Pen Papier & Plek



naar index PP&P


Stripverhalen


Een doorgeefstriptekening is een vertelronde in beelden, er werken meerdere kinderen tegelijk aan.
De spelregel is dat kinderen een tekening na korte tijd doorgeven, aan de buur die verder gaat.

Eerst hebben we ideeën verzameld over hoofdpersonen en plaatsen van handeling. Ieder kind kiest een ander hoofdpersoon zodat er verschillende verhalen ontstaan.

.


Het bijzondere bij deze manier van werken is dat ieder kind simultaan aan iedere tekening verder werkt.
Na afloop maakt het niet meer uit welk streepje door wie gezet werd.

Als de strip klaar is schrijft het kind dat begonnen is de tekst die er bij hoort. Voor jonge kinderen schrijven de begeleiders hun verhaal op.



Sinte Maarten

Ik loop langs de straten met mijn lampion.
Er komt een dief aan en hij wil mijn lampion stelen.
Een man wil mij helpen en pakt de dief bij zijn nek.
Ik zei “bedankt” en rende naar een huis om snoep te halen.
Eerst zingen en dan het snoep.
Ik was op weg naar huis toen kwam een jongetje bij mij zeuren:
“mag ik ook wat snoep ik heb bijna niks”.
Ik gaf hem een snoepje en zei: “je moet zelf langs de huizen lopen om snoep te halen”.
Hij zei huilend: “ik ken geen Sinten Maarten liedjes”.
Ik leerde het hem en ging naar huis. Ik had veel snoep waar ik wel heel lang mee kan.
/ Lola!!!


Sinterklaas

Ik zie Sinterklaas op straat. "Sinterklaas wat is er?" Hij zegt bedroefd: "we zijn de pakjes vergeten voor de familie Stofzuiger". "Maar ik weet wel waar jullie pakjes zijn". "Waar dan?" zei Sinterklaas. "Nou de familie Stofzuiger hadden maar één pakje gevraagd en ik zag dat pakje op straat liggen, hier is het", en ik haalde het pakje tevoorschijn, "dank je Sep", "Alstublieft Sinterklaas, doei”. “Klop maar aan Piet” Boem boem! “wie is daar?” riep iemand en deed open. Piet kwam tevoorschijn en iedereen juichte. Een jongetje schreeuwde keihard “Sinterklaas!!!”, “hé Willem fijn om jullie te zien”.Toen kwam Sinterklaas met dat ene pakje en iedereen schreeuwde. De moeder zei: “Geef maar aan mij Sinterklaas ik regel het wel”.
“Is goed, ik moet nu weg naar Seps huis, doei “.
/ Sep!!

 


De grappige clown.



Tom is de grappigste clown van de stad!
Hij woonde in een mini huis en hij had een leeuw en een ring waar de de leeuw doorheen ging.
Hij had een bloem op zijn T-shirt, maar uit de bloem spoot water.
Dat deed hij ook bij de man aan de trapeze.
Toen viel hij in slaap. Snurk. En het water kwam op iemand anders.
/ Paul


De man met de hoge hoed.



De man met de hoge hoed zag een heuvel.
Hij ging er boven op staan Aan de andere kant was een meer. Daar zag hij een konijn en viel er boven op.
Het konijn schrok en rende weg met de man op zijn rug.
Het konijn ging zo snel dat de man het uitschreeuwde. Het beest rende heen en weer.
Toen stopte het konijn, de man viel er af en het konijn zei: 'Dag!'
/ Victor


De man met de lange baard.



Die ging wandelen met zijn baard in een winkelwagentje.
Hij ging lekker in het gras zitten want hij was moe.
Een kind gaf hem een stoel, iemand zag dat.
Daarna liep hij de berg op. Boven zaten er ineens twee mensen in zijn baard.
Hij riep: 'Maak dat je weg komt want ik scheer je plat!
/ Emile


De Band

Er was eens een band.
Ze gingen elke dag optreden.
Iedereen vond het mooi.
/ Jip


Jack Spareball.



Jack was op zoek naar de schatkist. Hij vond hem, maar een andere piraat werd erg woedend. Ze gingen naar hun schip met een zak vol gouden munten. Ze hoorden een boem van een kanon en het schip ging zinken. Maar het schip kon nog rustig naar Afrika verder varen. De twee piraten leefden nog lang als vriendjes verder. Toen ze vlak bij Afrika aankwamen vingen ze twee vissen.
/ Damian


Een mannetje ging naar Zwitserland

Toen hij daar was ging hij meteen skiën en hij zei: ik ben er klaar voor en ging keihard van de piste naar beneden.
Maar toen toen was daar een boom en hij kon niet stoppen. Hij botste keihard tegen die boom aan.
Er kwam een man aan en die lachte het mannetje uit.
Het mannetje daagde de man uit. Het mannetje ging keihard glijden en stond dik voor.
Hij kwam over de finish en hij riep keihard ik heb gewonnen!
Hij was de beste van Zwitserland geworden.
/
Sep


Bruidstaart bakken

Ik ging naar de supermarkt en zocht spullen uit voor de taart.
Toen ik thuis kwam ging ik me klaar maken.
Eerst bakte ik de taart en deed er een mannetje en een vrouwtje op omdat ik een bruidstaart maakte.
Ik pakte de taart en smeerde er vanille crème op met een plastic zakje.
Maar ik vergat het uiteinde dicht te maken het kwam dus allemaal op mijn gezicht.
Ik rende naar de badkamer en spoelde het af
Toch lukte het om de taart af te maken.
Het was een leuke bruiloft en iedereen vond de taart lekker.
/
Lola


De dief die nooit meer stomme dingen deed



De dief ging met zijn pistool en zijn vriend naar de bank.
Hij zei we gaan deze bank overvallen, zijn vriend zei oooohhh nee! ik ga dat echt niet doen ik ga weg.
Toen kwam er een vrouw langs die zag de man met zijn pistool en zijn bivakmuts. Ze sprong op de dief.
De tas en het pistool vlogen in de lucht, maar de dief pakte het pistool en zei ha! en hij schoot haar neer en pakte het geld.
Toen de ambulance en de politie kwam kon de dief zich nog net verstoppen.
Later dacht hij na en ging nooit meer stomme dingen doen.
/ Sep

De tijger en de man



Het was middag en de tijger was aan het wandelen.
Plotseling kwam er een auto aan.
De tijger wou zich snel verstoppen en klom in de boom.
Toen de auto langs kwam sprong hij op de grond in de auto.
De meneer kwam er snel uit voordat hij op hem zou vallen.
Hij had een gemene lach, maar toen hij stopte likte hij hem.
De meneer en de tijger werden vrienden en gingen bij elkaar wonen.
De tijger kreeg nog kindjes, ze hielden er een paar, sommige gingen ze verkopen.
Daarmee verdienden ze veel geld.
/ Lola



De ridder, de prinses en de draak




De ridder ging op pad, gewoon even een wandeling.
Toen hij een hoorn zag dacht hij dat het een eenhoorn was. Hij zei:”Hé eenhoorn”, maar er kwam geen antwoord.
Hij kwam wat dichterbij en toen zag hij een monster met een prinses. Die prinses kende hij ergens van.
“Jij” zei de prinses en stormde op hem af, “jij hebt mij gewoon laten gaan bij die draak, je bent gewoon een watje want je durfde die draak niet aan te vallen”. “Dat is niet waar!”zei de ridder. “Wel waar” zei de prinses.
Intussen kwam het monster steeds dichterbij en hij hapte de prinses in haar been.
Ze werd opgegeten en ze gilde het uit. “Help!” riep ze, maar de ridder viel flauw.
/ Sep


naar boven