dichtregels
op de
derde dinsdag van de maand

contact


Graffiti Lijnbaansgracht hoek Lijnbaansstraat
/ A.W.2013







 

tussen taal en beeld








..
hoe
als je je
met zorgeloosheid
kan omringen
..en dat dat
..je ruimte
....was


Bert Schierbeek
Gelezen in het portiek Laurierstraat 83 Amsterdam

..Hoe groot
moet een eiland zijn
om vasteland
..te heten?


Dorien de Wit
Granate #pods
Gelezen op een tegel bij het Marnixbad, Amsterdam


Dit is de 18e editie, lees ook:
01. Poézie is een steen
02. Het onderwerp ik
03. Wat nou gevoelige ziel
04. Stilte en geluid bewegend tussen woord en woord
05. Ga nu maar liggen liefste
06. Konijn met rode oren las gedichten achterstevoren
07. Een stoel zoals een stoel wacht /
08..Mijnheer Donselaer zoekt een vrouw
09. Als een boodschap in een fles
10. De cultuurgeschiedenis door en voor televisie
11. Op I. boem sat tere stout I. rouc
12. Afscheid van een eeuw
13. Op deze wijze ontstaat het gedicht

14. 'k Heb de dieren eten gegeven
15. Derde Dinsdag, even weg...

16. Het kan hier als overal
17. Alles op tafel
18. Hoe als je je



 
       
 
 

ZOMERSTOELEN

De zomerstoelen waarin wij nog kortgeleden zaten
staan zo geschikt alsof ze bij het opstaan
weggeschoven door ons zijn verlaten.
Het riet kraakte, niet meer van ons, maar van
de najaarsregens en de zittingen vergaarden
om zich toe te dekken blad dat
daar zelf in een vluchtpoging belandde.
Weerloze hoek is het, die geen beschutting
aan zichzelf kan bieden en,
niet voor de overwintering gemaakt,
ook geen verlichting geven zal aan anderen,
noch aan degene die hem plaatste.

O pijnlijk is het, onverdraaglijk,
het weinig zichtbare verschil dat soms bestaat
tussen de dierbaarste momenten en de desolaatste.

Elly de Waard
Uit: Afstand 1978
Uitgeverij: De Harmonie



STOELEGEDICHT





Op een basisschool in Odoorn
hebben kinderen gedichten geschreven
over stoelen. .
Om te beginnen hebben ze er een stapel van gemaakt.


 

ILLEGAAL

Hun huid geschramd
aan prikkeldraad en scherven
hun ziel gekneusd
hun vlees gekooid
verscheurd

van kamp naar kamp
in niemandsland
zelfs niet vogelvrij.

Patricia Lasoen
Uit: Vrede is eten met muziek
Uitg.: Van Gennep 2005

 

FIETS

Er gaat niets boven de fiets
niets
ik trap en stuur, hij doet de rest
het staaltje van vernuft baant je 'n weg
van pad naar straat en gracht door steeg en smog
slalomt tussen overdadig lawaaiig blik

samen tart je 't oude tijd- en ruimtespel en wint
trotseert motoren, ontwijkt brommende mede-soorten
en geniet van de vrijheid, van de eenvoud en
uitgekiende efficiëntie van 't stalen ros dat
al je zintuigen openstaan, je ziet en hoort zo helder
als eksters, niks glas, scherm of cabine

buiten is alles echt en waar, buiten raakt
je ruikt en proeft onopgesmukt, je voelt
't vege lijf, kwetsbaarheid en eigen kracht
tussen de mammoeten en dinosauriërs van deze tijd
met hun niets ontziende fossiele uitlaatgassen
nu en dan voel je wat lente

de zachte briesjes op je huid, de zon en warmte
of juist zo'n tegenvallende snijdende wind
je danst hoe dan ook het eerlijke nobele ritme
met de passen van je onschuld op twee wielen
jij leidt, hij volgt en je hart zegt dat het klopt
evenals 't geld in je zak, je brave raddraaier zingt 't:

'er gaat niets boven de fiets
niets'
je geeft een belletje als het moet, een lichtje als je wil
fluitconcerten ten beste en verzuimt niet je partner in pret
al is 't 'n Mokums barrel, als 'ie uitrust
op slot te zetten.

Tineke Slats 2013
Uit: A'dam ademt
Uitg.: eigen beheer


 
 

LAZARUS

Lazarus dronk zich iedere dag zat aan wijn.
Iedereen zei: Lazarus is een waardeloze vent,
Zo dat Lazarus niet in een bed,
of zelfs in een hooiberg sliep,
maar onder de tafel,
tussen de gebroken kruiken
en korsten brood,
tussen de ratten.

Wat gebeurde dan de volgende dag?
vroeg ik haar,
Dan stond hij weer op, zei ze

Merik van der Torren


 

BOOMKABOUTER



Er was eens een boomkabouter
Hij woonde zoals alle boomkabouters.
in een boom
Bijzonder aan die boom was
dat die evenveel bladeren had
als de boomkabouter oud was.
Op de dag van zijn verjaardag
viel er een blad van de boom.

Dat geeft te denken.

O.H.

 
 
     

ONGELETTERD

Laten we wijs zijn laten
we nu en dan het verstand verliezen
want het bloed gaat langs ongenummerde wegen
en het hart is niet eetbaar dan voor op de tong
voor ongeletterde tanden

sluit daarom je ogen beveel ons in beelden
een handpalm drukt op de huid
zeldzame primitieve prenten af:
een mond die gulzig van de zon eet
ogen die een ketting van kometen rijgen

laten we wijs zijn laten
we nu en dan het verstand verliezen
voor lippen bloeiende verrassing
van een japanse wonderschelp

en voor het zingen zonder stem
als dansen
op elastische voeten van vuur.

Ellen Warmond
Uit: Het struisvogelreservaat, 1963
Uig. Querido

 
 

DENKEND OVER GOD EN MIJ

Als ik God zeg dan bedoel ik niet
al de bomen met hun hoofd omhoog,
en de zon niet met zijn gouden oog,
en de hemel niet en het verschiet,

en niet binnen in het warme gevoel
als ik aan de grens des levens sta,
en het duister niet waarin ik ga
God, ik weet niet wat ik bedoel.

Ik bedoel, want eindeloos probeer
ik te zeggen wat ik zeggen wil,
ik bedoel een licht dat niet bestaat,

ik bedoel het goddelijk gelaat
dat onzichtbaar is, de stem zo stil
dat ik hem niet hoor als ik hem eer.

Jan Willem Schulte Nordholt

Uit: Liedboek




 
 



Als een letter zijn omlijning verlaat,
klank wordt en in een trilling voortgaat,
niet meer terugkomt,
of zich toont als de letter die vastligt
dan is er leven
in een ademtocht,

Annemarie Weggelaar
2007

 
   



En de zon scheen
tussen de regels door
zomaar
ineens
schijnt de zon
voor mij
in woorden
door de wolken heen
op de tegels van een stoep
tussen de pootjes van de poes
in mijn spinnewebbenhart
licht op:
U, die mijn leven niet moe wordt.

Annemarie Weggelaar
Uit: In de buurt van God
gedichten uit buurt, school en kerk.
Jacobuskapel Amsterdam juni 2003

   
             
 

GEDICHTEN VAN SHIDE

1.
Je hebt op deze wereld een soort mensen
Dat zich met alles steeds bemoeien moet.
De hele dag zijn ze op straat te vinden
En altijd hangen ze in kroegen rond.
Ze zijn bij elke akte de getuigen
En brengen graag partijen tot elkaar.
Maar komen er een keertje moeilijkheden,
dan ligt de schuld daarvoor geheel bij jullie.

2.
Je pleegt het kwaad achter gesloten deuren
En denkt de hellestraf zo te ontlopen
Maar door de knechten van 't Bureau voor zonde
Wordt het gerapporteerd aan koning Yama.
Al word je niet gezoden in de ketel,
Dan word je wel gelegd op 't bed van ijzer.
Ze tolereren daar geen remplaanten,
Van eigen lusten draag je zelf de lasten.

3.
Zelfs apen laten zich nog onderwijzen,
Zou dan niet een mens zich niet ten volle geven?
Zakte de voorste wagen in een kuil,
Dan kiest toch die daarna een ander spoor!
Wanneer jedit zelfs niet beseffen kunt,
Worden je kwade zonden straks je dood.
Al was je hier gekomen als een raksha,
Bekeerd was je meteen een boddhissatva!

 



4.
Veel monniken, in strijd met hun gelofte,
Drinken toch wijn en eten vlees, met liefde.
Ze waren voor de hemel voorbestemd
En zullen zinken in de diepste hel.
Ze reciteren een paar stukken soetra
En zetten zo de kleine luiden af.
Ze vatten niet dat door die kleine luiden
Nog heel wat degelijker wordt gedacht.

5.
Ook mijn gedichten zijn toch echt gedichten
Al noemen sommigen ze dan wel gatha's.
Het komt op het nauwkeurig lezen aan.
Je moet er alle tijd voor willen nemen,
Niet denken dat het je wel aan komt waaien.
Wanneer je zo je zou gaan oefenen,
Dan was dat toch volkomen ridicuul!

6.
Ik zie dat mensen hier in deze wereld
Het stuk voor stuk altijd op alles zetten
En als ze op een ochtend plots'ling sterven,
Dan krijgen ze alleen een strookje grond:
't Is vier voet breed,
Twee meter lang.
Als jij daar uit kunt komen om hem op te zetten,
Dan schenk ik jou de steen op't graf!


 



7.
Gedichten van Hanshan in huis te hebben
Is beter dan dat jij de soetra's leest.
En staan ze op je kamerscherm geschreven,
Lees ze van tijd tot tijd dan ook eens over.


EEN GEDICHT VAN FENGGAN

Ondat er eigenlijk niets is,
Is er geen stof om weg te vegen
En als je dat eenmaal begrijpt,
Hoef je niet stokstijf stil te zitten.

Uit:
Hanshan
Gedichten van de Koude Berg
Zen-poëzie
Vertaling: W.L.Idema
Uitg. De Arbeiderspers 1977

De Han-dynastie: 206 v.Chr. tot 220 n.Chr
 

 
 

HENDRIK VAN VELDEKE

Man selt al vr wr
Nu manic jr,
Diu wip hazzen grwez hr,
Daz ist mir swr
.....Und ist misseprîs,
.....Diu lieber habet ir ams
.....Tump danne wis.

Diu m noch diu min,
Daz ich gr bin,
Ich hazzen an wiben kranken sin,
Daz niuwez zin
.....Nement vr altez golt.
.....Si jehent, si sin den jungen holt
.....Durch ungedolt.

***

Men houdt voor waar,
nu al menig jaar,
dat vrouwen grijs haar haten
Dat valt mij zwaar,
.....en strekt hen tot schande
.....die hun minnaar liever dwaas
.....hebben dan wijs.

Of ik nu meer
of minder grijs ben,
ik haat bij vrouwen zwak verstand,
dat nieuw tin
.....verkiest boven oud goud.
.....Ze geven toe op jong te vallen,
.....uit
ongeduld.

Vertaling: Gerrit Komrij
Uit: Hebban olla vogala
de mooiste liefdesgedichten uit de
middeleeuwen

Uitg. Bert Bakker 2002

 

OCTOBER

In dit gebenedijde jaargetijde
is alles elk jaar weer als nooit voorheen;
wat nu begint en wat al lang verdween
valt niet meer van elkaar te onderscheiden.

Met allen die ik liefhad om mij heen
zie ik mij door voorbije lanen schrijden.
Ik voel de jaren omgekeerd verglijden
en schop de natte bladeren uiteen.

Ik kon als kind mijn ogen niet geloven,
zo was ik al voor elk geluk beducht,

maar wat het leven meenam in zijn vlucht,
dit mocht het mij nog altijd niet ontroven:

de bomen in october, en daarboven
de zwermen in de eindeloze lucht.

Jean Pierre Rawie
Uit: Onmogelijk geluk
Uitg. Bert Bakker Amsterdam 1992  


 

DE GEEST

Wie met de geest omgaat
komt in het moeras der raadsels terecht,
de geest wil ontkennend zenden,
maar zakt steeds vlijtiger weg.

De geest is een ontgoocheld bericht,
met gaten en gewelven,
maar drijft naar de leegte.

Armando
Uit 'Toch', nagelaten werk
Uitg. Contact Amsterdam 2019

 
 

ZONDAG

Zondag had ik me voorgesteld
in de hangmat door te brengen
tussen de stevige stammen van
de bomen
dicht boven de aarde
en van de hemel ver genoeg
verwijderd
om me een mens op zijn plaats
te voelen.
Maar het regende.

Remco Campert
Uit: Bij hoog en bij laag Amsterdam:
De Bezige Bij 1959 

 

CURSUS

Het woont genoeglijk, hier in Amstelveen.
De pekineesjes lopen aan de lijn,
de buren weten wie hun buren zijn
en groeten. Zelf knik ik naar iedereen.

Ik drink mijn cappuccino op het plein,
haal uit de bieb het boek Hoe God verdween
uit Jorwerd
(wilde Hij naar Amstelveen?)

en koop een halfje bruin bij Albert Heijn.

Ik dichtte graag eens over een orgie,
een sekteleider, gif of handgemeen,
een reeks lustmoorden in een serviceflat.
Titel: Hoe God verdween uit Amstelveen.
Ik heb de cursus bij de LOI
besteld: 'Hoe schrijf ik een rebels sonnet?'

Jos Verstegen
Uit: Rebelse sonnetten
Uitg. Wereldbliotheek
Amsterdam 2020


 

HEEL OUD SPEL

het is een heel oud spel,
maar gelukkig nog vrij eenvoudig te leren

er komen geen stukken bij te pas,
geen stenen, geen schijven, geen fiches, geen kaarten,
alleen, soms, een simpel rekensysteem

het wordt gespeeld met drie of vier benen
(en nog een paar andere benodigdheden)
in een al dan niet opgemaakt bed
(bij gebreke daarvan kan vrijwel ieder
min of meer effen oppervlak dienen,
mits min of meer horizontaal van stand)

het is, als gezegd, een heel oud spel,
maar nog steeds veruit het gezelligste

Cees Buddingh 

 
             
             
 
 

 



Het is Prinsjesdag.

Dit is voorlopig de laatste aflevering
van de uitgekozen gedichten op de derde dinsdag van de maand.

De meeste gedichten zijn aan elkaar voorgelezen in een rust
en concentratie die weldadig was.
Soms waren er in de keuze ervan toevallige overeenkomsten.
Altijd gaven de gedichten stof tot nadenken.
We probeerden de gebruikelijke analyses, zoals
'wat bedoelt de dichter als die zegt...'
te voorkomen.

Wie de verschillende afleveringen naleest,
valt vaak een bepaald gedicht op dat eerder verborgen bleef.

De inzenders van de gedichten hopen dat er weer snel
de gelegenheid komt om ze elkaar,
twee keer
achter elkaar, voor te lezen.

naar Tussen Taal & Beeld