Het Konijn met de Rode Oren

> Startpagina

> Konijn deel 1


> Konijn deel 2

> Konijn viert 50











 

tussen taal en beeld

Deze verhaaltjes
zijn ontstaan tijdens
de eerste periode van de Covid pandemie.

De kinderen van het dagverblijf
moesten thuis blijven.
We stuurden de ouders regelmatig
de verhalen die Opa Henk
op de binnenplaats vertelde.

Zo bleven de kinderen betrokken
bij de plek waar ze zo graag
in de zandbak speelden
of met hun stepjes en fietsjes
rond zwierden.


DE GROTE KNAGER

Het Konijn met de Rode Oren zag op een dag
dat alle dieren in hun holletje bleven zitten,
behalve de wijze uil,
die riep:
Allemaal gauw naar binnen anders krijg je het ook!

Het konijn met de rode oren kon niet geloven wat hij toen zag.
Het hele bos lag bezaaid met wortels,
waar hij zo dol op was.
Hij deed zijn snuitkapje op en begon te knagen,
te knagen
en nog eens te knagen,
tot alles op was.


 
 




 

NAAR DE SUPERMARKT

Het Konijn met de Rode Oren
ging naar de supermarkt.
Hij moest voor zijn Opa boodschappen doen.
Die mocht echt zijn hol niet uit.

Het waren heel veel dingen,
prei, aubergine, tomaat, paprika, ui en nog meer.

Dat kon hij allemaal niet onthouden hoor.
Toen hij terug kwam
had hij zeven bossen peentjes gehaald
voor de worteltjes soep van zijn
Opa met de Grijze Oren.

 
 







 


KONIJN EN KRAAI

Konijn met de Rode Oren
zag daar Karel Kraai in de boom zitten
met een lekkere wortel in zijn bek.

Karel, zei het konijn,
Wat heb je toch een mooie zwarte jas aan,
kan je ook zo mooi fluiten?

Karel deed zijn snavel open
en kraaide luid.


De wortel viel uit zijn bek.
Konijn pikte die vlug,
dat was zijn buit.

Slim he?


 
 





 


BRIEF VOOR KONIJN

Op een dag
moest Postduif een brief bestellen
bij het hol van
het Konijn met de Rode Oren.

Maar hoe Postduif ook keek en zocht
hij kon geen brievenbus vinden
om de brief in te stoppen.

Gelukkig was Wijze Uil in de buurt.
Die zei:
Waarom prik je de brief niet aan de boom?

Dat deed Postduif
en vloog vrolijk verder.

Konijn met de Rode Oren
was erg blij met de brief.


 
 




 


WIE IS DIE MOL?

Het Konijn met de Rode Oren
zat lekker voor de televisie
naar voetballen te kijken.

Wat zag hij daar
en dat was wel heel erg raar
kwam Mol te voorschijn.

Wijze Uil sprak:
U kijkt nu naar een extra aflevering van:
Wie is die Mol.

 
 








 


MONSIEUR HENRI ONTMOET HET KONIJN

Monsieur Henri
was uit zijn humeur
hij wilde wel eens wat anders doen,
zoals pick nikken buiten de deur,
lekker koffie drinken
in de vrije natuur

Daar was,
hij wist echt niet wat hij zag,
Konijn met de Rode Oren
die de krant zat te lezen
met een glaasje wortelsap erbij.

Goedendag zei Monsieur Henri.
Deze dag is heel goed,
sprak het konijn,
dat lees ik net in de krant,

Heel fijn.


 

 
 





 


DE MOOISTE TEKENING

Het
Konijn met de Rode Oren
maakte een tekening.

Wie
de mooiste tekening van het land
had gemaakt
kon een bos wortelen winnen.

Marley
de hond met de roze tong
kon helemaal niet tekenen.
Maar
dat vond hij niet erg,
hij lust echt geen wortels.

 
 





 


OP DE STEP IN DE NACHT

Het was een donkere nacht.
Toen de maan helemaal rond aan de hemel stond,
kroop het Konijn met de Rode Oren uit zijn hol
en zag daar een step staan.

De kinderen hadden vergeten hem op te ruimen
en de step was nu helemaal alleen in het donker.

Het konijn had altijd al graag
op een step door het bos willen racen,
maar dan kon niet,
snap je?

Nu kon het wel
en hij probeerde het voorzichtig.
En ja hoor toen hij een beetje geoefend had
ging hij heel hard.

De wijze uil zag dat, kneep één oog dicht en sprak:
Oehoe wat zie ik nu?
Dat kan niet hoor,
dieren moeten door het bos huppelen,
daarvoor hebben ze pootjes toch?

En konijn is, geloof ik, ook een dier,
dus die moet ook huppelen en springen.

Eekhoorn was van schrik
achter een paddenstoel gekropen
en dacht:
Hoe kom ik nou weer in mijn holletje in de boom?

 
 




 


OP EEN SKATEBOARD  

Het Konijn met de Rode Oren
wilde graag bij de stoere dieren horen

Hij stapte op een skateboard
maakte een Ollie
en vloog meteen met een vaartje de lucht in
zijn oren raakten in de knoop
en hij was ook een beetje duizelig

Droef de Duif
schrikte zich een hoedje wat hij zag
en
Simon Schildpad riep:
Konijnen horen op de grond
en nergens anders hoor!



 
 

 

KONING KONIJN

Het Konijn met de Rode Oren
wilde Koning worden.

Hij moest, zoals dat hoorde,
op de Derde Dinsdag
aan alle dieren in het bos
een sprookje voorlezen.

Maar, weet je, konijnen
kunnen niet zo goed voorlezen.

Hij begon:
Oote oote oote
Boe
Oote oote
Oote oote oote boe
Oe oe oote oote oote


Toen de de dieren het verhaaltje hoorde
rolden ze allemaal ondersteboven van het lachen.

fragment uit een gedicht van Jan Hanlo

 







KONIJN GAAT ZWEMMEN LEREN

Het Konijn met de Rode Oren
wilde zwemmen leren.

Hij dook met alle spullen die bij zwemmen horen, zwembril en snorkel, zwembandjes en zwemflappen,
in zijn zwembroek het water in.

Maar zwemmen kunnen konijnen niet.
Eend leerde hem water trappelen.
De vissen schrokken zich een hoedje.
Kikker riep: kom het water uit.
Reiger aan de waterkant wilde zeggen:
Mijn beste vriend Konijn
ga toch wat anders doen
in de sloot is het niet fijn
daar worden je oren
kletsnat.












KONIJN KRIJGT GASTEN

Het Konijn met de Rode Oren
lag in de wei te slapen.

Toen hij wakker werd
zag hij allemaal rode oren om hem heen.
Hij hoorde piepkleine stemmetjes
en wreef zijn ogen uit.

Het waren kabouters met baardjes
en rode mutsen op hun hoofd.
Ze gingen verschrikkelijk tegen hem te keer
omdat ze niet rustig een boekje konden lezen
of een middagdutje konden doen.

Ze moesten ook heel nodig een hol graven
voor het donker werd.
Precies op de plek waar Konijn nu lag.

Weet je wat, zei Konijn,
jullie mogen vannacht allemaal in mijn hol logeren.
Wat vinden jullie daar van?
De kabouters keken elkaar aan en
Opa Kabouter bromde: "vooruit dan maar"

En daar liepen ze allemaal achter elkaar naar toe.
Ze zongen een lied er bij:
"wat fijn, wat fijn, we slapen bij het knijn"








IN EEN GROEN KNOLLENLAND

In een groen groen groen
knollen knollen knollenland
daar liepen twee haasjes heel parmant.
De één die blies heel mooi op zijn fluit
en de ander sloeg op de trommel,
heel hard.

Dat hoorde het Konijn met de Rode Oren.
Die dacht dat wil ik ook,
maar hoe hard hij ook blies,
er kwam geen muziek
zijn fluit uit.

Tja weet je wel,
haasjes zitten héél anders in hun vel
dan konijnen.











WOLF HAD HONGER


Wolf liep met een lege maag rond.
Hij kwam het Konijn met de Rode Oren tegen.
Weet je wat, zei Wolf,
ik vreet je op.

Wacht, wacht nog even,
wist je dat haasjes veel lekkerder zijn
dan konijnen?

Kijk, daar rent er eentje.
Wolf ging er meteen achteraan,
maar hazen kunnen heel hard lopen,
dus...








VRIJ DOOR BOS EN VELD


Het was de dag dat alle konijnen
vrij door bos en veld mochten huppelen.

Konijn met de Rode Oren zwaaide met zijn vlag
en riep dat al zijn broertjes en zusjes
uit het hol mochten komen.

Ze hoefden niet bang te zijn voor jagers
met een geweer
en wolven
met scherpe tanden.

De Wijze Uil sprak:
Alle dieren zijn nu blij.
Leve de Vrijheid!
Hoera!







SLAK WIL VLIEGEN


Slak kroop uit haar huisje en keek in de lucht.
Ze wilde het bos ook wel eens van bovenaf zien.

Ze plakte twee bladeren aan haar slakkenhuisje
en wiebelde heen en weer.
Maar ze bleef aan de grond plakken.

Alle vogels lachten haar uit.
Konijn met de Rode Oren zei:
Dieren die geen pootjes en vleugels hebben
moeten thuis blijven.

Dat deed Slak en was verdrietig.




KONIJN GAAT MET DE TRAM


Het Konijn met de Rode Oren
ging een dagje naar Amsterdam.
Hij wilde naar de markt,
maar dan moest hij met de tram.

Nu zijn konijnen nog nooit
in hun eentje met de tram geweest.
Ze wisten niet dat je een kaartje moest hebben
waarmee je piept als je instapt.

Konijn stapte in zonder kaartje,
en dicht klapten de deuren.
Maar zijn rode oren waren nog buiten.
Alle mensen zagen het gebeuren.

Konijn moest wachten tot de volgende halte.
De deuren gingen
weer open.
De conducteur riep:
Konijnen zonder kaartje eruit!
En vlug!!





KONIJN GAAT MET DE TREIN


Op een bepaalde en geschikte dag
besloot het Konijn met de Rode Oren
naar zijn nicht in haar hol in Maastricht te gaan.

Hij begreep wel dat hij daar niet heen kon huppelen. De meeste mensen gaan dan met de trein
en hij dacht dat een konijn dat ook kon.

Hij ging naar het station en sprong daar op een trein,
die even later vertrok.
Na een lange reis langs weiden en velden waar
de mooiste bloemen bloeiden en worteltjes groeiden
kwam hij in een stad waar de trein niet verder reed.

Alle mensen gingen de een of andere kant uit
maar Konijn wist niet goed welke kant hij moest gaan
om bij het hol van zijn nicht te komen.
Hij ging naar de machinist
die net aan het uitrusten was
van het besturen van de trein.

Konijn vroeg hem:
Mijn nicht woont in een hol in Maastricht,
hoe kom ik daar?
Mijn beste vriend, zo sprak de machinist,
de stad waar je nu bent heet Groningen
het spijt mij wel maar Maastricht
is precies het andere eind van deze spoorlijn.

Als ik uitgerust ben ga ik weer die kant uit,
dat doe ik regelmatig, dat is mijn plicht.
Als je weer snel instapt breng ik je naar je nicht
in het hol in Maastricht.

Maar laat dit een les voor je zijn,
mijn beste konijn,
er zijn twee einden aan een lijn
en het is zaak om in te stappen
aan de goede kant er van
.








KONIJN DEELT SOEPSTENGELS UIT
 

In een bos
waar maar tien bomen stonden
waren heel veel muizen.

Daar zat het Konijn met de Rode Oren
op een boomstam.
Hij deelde soepstengels uit.

Alle muizen zaten netjes met hun billetjes op de grond. Dat hadden ze van Konijn geleerd.

Eén muisje was lekker stout.
Dat hing met haar staartje aan een boom.







KONIJN GRAAFT EEN HOL


Op een dag,
toen alle kinderen hun middagdutje deden,
zat het Konijn met de Rode Oren in de zandbak
bij de pomp en maakte een hol.

Toen de kinderen weer wakker waren
en in de zandbak gingen spelen,
hoorden ze vreemde geluiden diep in de grond.

Rommel de bommel
en knars knars.
Dat was het konijn die in zijn hol zat,
en een paar wortels uit het kastje haalde,
en die rustig op ging knabbelen.

Dus nu weet je
wat daar diep onder in de zandbak gebeurt.







DE KRAAI MET DE RODE SNAVEL


Kraai met de Rode Snavel
zat boven in de boom verschrikkelijk te kraaien.
Hij had een gouden kroontje met een diamant
van het hoofd van een prinses gepikt.

Maar hij had het kostbare ding
tussen de planten laten vallen.
Hij riep het Konijn met de Rode Oren:
Wil je tussen de bloempotten gaan zoeken?

Konijn kon alleen een glinsterend haarbandje vinden, waarmee meisjes en soms ook jongens,
een staartje in hun haar maken.

De wijze uil, die dat zag, sprak:
Wie iets kleins niet mooi vindt,
hoeft ook geen grote dingen te pikken!
En zo is dat.











HOE KLEIN KONIJN RODE OREN KREEG


Op een goede dag besloot Vader Konijn
het hol van binnen rood te verven.
Dat vond hij een mooie kleur.

Klein Konijn keek goed hoe het moest.
Maar hij kwam wel met zijn oortjes in de verfpot terecht.
Dat was niet zo slim en hij moest de wastobbe in.

Jammer genoeg ging de rode verf er niet vanaf.
Daar hing klein Konijn met rode oortjes in de zon
te drogen aan de waslijn.

Moeder Konijn schudde met haar kop
en Wijze Uil sprak:
U heeft het verkeerde wasmiddel gebruikt.

Zo kwam het dat er één konijn
het Konijn met de Rode Oren is. 



> Konijn deel 2