tussen taal en beeld


Elevador de Santa Justa

 

.

Funiculaire naar het niets

Deleatur, dat is een teken dat er iets geschrapt moet worden in een drukproef. Het is een vernietiging.
Zo begint de roman van José Saramago, waarin de hoofdpersoon corrector Raimundo Silva het manuscript van een historische verhandeling over deze episode moet redigeren.
Hij voegt eigenmachtig het woord ‘niet’ toe. Daarmee verandert hij de geschiedenis, de kruisvaarders die niet geholpen hebben in de strijd tijdens het beleg van Lissabon door de eerste Portugese koning in 1147



Een blinde Moëddzin

Hij zou de wenteltrap van de Moskee moeten beklimmen en duizelig geworden zijn. Tenzij men hem, als een ezel in een tredmolen, een blinddoek voorgedaan heeft.
Saramago beweert dat alle moëddzin blind zijn en daarom voor hun vak van het aanroepen van Allah zo geschikt zijn.
Later blijkt dat de aanvallers van Lissabon de roep van de moëddzin gebruiken als een aanvalsteken, waarmee die feitelijk het bevel tot vuren van hun eigen executie gaven.
De laatste moëddzin die na de aanval van de kruisvaarders nog in leven was liet zijn roep over de verwoeste stad gaan. Een strijder wordt naar de minaret gestuurd, trekt zijn zwaard en hakt hem het hoofd af. Op dat moment straalt er een helder licht uit de ogen van de blinde moëddzin.

De verovering
Na een bezoek aan Sint Jakob in Compostela en aan Portugese vrijheidsstrijders in Oporto wordt de aanval ingezet op de Saracenen die nog steeds Lissabon in handen hebben.


de Toren van Belém

Na een lang beleg moeten de Moren de stad opgeven en de kruisridders nemen de stad in bezit.
De verovering van Lissabon op 24 oktober 1147 wordt beschouwd als het ontstaan van de Portugese Staat.


De Friezen helpen mee
De legendarische heilige Poptatus van Wurdum leeft voort in boeken met Friese sagen en legenden als de ‘Palmridder van Lissabon’ Het verdere verloop van de Kruistocht is dramatisch. Velen sterven ver van huis en haard en in het Heilig Land wordt niets bereikt.


Poptatus heeft de Friezen aangemoedigd in de strijd

’Of wij winnen of verliezen altijd is de strijd ons ten voordeel. Als wij sterven wordt ons vast en zeker het eeuwig leven geschonken’ riep hij. Na de strijd ging ‘ús Popke’ water drinken uit een bron bij een berg. Helaas had zich daar in het struikgewas een Saraceen verborgen. Deze spant de boog en schiet de held dood.
Popke wordt in Lissabon begraven. Tot verwondering van de Portugezen spruit uit het graf een palmboom die bij nader onderzoek in het hoofd van Poptatus wortelt. De bisschop verklaart Poptatus heilig en de Portugezen dragen later in de strijd de Palm van Poptatus voor hun troepen uit.
Het graf van de Martelaar Poptatus-Hendrikus is te vinden in de kerk van Sint Vincentius in Lissabon. Zijn gedenkdag, 18 oktober, is vergeten. De kerk is voorzichtig geworden met vechtende martelaren.



De dag begint zonder tint Mei 1999

Mist heeft Amsterdam vochtig gemaakt en misschien zijn daarin alle kleuren opgelost.
Mijn reis naar de belegerde stad Lissabon begint in de mist.
Iedereen slaapt nog als ik over de binnenplaats van het voormalige Jongensweeshuis de Platanen loop.
Het is er zo stil als in een Moskee waar mijn stappen ruw zouden klinken, daarom gaan de schoenen van de gelovigen gewoonlijk uit.
De deur van de poort slaat met een lichte klap achter me dicht.

Roodkapje op aarde, de zogenoemde groundhostess, kijkt bedrukt op haar monitor en vraagt of ik vrijwilliger wil zijn.
Het lijkt alsof het beleg van Lissabon al een aanvang genomen heeft en men mensen zoekt om als eerste pek en pijlen op de kop te krijgen.
Het blijkt dat het toestel ‘overboekt’ is en of ik vrijwillig met het volgende vliegtuig wil gaan in ruil voor een handje vouchers.

Dat weiger ik pertinent en krijg te horen dat het tijdens het instappen alsnog zo kan zijn dat het toestel vol is. Ik kijk dreigend in de onzekere ogen van Roodkapje en eis ook nog een plaatsje aan het middenpad om mijn zere knie wat ruimte te geven.
"Ik zal even kijken of de computer uw naam pakt" zegt Roodkapje en trekt haar schuine sjaaltje recht. Met een zucht ontcijfert ze haar scherm en plakt daarnaar driftig wat stroken papier aan mijn tas.
Een andere Assepoester scheurt efficiënt wat stukken van mijn ticket en alles lijkt in orde, behalve dan dat alle vliegtuigen netjes in de rij staan te wachten om te mogen opvliegen.
Dat geeft wel een uurtje vertraging. Ik moet zien te ontsnappen aan de machinale handelingen van de vliegtuigmeisjes die beroepshalve kijken of ik wel goed in mijn tuigje zit.

Ik moet zien dat ik me oriënteer
Ontkomen aan de marmeren vloeren van de aankomsthal waarin de lampen weerspiegelen alsof ze onder water zijn.
Een kind kijkt geboeid naar de lichtjes onder het marmer.
De vermoeide reizigers wachten tot de lopende band zal gaan lopen en hun bagage uitgedraaid zal worden.?

Er is geen moskee in de buurt die een teken in de richting van het oosten kan geven. Ik lees in ‘Het beleg van Lissabon’ de overdenkingen van een corrector, terwijl de antieke geelachtige tramwagentjes voorbij waggelen.
De corrector bestaat bij de gratie van vergissingen of misgrepen in een zetkast met lettertjes, waar een vermoeide zetter slordig gedistribueerd heeft. Het vak van de zetter bestaat niet meer. Het is omgesmolten samen met het loden zetsel en overgenomen door een automatische spellingcontrole. Van Deleatur naar Delete.

Ik bekijk de plattegrond van Lissabon.
De binnenstad is een mathematisch, rechthoekig gedeelte met kaarsrechte straten en zijstraten die uitkomen op een vierkant plein dat grenst aan monding van de Taag.
Daaromheen, als een contrast, een warrig patroon van straten, stegen, pleintjes, praças en larga’s, waarin ik zal verdwalen.
Afstanden doen zich op de kaart bescheiden voor, maar ik moet in werkelijkheid bijna onneembare steile hellingen nemen?


De Elevador de Santa Justa
De lift is een stalen bouwwerk in de stijl van de Eiffeltoren.
Een knus kamertje met glanzend gelakte houten betimmering brengt me omhoog en ik hoop vandaar verder te kunnen gaan om mezelf een vermoeiende klim te kunnen besparen. De man die het kamertje omhoog brengt maakt zijn eentonige taak belangrijk door mijn kaartje uitvoerig te bestuderen, een streepje op een rooster te zetten en de tijd van vertrek en het aantal passagiers, één, nauwkeurig in te vullen.
Geroutineerd sluit hij het ijzeren vouwhek, vervolgens de mahoniehouten schuifdeuren, zet zijn bril af, als gaat het om een gevaarlijk traject dat afgelegd moet worden. Hij haalt een koperen handle over en draait aan een wiel dat door het vele gebruik glimmend gepoetst is.
Kreunend gaat de lift tergend langzaam omhoog.
Boven aangekomen blijkt het onmogelijk te zijn verder te gaan.
De funiculaire leidt tot niets, er is zelfs geen indrukwekkend uitzicht. Als ik, teleurgesteld, even later weer wil afdalen, doet de liftbeheerder alsof hij me voor het eerst ziet. Ben ik soms uit de hemel komen vallen?
Hij controleert opnieuw mijn kaartje, haalt zijn rooster van het haakje, zet een streepje, als wil hij voorkomen dat er iemand een hele nacht boven op het bouwsel zou moeten bivakkeren?


Het trammuseum
Bij het trambedrijf zijn ze dol op het invullen van lijsten.
In het museum van het vervoerbedrijf zijn ze te bewonderen. Folianten vol aantallen passagiers afgezet tegen de aangelegde meters rails.
Zelfs mijn toegangskaartje voor het museum is niet voldoende.
Ik moet ook in een dik boek bijgeschreven worden.

Als ik meelees blijk ik ook nog frauduleus toegevoegd wordt.
Dat zit zo: ik probeer gebruik te maken van mijn 65+ pas om ook in Lissabon korting te krijgen. Jammer genoeg geldt zo’n regeling niet voor dit museum, maar de man die er over gaat beschikt over te weinig overtuigingskracht om mij het volle pond te laten betalen. Hij geeft me een kinderkaartje.

Ik ben de enige bezoeker van het trammetjes museum.
Een onduidelijk mannetje laat me alles zien. De werkplaats waar ik doorheen moet om het museum te bereiken, biedt een gezellige aanblik. Er staan houten geraamtes van trams. Hier en daar zitten mannen in werkkleding met elkaar te praten of doen een dutje tegen hun zaagmachine geleund. In de schilderafdeling staat een zeefdrukapparaat om teksten op plankjes te drukken: twintig personen mogen zitten, 6 personen mogen staan.
Het ruikt in de werkplaats naar lak en fijne houtsoorten.
Alle mogelijke onderdelen, latjes, boogjes en profielen doen meer denken aan een lijstenmakerij dan aan een tramremise.

Op de binnenplaats is een wagonnetje uit de rails gevallen en in een montagekuil terecht gekomen. Ze laten het ding daar liggen.
De meeste oude tramwagons hebben nog enorme schuivers aan de voorkant om mensen en dieren die op het tramspoor terecht gekomen zijn mee op te vegen. Het losse gedeelte van de ijzeren hark zit met een keurige leren riem vast. Hoe ze die in geval van nood snel los kunnen maken is me niet duidelijk.


José Saramago

Een hond, met diepe rimpels in zijn kop, loopt tussen de tafeltjes van het café. Ik drink een Portugese cognac bij de koffie. In Amsterdam heet zoiets een koetsiertje.
Het koffiehuis Brasileira is een ouderwets statig grand café met een lange bar in de langwerpige ruimte. De muur achter me is voorzien van puntige stenen die de boze geesten buiten moeten houden.
In de vitrines onder de bar rijen gebakjes en puddinkjes.
Langs de andere lange wand staan marmeren tafeltjes met bijzondere stoelen eraan. Ze hebben hoge rechte leuningen en zijn bekleed met leer met motieven in reliëf.
Op deze stoelen heeft de dichter Fernando Pessoa gezeten.
Pessoa zit nu buiten, in brons gegoten op zo’n stoel, aan het bronzen tafeltje is nog een bronzen stoel vrij.
Daarop laten de toeristen zich fotograferen en op het tafeltje kwakt de ober zijn dienblad als hij even moet afrekenen. Fernando zal er niets van zeggen. Zijn vingers zijn goudkleurig gesleten van de vele aanrakingen.
Zijn gebeente ligt opgebaard in het klooster van de Mosteiro dos Jerónimos, waar een vierkante zuil met teksten de plek markeert.
Pessoa heeft een gedenkteken, Saramago heeft de Nobelprijs gekregen?


José Saramago [1922 / 2010]

Gezien door de censuur
Ik bezoek een tentoonstelling over de gecensureerde pers in Portugal.
Al in 1532 werd er gemarteld als iemand iets anders bedacht dan in de kerk, door de koning of door de kleinere bazen toegestaan was.
Ik bekijk foto’s van de bekende martelingen zoals radbraken en het met een trechter opvullen van mensen. De vrouwen zijn naakt als ze gekweld worden en de kardinaal kijkt verlekkerd toe.
Deze censuur duurt tot 25 april 1974, de dag van de Anjer revolutie, maar zelfs het bericht van deze revolutie werd nog gecensureerd.
Caetano en Salazar houden de pers kort.
In de kranten verschijnen berichten die beginnen met “gezien door de censuur”, dan weet iedereen eigenlijk wat er had moeten staan en waar die witte gaten tussen de tekst vandaan komen.
Zelfs TIME magazine is een keer uit de circulatie genomen omdat Salazar op de omslag stond met een rotte appel in de hand.

Saramago is een slachtoffer van de censuur vanwege zijn linkse signatuur. Het winnen van de Nobelprijs voor de literatuur heeft er wel verandering in gebracht. De Portugezen gaan hem nu ook lezen.
“Gelieve niet te lezen wat er niet staat”?


Met een houten trammetje verder


Tram Eléctro, lijn 28, door Bairro Alto, Alfama en Graca e Estrela

Als er een auto in de weg van het antieke voertuig staat blijkt het ineens over een radiografische verbinding met de chef te beschikken.
Krakend wordt gemeld wat er aan de hand is. Passagiers stappen uit en gaan maar wandelen. De chauffeur van de auto komt aangeslenterd, groet de trambestuurder sarcastisch en vertrekt.
Geduld kenmerkt het hele tramsysteem.
De rails kronkelen onduidelijk door de smalle straatjes. Trams moeten op elkaar wachten om te kunnen passeren en altijd slipt er wel een taxi tussen in. Een geduldig steekspel op wielen, met zelfbeheersing van de kant van de trambestuurder die af en toe met een lichte ruk aan een handel twee grote elektromagneten met een klap op de rails laat vallen. Het voertuig staat nog net op tijd stil om niet achteruit de berg af te glijden.Het is verbazingwekkend dat deze vehikels blijkbaar zelden ongelukken maken. Zo’n houten karretje zou onmiddellijk in duigen vallen als er iets gebeurt.

De raampjes van de tram staan steeds open.
Jongetjes springen achterop om een gevaarlijk ritje mee te maken.
Gevaarlijk is het want er is nauwelijks ruimte tussen het trammetje en de muren van de huizen waar het langs scheert.
Ik moet mijn elleboog binnenboord houden anders schuur ik met mijn arm langs de winkeltjes.
In de vele cafeetjes, de bakkers en slagers kijken mensen even op en groeten de trambestuurder. Soms is er geen ruimte over tussen het tramwagentje en de muren van de huizen en moeten dikke personen en vrouwen met volle boodschappentassen even een winkel of portiek instappen om ons door te laten. Hier en daar zijn stukken van hoekhuizen weggehaald om ruimte te bieden.Het tramspoor is smal en de wieltjes van de wagon staan dicht bij elkaar.
Het heeft veel weg van een model spoorbaan met een blikken Märklin treintje. Dat wilde rukje waarmee het trammetje iedere bocht neemt!.
De trambestuurder kent alle passagiers en geeft hen een hand als ze zijn wagentje in klimmen.
Om hen te plagen laat hij, als hij met zijn tram vlak naast twee vrouwen staat plotseling zijn bel driftig rinkelen. Ze schelden hem vriendelijk uit.
Mij kent hij niet ondanks het feit dat ik al meerdere keren met hem meegereden ben.

Ik heb alle tijd om alle winkeltjes waar we vlak langs rijden te bekijken, de bakker, de slager en de vele duistere barretjes.
Bij één van hen stap ik uit en bestel een maal. Langzaam sloft de Angolese kokkin naar het kastje waar de vissen opgebaard liggen.
Ze kiest er eentje voor mij uit en verdwijnt in een keldertje om mijn maal te bereiden.
Ondertussen eet ik kaas, ham en olijfjes.
Het is kwart over tien. Veel te vroeg om te eten.
Dan gaat tot tweemaal toe het licht in het restaurant uit als toevallig de tram voorbij komt. Blijkbaar gebruikt die zoveel energie dat er niets voor de bewoners overblijft?


Avenida da Liberdade

In een klein bassin aan de Avenida da Liberdade, waarin een gevleugelde leeuw water spuwt, daalt een eend neer en gaat gezellig een eindje zwemmen.
Aan de overkant regelt een ‘shoppingbag lady’ haar zaakjes.
De architectuur van de Avenida is gelijk aan die van de grote Parijse boulevards, de architectuur van grote rijkdom en overwinningen waar een pilaar met een marmeren koning of een bronzen veldmaarschalk van getuigen. De bronsgieters hebben goede zaken gedaan.

De eend krijgt wat brood toegeworpen van de ober.
Ik drink een dubbele expresso.
Een tractor trekt een kar versierd met palmtakken.
De kar staat vol schreeuwende jongeren met spandoeken.
Een van die verhitte jongeren springt van de kar en duikt met zijn kleren aan de vijver in.
De eend vliegt op.
Het wordt tijd dat ik ook weer naar Amsterdam terug vlieg.

Henk van Faassen


naar boven


naar Barcelona