tussen taal en beeld



.

Iedere reis begint ergens

Bij mij begint het met de gedachte: "Ik pak mijn fiets, stap op de vleugelboot naar IJmuiden, ga daar met de boot naar Newcastle. Ik neem bijna niets mee en logeer bij B&B"

Maar zo gaat het deze keer niet.
Er hangt een dik wolkendek boven Britain.
Dus besluit ik om naar Barcelona te gaan.
Niet op de fiets maar met een vliegtuig.
Is dat een verstandige beslissing?

Het begint er al mee dat er geen enkele hotelboeking via internet te maken is.
Een vlucht bestel ik, maar ook daar geen aanpalend hotel. "Dat moet u minstens een maand van te voren regelen meneer", zegt de vlotte reisbureaujuf opgewekt.
Ik ga zonder uitzicht op een slaapplaats op weg.




Casa Batlló


Een paar kerken in en uit

Bij de laatste kerk word ik door een soort koster naar buiten gejaagd, ze hebben genoeg van de toeristen.

Buiten voor de kerkpoort jammeren vrouwen met kinderen op de arm, in de hoop wat munten te ontvangen. Hoe moeten die kinderen daar later mee omgaan? Een moeder die de hele dag klaagt.

Ik werp me op de tapas en drink er weer bier bij. Ik eet Calamares Andaluz en een slaatje waar stukjes worst uit blik in zitten. Even niet opgelet.

Goed geslapen, vooral met mijn kleren aan als ik even een tukje wil doen.
Het is daarna te laat om nog de straat op te gaan.
Een luidruchtig ventilatiesysteem houdt me nog een poosje wakker.


Interieur van de Casa Batló

Casa Batlló waar Gaudi zich lekker mocht uitleven op het huis van een rijke familie.
Heel antroposofisch, geen recht hoekje te bekennen.
Alles heeft een diepere betekenis.
Iedere vorm is ontworpen om licht op te vangen of lucht te laten circuleren.

Een foto van de kinderen van de familie achter elkaar harmonieus opgesteld van klein naar groot.
Ik zou hun slaapkamertje wel eens willen zien en kijken of ze zelf nog iets toegevoegd hebben aan het ontwerp van de grote Gaudi.


Het park Guell
Dat is klimmen geblazen ondanks de roltrappen af en toe.
De cactussen bloeien en de jongeren ook. Als sprinkhanen bevolken ze het park.

Het Gaudi museum sla ik over.
Ik krijg een beetje genoeg van die antroposofische bouwsels.


In de tuin van Gaudi

Aan de haven is het goed toeven. Daar komen de vissersboten één voor één binnengelopen en meren af.
De meeuwen schreeuwen boven mijn hoofd.

Ergens achter een poortje verstopt staan drie Romeinse zuilen.
Het zijn de resten van een tempel met veel meer zuilen en een dakje erop.
Er was hier een ruim plein met politiek en verering der Goden.
Nu is het een klein binnenplaatsje met wat toeristen die de gids zonder veel interesse aanhoren.

Op een ander pleintje spelen kinderen.
Hun schooluniformen zijn een soort meisjesschorten. Vernederend voor de jongens die alle mogelijke moeite doen hun kledij te ontkennen.
De meeste hebben hun schort om de middel geknoopt en spelen een woest voetbal spel.
Drie jongetjes laten hun Spiderman, gemaakt van Lego, over de eeuwenoude plavuizen lopen.

Als een bestelauto zich door de nauwe stegen perst moeten de kinderen op een hoop dicht om de fontein gaan staan
.
Maar weer eens lekker gaan eten in een oud restaurant.
Er komen veel Spanjaarden, dat is een garantie voor goed voedsel.


The Atlas Group

Ik bekijk het werk van de kunstenaarsgroep in het Museo Joan Miró.
Nadat ze meer dan tien jaar gevangen gezeten hebben vormen de kunstenaars een imaginaire stichting met als doel de jongste geschiedenis van Libanon te documenteren.



Een jonge martelaar sterft

Ze kleden de martelaar in wit linnen en hossen met hem rond.


Agenda van de vader van Tony Chakar


Voor die
stierf, schreef de vader van Tony Chakar in zijn agenda dat hij nog vier katoenen onderbroeken moest kopen voor zijn zoon.
Het kon hem niet redden van zijn lot.


Beeld van een martelaar
Foto:Mikael Lundgren





Een vliegreis zonder plastic voedsel
en mijn mes mag niet mee

Mei 2002

De Interliner chauffeur heeft op weg naar Schiphol deprimerende praatjes over de slechtheid van de mensen die alles in zijn bus bekladden. Zijn voornaamste bezwaar is dat hij niets mag zeggen zonder te discrimineren.

Mijn Zwitserse zakmes mag niet als handbagage mee. "Of ik er maar afstand van wil doen" Nee dus.
Terug naar de incheckbalie met mijn mes. De juf daar stelt voor om het mes in een doosje te stoppen en dan op de band te zetten.
Ik zie het al voor me, mijn rode mes helemaal alleen tussen ruwe koffers en tassen in de buik van het vliegtuig.
Ik stel de meer voor de hand liggende optie voor: "gewoon het mes in mijn weekendtas en die in het bagageruim" nietwaar.
Dat betekent wel steeds wachten aan bagagebanden.

Zelfs mijn papieren tasje met een broodje en een flesje sap wordt nu argwanend bekeken. "Dat is die man die een mes mee aan boord wilde smokkelen".
Is het wel een broodje gezond of zitten er explosieven in.
Voor alle zekerheid eet ik mijn broodje maar op voor ik het vliegtuig inga.


De rest is opvliegen, de bezwerende gebaren van de stewardess naar de nooduitgangen aanzien en weer landen.
Hotel boeken no problemas.
Hup op de bus naar de stad.
Het hotelkamertje is piepklein met uitzicht op niets en een afzuigbuis.
Na een nachtje besluit ik dat het de moeite niet waard is om een andere slaapplek te zoeken.

Wat is dat toch dat in alle wereldsteden mensen zich als standbeelden opverven. Welkom op de Ramblas dus.

Gelukkig komt ik snel bij de haven.
Hoog in de lucht de kabelbaanbakjes die elkaar netjes in het midden, op een mooi Eiffeltorentje, keer op keer ontmoeten.
Het stalen torentje staat een beetje misplaatst naast het moderne World Trade Center.
Barcelona lijkt op Parijs, maar Parijs ligt niet aan zee en dat maakt wel wat uit.

Mijn voeten zijn moe en de piep in mijn oren van de landing is er nog steeds.
De cerveza doet wonderen in mijn hoofd en maakt mijn voeten steeds mee moe.


Sagrada Familia

Een grote constructie werkplaats waar mannetjes met veel geduld mozaïekjes metselen en gipsen modellen van pilaaronderdelen maken. Pilaren zo veel als bomen in een bos.
De stalen bouwsteigers als woeste lianen.
Kerkdeuren vol tekst als graffiti, maar dan in brons.
Een enkel woord blinkend opgepoetst.


Bronzen deur van de kathedraal

Ergens is een piepklein sleutelgat in de metershoge deur. Het is te vinden door naar een opgepoetst bronzen sleuteltje te zoeken.
Zal er ooit een eind komen aan dit gigantische knutselwerk waarin men gelooft en waar vele architecten en beeldhouwers elkaar opvolgen?
De roestige steigers zijn minstens even imposant als de pilaren en de koepels.
De enige dienst die in de kathedraal gehouden wordt is die van de Japanse toeristen en de schoolreisjes.


Antoni Tàpies

Een viool steekt een beetje buiten het golfplaten vlak, de ribbels als een bizarre partituur. Vage roestplekken mogen een geluid bepalen.
Het zwarte teken X was er misschien eerder.

Stemmetjes van een klas kinderen weerkaatst in de stille, koele, ruimte.
Al snel zullen ze zich verbazen over de kast waar oude kleren uitpuilen.
De juf heeft voor de kinderen een 'aanvultekening' gemaakt. Twee broeken zijn er al, de rest moeten de kinderen er bij maken.


Antoni Tàpies / de klerenkast

Naast mij nemen de kleuters in nette rijtjes op de grond plaats.
Een museumjuf strooit haar toelichting op de kunstwerken in hoog tempo over de kinderkopjes.
De kinderen kijken met open mond en verbazing op de gezichtjes.
Een van de kinderen zwaait naar mij. Hij heeft rugnummer 4 op zijn T-shirt dat bijna net zo groot is als hijzelf.

De kinderen beginnen te zingen bij een schilderij waar Tàpies A = A =... , op schilderde.
Waarschijnlijk "A is een aapje dat speelt op zijn poot", in het Catalaans. De museumjuf weet er niet goed raad mee.
In rap tempo worden de kinderen langs de kunstwerken en de activiteiten gevoerd. Ze krijgen nauwelijks de tijd zich in een detail te verdiepen, verder maar weer.


Museumles

Een stapeltje voorgeknipte vormen worden op een groot vel papier gerangschikt. De kinderen zitten en liggen rond het vlak en het is daarom niet vreemd dat de compositie daardoor bepaald wordt.

Een jongetje met een zonnebrilletje plakt een X van stroken kranten, precies zoals juf het voordoet. Die gekruiste krantenpapier stroken komen in het werk van Tàpies voor.
De begeleiders kleven de vormen behulpzaam met stukjes tape vast en het werkstuk is in zeven minuten klaar.
De vellen papier worden opgerold en dat was dat.
Tàpies blijft achter in een tegeltableau, woest beschilderd met zwarte vegen.
Een X in de hoek.


Antoni Tàpies / Kruis en cirkel 1980


Joan Miró

Op het dak van het museum Joan Miró zijn de kindertjes precies hetzelfde aan het doen als bij Tàpies, voorgeknipte vormen op een vlak leggen.

Deze keer zijn de vormpjes van vilt en is de achtergrond jute. Dat kan meerdere malen gebruikt worden.
De meeste kinderen maken netjes hun huisjes, boompjes en beestjes. Maar er is een jongetje dat stapelt alle vormen op.
De museumjuf geeft daar commentaar op. Ik kan niet verstaan of het een compliment voor zijn creativiteit is of dat hij op zijn kop krijgt omdat hij de vormen driedimensionaal gebruikt.

Het Spaans van de juffen klinkt steeds alsof de kinderen op hun kop krijgen, maar dat zal wel niet zo zijn.

Het is heet op het dak, mooi uitzicht, mooie kunst. Miró is indrukwekkend, een veelheid van duizenden werken in één mensenleven.


Calder / fontein

Hoe ze de fontein van kwikzilver, die de Amerikaan Alexander Calder voor het museum maakte, in stand houden zonder de boel te vergiftigen is een raadsel.
Ik had al problemen met die ene druppel kwik die uit mijn gebroken thermometer viel.
Hier vloeit een hoeveelheid voor honderdduizend thermometers.
Het effect is fascinerend. Stromen vloeibaar metaal gedragen zich als water, andere lijken elkaar af te stoten.
Ik moet denken aan bloemen opgesteld in de Sagrade Famila kathedraal.
In het midden spuit een fontein omhoog waarop een ei in de lucht gehouden wordt.
Een vrouw begint spontaan te zingen als ze het ziet.
Ze denkt dat Maria met een ei aan haar verschenen is.
Katholicisme is Hokus Pokus Pilatus Pas.


Fiesta de la Mercè



Een feest om de patroonheilige van Barcelona, de Mare Deu de la Marcè, te eren.
Op een pleintje maakt een groep duivels zich op voor een bezwering. Volwassenen en kinderen zijn angstaanjagend geschminkt, gekleed in zwarte capes en rode hoorntjes.
Centrale figuren zijn de mannen met veiligheidsmaskers en een soort palmpasenstok waaraan vuurwerk bevestigd is. Boven op de stok een pannetje met een dekseltje waaruit vuur komt.
Ik zie dat het feest vaker gehouden wordt want het pannetje is zwaar geblakerd en in de capes zitten verschillende brandgaten.
Dat verklaart de aanwezigheid van een ambulance en de nodige politie. Duivelse trommelaars zwepen de vuurdansers op. Fonteinen van vuur sproeien rond.
Af en toe vat een cape vlam, maar aan alles is gedacht. Met een brandblussertje is de zaak zo geblust.

Op de place de Catalunya gaat het er heel wat vriendelijker toe.
Er oefenen twintig groepen kinderen de Sardanas en dat in de bloedhitte. Veel variaties op een paar basis huppelpasjes.
Het verkeer raast rond dit drukste plein van de stad.

Op de Ramblas ruimen oplichters snel hun balletje balletje spel op als de politiepaarden verschijnen.
De drollen van de paarden worden automatisch opgeveegd. Waarschijnlijk melden de agenten het vallen der uitwerpselen aan de centrale en komt de veegploeg in actie.

Die nacht is het onrustig in het hotel. Ruzie en geluid van slaande deuren.
Ik moet maar weer eens naar huis.

Henk van Faassen


naar boven


naar Ierland


1 5 2018