|
naar
PP&P index
We
zijn in het Joods Historisch museum bij een tentoonstelling
van de muurschilderingen die Marc Chagall in 1920 voor het Joods Theater
in Moskou maakte. We schrijven onze verhalen in het kindermuseum "In
Mokum staat een huis" Eerst vertellen we over twee prentjes waarvan
we vinden dat die bij elkaar passen. Daar schrijven we over.
 
De generaal ging naar een danspodium
Eerst gingen de vrouwen dansen en toen de mannen. De mannen sprongen
naar het dak. Daar zat een man ondersteboven met een paraplu. De kleren
waren heel modern.
Tijmen
Drie mensen staan
op hun kop en één iemand eet zijn schoen op. Er is een
smokkelaar die een paraplu vasthoudt.
Tijmen

We liggen op een groot bed en zien de droom van Jacob, weet je wel van
de Jacobsladder
Mijn
droom
Toen ik nog geen hond had droomde ik dat ik viool speelde en dat mijn
hondje, dat ik toen nog niet had, naast me stond en een bakje voor geld
vast had.
Gaia
Ik pakte een bezem
en ik vloog omhoog naar de wolken. Ik ging op de wolken staan en ik
ging heel hard springen zodat er sneeuw naar beneden kwam. Toen vloog
ik weer naar beneden en ging naar pappa en mamma. Die sliepen nog en
ik zei: "Vrolijke Kerstmis".
Teunke

Ik
vlieg naar de hemel
Naast mij vliegt een vredesduif. Ondertussen komt de duisternis langs
mij heen.
Tijmen
De kunstenaar
Kunt u ons schilderen, vroeg het echtpaar aan de kunstenaar. Dan moet
u wel heel stil zitten. Urenlang zaten ze doodstil. Alle schilderingen
mislukten. "het gaat niet", zei de kunstenaar, het spijt mij.
"En nu hebben we dorst" zei het echtpaar.
Annemarie
Er waren eens een paar muzikanten
die van een lange dag fluiten trompet en viool spelen moe in een restaurant
neerploften en wijn en brood bestelden. Die dag waren ze van Londen
naar Schotland gereisd en hadden daar veel geld verdiend. Nu waren ze
blij dat ze zaten.
Gaia
|
|
Pen
Papier & Plek
dit
is nummer 9
Marc
Chagall en het Joods Theater

Pietje
Puk
Pietje wordt gevangen omdat hij zo klein is. Hij is dus zeldzaam. Maar
de koning wil hem weg hebben want hij steelt steeds de kwarteleitjes.
Maar Pietje Puk had gezegd: "Mij krijg je niet klein". Maar
het is toch gebeurd. Nu sist hij in de pan. "Eigen schuld"
zei de koning.
Vera
Het
is een groot feest
Op de schalen, waar de kippen en de kosjere vissen liggen, bakt men
af en toe een mensje. Netjes met z'n jasje nog aan en zijn schoenen
gepoetst.
Dat is pas feest.
Henk

Er
was eens een drieling theedoeken
Ze hingen aan een haakje. Ze vonden het saai om de hele tijd de afwas
af te drogen. Ze gingen op reis. Toen ze buiten kwamen waaiden ze weg.
Ze kwamen op een vreemde plek want ze zagen een man die zijn voeten
aan het wassen was in een hoed. De geiten vlogen in het rond. Toen gingen
ze gauw weer naar hun haakje.
Vera

Er
was een kabouter
die zo graag wou werken dat hij bij een schoenmakerij 's nachts ging
werken. Maar de schoenmaker vond dat niet goed. Toen ging de kabouter
naar een kleermaker. Maar die had een kat en het kaboutertje ging naar
een grot. De kleermaker had ook een kleine bok. De kleermaker gaf de
bok heel veel lansen en zwaarden en speren. Maar de bok wist niet hoe
de kabouter er uitzag. Ze hadden de verkeerde kabouters, het waren een
beer en een vrouw en een lange meneer en een poes en een kind.
Verena
In
de keuken kijken hoe matzes gebakken worden.
Af en toe nemen we een hapje van eentje.

|
|

Teunke
blaast op de Sophar
Er
was een paleis
Daar stond een grote tafel. Er was een heel gekke man en die waste zijn
voeten in zijn hoed. Later versteende hij en toen dachten de mensen
dat het een pop was. Toen verkochten ze de pop en kreeg hij een mooi
plekje bij een bel.
Sophie Döpp

Er
is een man die zijn voeten wast in zijn hoed
Een vliegende geit in de lucht. Heel veel mensen schrikken of lachen
en er is een man zonder hoofd, die speelt viool. Er zijn kippen op de
grond.
Sophie Döpp
In
het kasteel
was een man met een bazuin. Een koopman verkoopt een geit. Er was ook
een violist zonder hoofd. Thuis vroeg zijn vrouw: "waar is je hoofd?".
"Ik heb het geruild voor een geit" zei de violist.
Stijn


Er
was een lilliputter
met een bos haar als ober. Hij had dikke billen een puntkin en een puntneus
en lange armen, lange schoenen. Hij draagt een kopje met een lepel er
in. Hij heeft een holle rug dus het jasje met een omslag steekt uit.
Stijn
Er
was eens een rover
die voor de andere rover kip moest gaan halen voor de nieuwe barbekjoe.
Maar omdat hij geen geld had ging hij naar een restaurant en bestelde
rauwe kip. De ober herkende hem en nam hem eens in de maling. Hij gaf
hem een nog levende kip die veel honger had. Toen de rover zijn hand
uitstak om de kip te pakken beet die hem zo hard dat zijn duim helemaal
bloedde. Toen de rover met de kip aan een riempje, met een bloedende
duim en lege zakken thuis kwam, werd hij uit het rovershol gegooid.
Hij mocht nooit meer terugkomen.
Gaia
naar
boven
|