dichtregels
op de
derde dinsdag van de maand

home

contact




Twee dichters, F.Starik en Menno Wigman,
fietsen op de begraafplaats Sint Barbara in Amsterdam
om gedichten voor te lezen bij een eenzame uitvaart.
Dichters schrijven voor iedere begrafenis een passend gedicht
Foto Peter H Toxopeus

 

tussen taal en beeld

Op de derde dinsdag van de maand
kiezen een aantal lezers uit hun boekenkast
verweesde dichtbundels.
In deze tijd van afzondering zijn die gedichten
per post verzonden.



HET KAN HIER ZOALS OVERAL

In Memoriam J. W. H. – 31 juli 1947 – ca. 16 augustus 2017

Ik heb vanochtend voor je huis gestaan.
We deelden jarenlang dezelfde buurt.
Dezelfde wolken prijkten voor je raam.
We namen geld op uit dezelfde muur
en leefden even scheef als mensenschuw.

Geen spoor meer van de lakens voor je raam
of van dat briefje met die vrouwennaam.
´Daniëlle, ik hou van je.´ Weggegrist.
– Je was de oudste van negen. ‘Een vreemde eend’,
maar zo begaafd. Een vader bij de marine

die naar Indië werd uitgezonden, later in Australië
zijn vrouw opliep, gewonden op zijn netvlies,
het hield niet stand. Je jeugd bij pleeggezinnen,
de zieke adem van een internaat. En toch,
toch wist ook jij een vrouw te vinden.

Laat ik hier niet over je zoon beginnen.
Wat is er in het licht niet allemaal mislukt?
Ik loop naar huis, begeef me naar het raam
en zie de nu al jaren geblindeerde ramen
aan de overkant. Het kan hier zoals overal.

Dat je mag rusten in een nieuw heelal.

Menno Wigman (1966-2018)

Dichter van dienst: Eenzame uitvaart nummer 220
Begraafplaats St. Barbara, dinsdag 29 augustus, 2017, 10.30 uur


Dit is de 16e editie, lees ook:
01. Poézie is een steen
02. Het onderwerp ik
03. Wat nou gevoelige ziel
04. Stilte en geluid bewegend tussen woord en woord
05. Ga nu maar liggen liefste
06. Konijn met rode oren las gedichten achterstevoren
07. Een stoel zoals een stoel wacht /
08..Mijnheer Donselaer zoekt een vrouw
09. Als een boodschap in een fles
10. De cultuurgeschiedenis door en voor televisie
11. Op I. boem sat tere stout I. rouc
12. Afscheid van een eeuw
13. Op deze wijze ontstaat het gedicht

14. 'k Heb de dieren eten gegeven
15. Derde Dinsdag, even weg...

16. Het kan hier als overal
17. Alles op tafel
18. Hoe als je je






F.Starik / Stadsdichter, opent op 20 juni 2010
de gedichtenmiddag Poezie onder de Platanen

 

KLEIN LEVEN

Wat als je rijk bent
en het kan je niks schelen.
Wat als je rijk bent
en gewoon in het buurtje blijft wonen
waar niemand weet
wat er bij jou te halen zou wezen.
Klein leven.
Iemand met een bivakmuts,
gerinkel van glas, paniek:
het is je jaar na jaar bespaard gebleven
in dat eenvoudige benedenhuis
terwijl je overal had kunnen leven.
Geen overdreven chique dingen eten,
geen jacht, geen villa met een hek
om de mogelijkheden die mogelijkheden
zijn gebleven,
gewoon, klein leven.
Niet ten volle, maar tot het magere einde toe.
Geluk is een afwezigheid, een gebrek
aan een gebrek, de zekerheid van het genoeg.
En ten slotte: niemand om het weg te geven.
Dat kleine, stille leven moe.

F. Starik (1958-2018)

Uit: Dichter van dienst over De eenzame uitvaart
Dichter van dienst voor de Eenzame uitvaart nummer 227
Sint Barbara, 2018 te Amsterdam. 
Uitg. Nieuw Amsterdam, 2019 



 

AARDE, WEES NIET STRENG

Aarde, hier komt een eerzaam lichaam aan
waarin een koninklijke zon is opgegaan.
Achter de ogen scheen een zomermaand,
het middenrif liep vol zacht avondlicht
en bij de hartstreek rees een tovermaan.

De handen voelden water, streelden dieren,
de voeten kusten stranden, kusten steen.
Inzicht, er sloop vreemd inzicht in het hoofd,
de tong werd scherp,
er huisden vuisten in de vingers,
de hand bevocht brood, geld, liefde, licht.

Je kunt er heel wat boeken over lezen.
Je kunt er zelf een schrijven.
Aarde, wees niet streng voor deze man
die honderd sleutels had,
nu zonder reiskompas een pad aftast
en hier zijn eerste nacht doorbrengt.

Menno Wigman (1966-2018)

Uit: Slordig met geluk, gedichten,
Dichter van dienst voor de 144ste eenzame uitvaart, Sint Barbara, 2012 te Amsterdam. Uitg. Prometheus Amsterdam, 2016,

 

DE TREK

's Avonds gezeten op een hek
zag ik het naadren van een trek.
Op stille hoeven, zonder geluid,
draafden vier ezeltjes vooruit.
Een zwarte bok met een lange baard
volgde slordig en bedaard
een troep verkleurde, maagre geiten.
Het twee-wielig wagentje reed achteraan
de paarden bleven gedurig staan
om driftig achterom te bijten -
en op de wagen een zwarte vrouw
met twee stil-starende kleine zonen.
Hun hoofden draaiden om naar mij,
zo reden ze zwijgzaam en licht voorbij,
zo rustig, haveloos en vrij......
Ik keek hen na; ik dacht, ik wou
zo rustig zijn en nergens wonen.

M. Vasalis (1909-1998)

Uit: Gedichten
Uitg. Van Oorschot 1998


INSPECTIE BIJ AANKOMST

grofweg 1 meter 70 als het meetinstrument
de haren omlaag duwt
veerkrachtig haar (fijn, krullend, her en der stug,
veranderlijk, dorstig)
voorhoofd: onnadrukkelijk wenkbrauwen: zwart
iets doorlopend
wimpers: niet geteld ze zijn er, ze zijn donker
ogen: groot, donkerbruin, nadrukkelijk aanwezig
zo ook neus: nadrukkelijk etnisch lippen:
pruilen nauwelijks, mondhoeken met enige
regelmaat omhoog
gebit: licht beschadigd door bijten op harde
objecten, verstandskiezen met geweld
verwijderd
tong: beschadigd, geeft de liefde de schuld
kin: afhankelijk van kijkhoek enkelvoudig
hals: intact
schouders: hard
rug: belast
sleutelbeen: onnadrukkelijk
borsten: onder de afdrukken van woeste
mensenhanden
geen zichtbare schade
moedervlekken: spuug van god
buik: bol van belofte, zit geen kind in
billen: relatief rond minder massa dan de
bloedlijn doet verwachten
bekken waarin het spookt
heupen: breed benen: gespierd
wegens krijgsverrichtingen
voeten: plat, raken altijd de grond
armen:
zwaar onthand



Radna Fabias

Uit: Habitus
Uitg. De Arbeiderspers



VERWARRING

Het ik dwingt met de vingertoppen
van een engel
mijn geest levert zich uit aan de
logica der goden
zal ik mijn mond dicht houden
om te sterven als de dapperste
van de deemoedigen
of zal ik mijn mond opendoen
en leven als de deemoedigste
van de dapperen?

Mohamed Daoudi 1974

Uit: Stemmen onder water 1995
Uitg. El Hizjra

           

GEVLEKTE PRACHT

Glorie zij God voor bontigheid,
voor hemelen, marmerend als koeiehuid;
voor bloemsproetjes uitgestippeld op vlugge forellen;
vers vonkgepoft kastanje-herfstlicht; vinkvlerk; wijd
landschap siergekaveld: eg-ploeg-braak geruit;
en alle beroepen, hun gerei, tuig, toestellen.

Ieder net ander, zeldzaam, eigenaardig ding;
alles wat grillig uitschift (en wie weet hoe uit?)
in snel, sloom; zoet, zuur; hel, gedoofd;
Hij vadert voort boven verandering:

Hij zij geloofd.



Gerard Manley Hopkins
(1844-1889)

Uit: het Liedboek

 

MOMENT

Zo had het moeten blijven:
Jij 28 jaar en gehaast.
Ik die je de weg wees
naar het station.

En dat ik daarna koffie dronk,
me afvroeg of je de trein haalde.
Jij die geen tijd had om te denken:
vriendelijke man.

Maar liefde moest zonodig zoet in het eten gooien,

Koenraad Goudeseune (1965)

Uit: Jou willen is je missen
'Samengesteld en ingeleid door
Marjolein de Vos

 

BIJNA DERTIG

Nee, die juli bracht bepaald geen
revolutie in mijn bed. Hoe de zomer
zich ook gaf, het leek te laat om nog
een nieuwe hartstocht op te lopen.

Dus dook ik onder voor het zwermen
van de lust en heulde vrolijk
met de slaap. Bijna dertig, dacht ik,
wordt mij toch iets helder. En ik zag
hoe alle parken overbloeiden,
hoe de hitte uit de hemel sloeg,

hoe de horde joeg op ander bloed
en zich vergrijpen wilde aan
een nieuwe levensgloed. En ik zag af.
Versliep de revolutie in mijn bed.
Vergat alvast te leven.


Menno Wigman
(1966-2018)

Uit: Zomerrs stinken alle steden

Uitg. Bert Bakker 1996


*

Een vooravond zoals het hoort.
Binnen is het niet minder aangenaam
dan buiten. Ik denk aan weinig,

aan niets in het bijzonder.

Weer wordt het nu. Het is nu al bijna
geen vooravond meer. Spoedig is het

donker: dan doe ik mijn bureaulamp
aan. Geweest - veertien dagen
na de langste dag. Nog genoeg
blanco papier. Later word ik
dronken dan vroeger.

Hans Faverey (1933-1990)

Uit: Verzamelde gedichten
De Bezige Bij 1996

 

ZOMERAVOND

Windveren schrijven
lichtvoetige taal,
een kwinkslag
bij heldere hemel.

Eind juni, het wordt
niet meer donker, de dagen
bereiken elkaar.

De wind staat hoog,
hij blaast mijn gedachten,
woorden
waaien als duinzand op.

Ten overvloede
de zee, een golvend schrift,
bruisend van zinnen.

Het tuimelen
van de taal
houdt mij gaande
en bereikt de einder.

Jaap Zijlstra

Uit: Nachtval
De Prom 2000

 

DE ZOMER
KAN ME GESTOLEN WORDEN II


De zomer kan me gestolen worden.
De ramen open op het gekkenhuis
Der wereld. Het knarsend etsgeluid
Van het geschreven woord. Een nagel krast
Het marmer tot wit stof. Het gouden kalf
Verdrinkt in schuimend biest van de
profeet.
'Gij zult geen andere goden!'
Kalm nou maar,
De sleet zit in de baard van kemelhaar.
Een korte broek geeft brandnetels een
kans,
Een zinken teil vol ranja lest de dorst
Beter dan alle kruiswoorden op spons.
Er loopt een lichtval van woestijnzand
Vanaf het doopvont van bebeitste
vroomheid
Naar de verveling van het schaduwdal.

Jan Wolkers

Uit Jaargetijden
De Bezige Bij 2000


CORONA-POËZIE

"Als die venijnige/
ijzerenheinige/
virusjes die je niet ziet/
als die rond-hoppende/
in de war schoppende/
piepkleine stukjes verdriet/
weg zullen kwijnen/
en daarna verdwijnen/
dat nergens nog en overschiet/
dan zal ik je kussen/
maar ja, ondertussen/
doe ik dat maar niet."

Joke van Leeuwen
2020

In: DICHTER, tijdschrift met pozie
voor kinderen van 6 tot 106

 

LATENTO

Nu wij stilaan voor elkaar vervagen,
zinkend in de armen van de tijd,
rest ons slechts wat schamel praten
op de tak van tederheid.

Niets van dit alles wil ik nog
bewaren:
het zacht gestamel van je bloed,
het waanzinnig lichte ademhalen

van de vogels in je schoot, je handen
als gebroken eierschalen, trillend
in de broedplaats van de dood.

De veerman kijkt en wacht.
Hij heeft het touw reeds losgelaten.
Onwennig is het lopen langs de
paden
op de hoefslag van de nacht.

Gerda de Preter
2000

Uit: 'Volmaakte aanwezigheid, volmaakt gemis'

 

DAGLICHT

Uit chaos van lakens en
voorgevoel opgestaan, gordijnen
open, de radio aan, was
plotseling Scarlatti
heel helder te verstaan:
Nu alles is zoals het is geworden,
nu alles is zoals het is
komt het, hoewel, misschien
hoewel, tenslotte nog in orde.

Judith Herzberg


Uit: Zeepost
Uitg. G.A. van Oorschot

1964


'IK HEB NOOIT

ik heb nooit iets anders getracht dan dit:
het zacht maken van stenen
het vuur maken uit water
het regen maken uit dorst

ondertussen beet de kou mij
was de zon een dag vol wespen
was het brood zout of zoet
en de nacht zwart naar behoren
of wit van onwetendheid

soms verwarde ik mij met mijn schaduw
zoals men het woord met het woord kan verwarren
het karkas met het lichaam
vaak waren de dagen en de nacht eender gekleurd

en zonder tranen, en doof

maar nooit iets anders dan dit:
het zacht maken van de stenen
het vuur maken uit water
het regen maken uit dorst

het regent ik drink ik heb dorst

Gerrit Kouwenaar (1929-2014)



Uit: Vijf 5-tigers
De Bezige Bij
1958

 

NACHT

's Nachts langs wolkengebouwen
en hun laatste terras van maanlicht,
de droom van verboden reizen,
een poort, altijd gesloten,
nu halfopen, het gevaar van een ander
leven, een gedicht

van een omgekeerd bestaan,
waarin de dood geen zeis heeft,
een minnaar is op gouden hoeven
die je borsten streelt
en het tapijt van de sterren uitrolt
voor jou om op te liggen.

Licht overal, tot op de tanden
van het roofdier, op de nagels
van de moordenaar en het glanzend mes
dat het laatste woord schrijft,
vuur, en dan met je ogen van niemand
zien zonder ooit nog een einde,

zien wie je was.

Cees Nooteboom (1933)

Uit: Licht overal
De Bezige Bij
2012










5-tigers
Remco Campert,
Jan G. Elburg,
Gerrit Kouwenaar,
Lucebert,
Bert Schierbeek

 

STRANDSCHAP





Sybren Polet
(1924-2015)

Uit: Luchtwegen Nergenswind
Wereldbibliothkeek 2003

opgenomen in: Op 't duin


 
 

 
 

 
 
           
 






 



ZOMER

Het land is warm.
De weg is wit.

Het duin is leeg.
De zee is stil.

De zon is grijs.
De dag is heel.


Gerrit Krol