ook

kletsnat is geen
vorm van gekte
vochtig wel

Judith Herzberg (1934)
Uit: Vormen van Gekte
2018


PARTIJTJE

Boven je hoofd koepelt het zwarte donker
van de waringinboom, beangstigend
somber,
als zit het er vol gandroewo's en
poentianaks.
Het griezelt gezellig als de bladeren in hun
gekartelde schaduwen een gezicht vormen tegen
het lichtblauw van de sterren besproeide
hemel.

Je ziet elkaar nauwelijks maar hoort elkaars
stemmen vol en luid als kwamen die beter uit
nu de gezichten in het donker bleven,

als de doek
waarmee je bord was afgelapt, zo onbestemd
van kleur dat het al dagenlang gebruikt was.
Je kwam om te eten en daarmee uit.

Zo klein was de stad dat alle Hollands
sprekenden

elkaar kenden. Ze vertelden elkaar in geuren
en kleuren van de feesten, welke kabaja
een mevrouw op die en die dag aanhad,
de orchideeën waren speciaal besteldd
en een geschenken!!


Je snakte naar de frisse sfeer van vrienden
om je heen
onder de waringinboom, waar het zwarte
donker
boven je hoofd koepelt. waar het gezellig
griezelt.

Soewarsih Djojopoespito
Uit: Buiten het gareel
1940


OP DE SALAK *)

't Is zoeter hier zijn Maker luid te loven,
't Gebed klinkt schoon langs berg- en heuvelrij...
Veel meer dan ginds rijst hier het hart naar boven;
Men is zijn God op bergen meer nabij!

Hier schiep Hijzelf altaar en tempelkoren,
Nog door geen tred van 's mensenvoet ontwijd;
Hier doet Hij zich in 't raat'lend onweer horen...
En rollend roept Zijn donder: Majesteit!

Multatuli
Eduard Douwes Dekker (1820-1887)

Uit: De gedichten van Multatuli
1985

*) Salak is een berg op West Java










INTUSSEN (1)

werd in je gedicht wakker ik wilde mijn bed kleiner
maken mijn huis groter maken mijn straat kleiner
maken mijn buurt groter maken mijn stad kleiner
maken mijn continent groter maken ik maakte je zee
kleiner ik maakte je geschiedenis groter ik groef je
pleinen uit ik groef je torens uit ik groef je liefde uit
toen ik wakker werd in je gedicht stuurde je oorlog
uit eens begroef je de woeste planeet

wat begon als vernietiging eindigde als besluit op
die dag werd het nacht zoals in ruïne decor woorden
muur steen bijl wig boom klauw kozijn karkas vlam
voetbalschoen poppies blow kinderfiets verleden
tijd breken brak van dood zo veel weten als van leer
poriën lymfesystemen luchtwegen rolstoelen
draadnagel katrol knopen touwen schermen vooruit
rennen glijden vallen emmers stukjes stembanden
trommelvliezen

scharen demonen flarden silhouetten schutkleuren
schaduwen bivakmuts schoenveter buigen
lantarenpaal wegzakken krombuigen uit evenwicht
raken pressie geen middelen lobby's geen
grondstoffen stilte van voorherschikken waar nergens een plan in past maar tot nieuwe orde roepen wel
niet meer rangschikken uitfaden terugrennen kleurfilter camera wijd open
steady eyes wegrennen opkijken verschroeiende vingers je onvaste gezichten



LEARN MORE (1)

vragen om een offer is naar het gewicht vragen
van een berg
aan wie wil weten waarom de rivier ineens
rood kleurt punt

tussen mijn hersenhelften 'schaap en wolf' snijdt de
tijd mijn oorlog op maat geef me een code waarmee
ik het dier herken

op de radar schaap links wolf rechts gevoelige
informatie versus
breekpunten til de maskers op sla het offer over
keer de berg


HOEVEEL LANDSCHAP

Hoeveel landschap gaat er in een hoofd
Hoe maakt een uitzicht zich onthoudbaar
Hoe liep je langs, zag boom na boom
Hoe wilde je je inprenten, je dwang
Hoe te herinneren, stampte, als vroeger
tafels van vermenigvuldiging
Hoe je Schwere Wrter tot je nam

Hoe vergezichten overrompeld
Hoe kieskeurig het onthouden
Hoe onthouden zich onttrekt
Hoe het aan je wil ontglipt
Hoe je niettemin beslist
Hoe je dit nooit zult vergeten
Hoe dan blijkt dat het vervaagt
Hoe kalenders zelf vertellen
Hoe herinneren verjaart.


Ghayath Almadhoun (1979)
& Anne Vegter (1958)
Uit: Ik hier jij daar










         
                 
 




 


FABELS

Toen de dieren nog spraken werden ze door de dichters gebruikt om wijze lessen te verkondigen.
Het is niet te achterhalen waar de bronnen van de fabels liggen.
Er bestaan vertalingen van fabels uit Indische, Perzische, Arabische en Griekse bronnen.
Via het Sanskriet, Latijn en het Frans zijn ze in het
Middelnederlands terecht gekomen.

Esopus geldt als de belangrijkste auteur en
verzamelaar van Griekse fabels 300 vChr.
De Vos Reinaerde was anno 1800 het Nederlandse taalgebied ingeslopen.
Jean de La Fontaine
verzamelde en schreef tussen 1668 en 1694 de meeste fabels die daarop ook door Nederlandse vertalers geschreven zijn.
Ieder had zo zijn eigen moralistische stijl.
Joost van den Vondel zegt in zijn 'Warande der dieren'
"Daer en is bynae geene saeke die yemant mocht overkomen of men vindt daer inne stoffe, 't zy ter leeringe of ter waarschouwinhe voorgestelt"

 


PANTUN

Een pantun is een oraal volksgedicht
uit het Maleise taalgebied.
Ze lijken in principe wat op een kwatrijn:
vier regels met in iedere regel vier woorden
en elk woord heeft twee lettergrepen.
Wat klank betreft is het gelukt als regel n en
regel drie, wat klank betreft, een soort rijmklank
hebben en als twee en vier dat ook doen.

Als er een feest is gaat het hele dorp spontaan
aan het dichten.
Ze bevatten vaak onnette minnedichten waar de priesters zich dan weer aan storen.
In hun sampans varen ze in de maneschijn en verklaren ze elkaar met begeleiding van
tamboerijnen de liefde.

Echte dichters schrijven geen pantun
maar er zijn er wel een aantal in de Indonesische literatuur bewaard gebleven.
Onder andere van Amir Hamzah, Situmorang en Bachri.