tussen taal en beeld

 

op de fiets




Dinsdag 11 juli 1995
Amsterdam / Dublin / Rush
21 km.

Het is warm
Zeer warm

Op de fiets naar Schiphol.
Ik ben de enige op het hete fietspad rond de luchthaven.

Ik schaf voor mijn fiets een ingewikkelde doos aan.
De handleiding is niet helder.
De pedalen moeten binnenste buiten op mijn fiets geschroefd en mijn stuur dwars gezet voor hij in de doos past.
Als ik mijn fiets op de weegschaal zet zakt hij door de bodem van de doos. Gelukkig heeft de incheckdame een rol plakband, maar geen schaar.
Onder het toeziende oog van een rij zenuwachtige reizigers trek ik met een knetterend geluid het plakband over de doos en scheur het met mijn tanden los van de rol.

Bij aankomst in Dublin staat, in een verlaten hoekje van de aankomsthal, de doos met mijn fiets.
Ik schroef de pedalen weer vast en draai het stuur recht.

 


Een rijwiel als bagage

Op Schiphol doet een lange rij Ghanezen moeilijk met hun bagage terwijl ze niet eens een fiets bij zich hebben.
Mijn vlucht is vertraagd volgens een speciale metalen stem die tot in de toiletten doorklinkt. Ik vraag me af of die dame zich bewust is van het feit dat ze ook poepende mensen toespreekt.

Vertraging, dat betekent een paar keer naar een andere gate lopen.
Even stond ik in de rij voor een vlucht naar Athene.
Twee Griekse vrouwen zijn hun paspoort kwijt.
Een blinde Griekse vrouw wordt door een steward naar het vliegtuig gebracht. Hij maakt verontschuldigende gebaren naar zijn collega's als ze hem arm in arm met een grijze dame in haar zo kenmerkende zwarte kleding zien lopen.



Mijn toestel haalt, met de wind in de rug, de vertraging in.
Een roodharig Iers meisje met sterretjes in haar ogen spreekt me aan en zegt dat ik lijk op iemand uit een reclamefilmpje.
Zou ik alleen al door op reis naar Dublin te gaan al een Iers imago krijgen?
De vliegtuigbestuurder belooft mooi weer in Dublin, maar vlak voor de landing kijkt hij even uit zijn raampje en trekt zijn belofte in, het regent pijpenstelen.

Als ik het vliegveld verlaat blijkt een spaak gebroken.
Voorzichtig fiets ik naar een kampeerplek bij Rush.

Woensdag 12 juli:
Rush / Skerries / Rush
30 km.

Tijdens de vlucht is een spaak gebroken. Wie heeft onderweg op mijn fiets gezeten?
Het lukt niet om mijn spaak te vervangen.
De oude fietsenmaker kijkt minachtend naar mijn fiets en stelt voor er een heel nieuw, steviger, wiel in te zetten.
Hij tikt daarbij veelbetekenend op mijn buik en spreekt over de vele 'potholes' in de Ierse wegen.

In Skerries moet ik wachten tot de assistent fietsenmaker aan de slag wil.
De fietsenmakende jongen begint optimistisch aan zijn klus, maar blijkt het juiste stuk gereedschap te missen om mijn tandwielen te demonteren.
Dan ontdekt hij dat de spaak zelf niet gebroken is, maar het nippeltje. Binnen vijf minuten zit er een nieuw nippeltje op mijn velg en is de spaak recht gebogen.
De fietsenknul wil er niet voor betaald worden.



Rush harbour


Mijn tentje staat aan de rand van een lage klif.
Als de regen ophoudt ga ik naar een pub om Guinness te drinken.
Het bier smaakt me niet en er wordt ook niet bij gezongen.

Ik drink koffie in een truttige gelegenheid waar absurd bedrukte handdoeken uit alle windstreken aan de muur hangen.
Een gezelschap gepensioneerden ontbijten in een wolk van gebakken spek en saussages.

Terug naar mijn tentje, bak ik een lamskotelet en doe een dutje.
Een groep Franse jongeren en vacance maakt elkaar luidruchtig het hof.

 

Donderdag 13 juli:
Rush / Skerries / Balbriggan / Duleek / Navan / Athboy / Delvin:
90 km.


Mijn tocht over de heuvels kan beginnen

Jas aan en jas uit
80% regen, waarvan 30% zeer hard en 10% hagel.
20% droog weer waarvan 10% warm en zonnig.


Vrijdag 14 juli:
Delvin / Castle Pollard / Finnea / Bellaneagh / Killashandra / Ballinamore:
70 km.

Het water sopt in mijn schoenen. Mijn wielrennersbroekje droogt al fietsend, mijn schoenen niet.
Mijn tent staat bij een boerderij aan de oever van een meer.
De boerin geeft me melk en eieren. Haar kleinkinderen doen een beetje vreemd. De kleinste gaat op mijn waterzak staan en de grootste trekt haar broek uit om bij de kraan haar billen te wassen.
Verder zijn ze de rest van de dag bezig op iets van blik te slaan.

Mijn schoenen zijn niet droog van binnen. Ik trek ze aan, samen met mijn klamme kleren.
Er zal vandaag wel weer vocht bij komen.

 


Een mooie plek
Vogels in de lucht, rimpels op het water, pluimen riet aan de kant. Op de achtergrond heuvels met koeien.
In een pub probeer ik koffie te krijgen.
De pub doet vandaag dienst als groente- en taartenmarkt. Oudere dames zijn druk in de weer hun waren uit te stallen. Ze doen dat met grote zorg en voorzichtige bewegingen. Over de prijzen wordt uitgebreid overlegd.

Eén dame zit met een verdrietig gezicht achter een lege tafel. Ze heeft niets om te verkopen. Ze heeft last van haar heup, maar ze is wel gekomen. Dat is ze gewend.
Koffie krijg ik niet want het gas is op.

Na een tijdje stap ik maar weer op en drink koffie en eet een taartje bij een piepklein winkeltje van een warmbakkers vrouwtje.
Haar dochter bedient me in een piepklein zijkamertje met één enkel tafeltje. Vreemd genoeg heeft de WC enorme afmetingen. Het is eigenlijk een badkamer met vaste vloerbedekking. Men zou er in kunnen wonen.

Het landschap wordt heuvelachtig, misschien spreekt men hier van bergen. De wegen zijn smal en vrachtwagen sproeien modder over mij heen.
Er zijn weinig fietsers op pad, niet één bepakt zoals ik.

Wat doe ik hier?

Zaterdag 15 juli:
Ballinamore / Drumshambo / Drumkeeran / Drumahair / Sligo / Strandhill:
85 km.

De dichter Seamus Heaney is in 1939 op een boerderij in Noord Ierland geboren.
Toen Heaney in 1995 de Nobelprijs voor de Literatuur kreeg waren de Ieren zo opgetogen alsof Ierland de prijs gewonnen had.
De Britten moeten vooral niet denken dat de Ieren geen eigen 'Keltische' cultuur hebben.
Heaney is 30 augustus 2013 overleden.

Terminus
Toen ik me bukte, vond ik daar
Een eikel en een verroeste grendel.

Hief ik mijn ogen: een fabriekspijp
En een sluimerende berg.

Luisterde ik: een afslaande motor
En een dravend paard.

Is het een wonder dat ik dacht
Dat ik me nog zou bedenken?

Seamus Heaney

 


De dichter Seamus Heaney en een stapel turf

Kletterende buien en minor showers
Zoals ze dat in het nieuws zeggen.
Lunch in een pub met een achterdochtige cafébaas.
Hij komt me achterna als ik naar de WC ga om te kijken of ik niet naast de pot gepiest heb. Hij vertelt me dat veel van zijn klanten niet meer precies kunnen richten.
Ik bekijk de locals eens goed zoals ze daar zitten met die grote glazen donkerbruin bier voor zich. Hun verhalen zijn niet te volgen.
De kroegbaas beweert dat Ierland, na Frankrijk en Duitsland de beste economie ter wereld heeft. Ik zal hem niet tegenspreken.
Het is het land waar Ieren trots op zijn en waar grote schrijvers geëerd worden.



Op een camping aan de Atlantische kust, om daar mijn kleren te wassen en uit te rusten.
Het fietsen hangt me behoorlijk de keel uit. Zwemmen gaat niet, is gevaarlijk. Er is een keienstrand ondanks dat de duinen op Hollandse duinen lijken.

 

Zondag 16 juli:
20 km.

Zonder bepakking fiets ik naar Sligo.


Fiets uit Tobbencurry

Op zondag is niets te beleven
De kathedraal gaat uit. Priesters in crème gewaden houden bij de deur slijmerige gesprekken met oude dames.
De 'parkeerpriesters' halen bij de automobilisten geld op voor de restauratie van de kerk.

In de kloostertuin lees ik een boekje op een bankje.
Iemand vraagt me of ik wel in Tobbencurry geweest ben. Daar woonde namelijk een man, hij is nu dood, die net zoals ik op de fiets door het land ging en overal zijn tentje opprikte.
Ik was daar dus niet geweest en zijn fiets zal wel niet meer te zien zijn en Tobbencurry ligt trouwens niet op mijn route.

Als ik terugkom heeft een traditionele plensbui mijn tentje onder water gezet. Ik had het kunnen weten, het stond te dicht bij een asfaltpad waar al het water van de camping over heen vloeide. Ook mijn wasje is weer helemaal nat.



In de pub is het druk
Het is in een loods er naast zijn de gokhallen.
Vrouwen en kinderen, ik heb geen mannen gezien, laten met verveelde gezichten de machines ratelen en piepen.
Een jongetje van tien wint 20 pond met een apparaat dat geldstukken naar een afgrond schuift. Hele kluiten munten blijven op de rand hangen.
De vrouwen hebben zwarte vingers van de munten in de 'slots' te gooien. Naast hen staan plastic bloempotten om hun winst in te bewaren.
Zelfs kleuters sjouwen met zo'n pot rond.

 

Maandag 17 juli:
Strandhill / Ballina
82 km.

Dit is mijn ongeluksdag
Twee keer pech plus de traditionele regen en pijn in mijn rug.
Zadelpijn had ik al.
Een spaak steekt binnen in de velg mijn band lek.
Twee Hollandse fietsers geven me morele steun. We krijgen pikzwarte handen en er zit een enorme slag in mijn wiel. Ondanks dat ik voorzichtig rij knapt er opnieuw een spaak.
Morgen zal ik naar een fietsmaker gaan.


Peat, de turf is nog overal te vinden

 

Een loods met een paar honderd fietsen
Ik vraag mij af of de man die nog allemaal moet repareren.
Hij belooft om half twaalf klaar te zijn.
Er komt nog een uurtje bij.

Ik probeer met mijn betaalkaart te pinnen. “office closed” zegt de machine.
De Ierse Nationale Bank geeft wel geld.
Als ik naar buiten stap is de straat ineens vol soldaten, geweer in de aanslag. De boys zien er Noord Iers uit en nemen strategische posities in, automatische geweren losjes in de aanslag. Gelukkig gaat het niet om mij maar om een geldtransport.

In de stad is een zalmfestival met 'Art' tentoonstellingen. Etalages vol oude voorwerpen met turf en aardappelen. Een band met doedelzakken en popconcert voor de jeugd.

Turf is een belangrijke brandstof
Overal liggen dikke vette kromme turven te drogen.
Jammer genoeg worden ze verpakt in gebruikte plastic zakken die van verschillende chemische industrieën afkomstig zijn, waardoor het land er als een vuilstortplaats bij ligt.
Op het bord staat: '800 pond fine' for littering.
Mijn wasje stop ik in de droger en blijf er in de zon naast liggen.
Het zal me niet gebeuren dat een regenbui de boel weer nat maakt.

 

Woensdag 19 juli:
Ballina / Killala / Ballycastle / Bangor
67 km.

Donderdag 20 juli: Bangor / Westport:
64 km.

Als ik bij een jeugdherberg kampeer valt me op hoe oud de jongeren zijn, vooral in wat ze doen en hoe.

Westport is een druk toeristisch stadje, maar ik wandel er toch lekker. Ik zie weer eens mensen. Over het weer heb ik het niet meer.

De dag begint goed, nauwelijks regen
Zelfs af en toe zon en weinig hoogteverschil.
Bij Ballycastle steekt een stormwind op, recht vanuit de Atlantische oceaan, vrijwel recht in mijn gezicht.
Met een snelheid van 7 km. p/u. ploeg ik verder.
De regen striemt horizontaal. Er is geen beschutting. Kale heuvels en uitgestrekte velden.
Wat doe ik hier?


Van het landschap kan ik alleen genieten als ik stilsta.
Als ik op de fiets zit moet ik oppassen niet van de weg geblazen te worden.
De fietsers die ik tegenkom hebben de wind in de rug.
Slechts één Duitser ploetert in mijn richting. Hij gaat naar een jeugdherberg. Ik besluit naar een B&B te gaan. In deze storm is een tent opzetten geen optie.

Zo zit ik dan op een bloemetjes sprei te schrijven, droog en wel.
Een Iers ontbijt is eigenlijk niet om aan te zien en zo smaakt het ook.
De koffie is van poeder gemaakt.
Een Duits gezin is met mountainbikes op pad. Het 8 jarig zoontje eet alleen de worstjes.

 

Vrijdag 21 juli:
Westport / Aran Islands:
82 km.

Wat een lekkere tocht.
Wind in de rug over de vlakte. Slechts af en toe een bui, veel zon. Voornamelijk wegen naar beneden. Om drie uur kom ik aan bij het haventje van Rossaveel.

In twee portcabines zijn de kantoortjes van twee veerdiensten gevestigd.
Uit elk kantoortje rennen meiden op mij af om mij hun boot, hun prijs en zo meer aan te smeren.
I am a wanted man.

Ze beweren dat ik korting krijg omdat ik student zou zijn.
In ieder geval ga ik met de meest gehaaide tante mee, want die heeft me ook een terugvaart naar Galway te bieden.
De andere niet, hoewel ik misschien nog iets langer tussen die twee kantoortjes heen en weer zou moeten gaan om de prijs verder te drukken.

De boot is te laat want hij moest een jacht in moeilijkheden naar de haven slepen.
We moeten snel aan boord en dan scheurt het schip met ongekende snelheid de zee op. Het heeft iets weg van een speedboat.
Zijn naam was niet voor niets The Aran Flyer.

 

In de haven van Aran
De paardenkarretjes staan al klaar.
Ik moet me met mijn fiets tussen een meute Italiaanse toeristen door wurmen. Ze willen allemaal tegelijk van boord, het liefst over mij heen.

De kampeerplek is zoals die moet zijn, een WC en een weilandje tussen opgestapelde stenen muren. De zee vlak bij, de wind om je oren. Geen caravan of bungalowtent in de buurt.

A Problem
Als ik uit de pub kom staan er toch een paar tenten vlak om mij heen.
Ik knor verbaasd en een meisje vraagt of ik 'een probleem' heb.
Zij heeft zelf een probleem want ze moet haar tent verplaatsen.

Naast mij staat een hoge indianentent van zwaar canvas. Er zitten Duitse padvinders in. De TiPi kan in vier delen van twee kilo gedragen worden, vertellen ze mij. De vijfde padvinder heeft dan drie kilo stokken en pennen. Hun hemden zijn volgenaaid met insignes en tekens. Als die nat worden weegt dat ook lekker mee.
Afijn dat is scouting.

In de pub spelen dit keer de muzikanten. Zo te horen kennen ze maar één deuntje met zeer veel variaties. Een Reel.
Zo moeten Japanners in een Amsterdams café ook luisteren naar: 'Bij ons in de Jordaan'
Alle pub bezoekers kletsen vrolijk door de muziek heen, ook als er een gevoelig en treurig liefdeslied klinkt.
De zangeres zingt met een wonderlijk vibrato in haar stem. Na een tweede pint word ik er treurig van.

Zaterdag 22 juli:
Aran / Kilronan
20 km.

Verbazingwekkend hoe ze een moderne supermarkt in een paar natuurstenen huisjes verstopt hebben.
Ik koop spullen voor een goede vleesmaaltijd.

Dún Aonghas
Alle toeristen moeten naar het fort uit de ijzertijd. Ik ook.
Het is op de rand van een akelig diepe klif gebouwd. Het pad er naar toe lijkt op de hoofdroute van een mierenkolonie.
Oude Japanse vrouwtjes met zonnehoedjes op en een verbeten trek om de mond ploeteren omhoog.
Veel Italianen en Spanjaarden hoor ik luidruchtig met hun handen praten.

Het grootste gedeelte van de klim doe ik op de fiets met bergverzet.
Boven gekomen zijn de stenen muren zoals ze beneden te vinden zijn. Maar deze zijn een paar duizend jaar geleden op elkaar gelegd en daarom zijn we hier.
Rond de buitenste drie of vier muren staan stenen met scherpe punten recht omhoog als een soort prikkeldraadversperring.
Beneden aan de berg staan de 'dogcarts' naast de minibusjes om de vermoeide toeristen weer af te voeren.
Gelukkig hokken de toeristen samen en kan ik stille plekken op het eiland vinden.


Nog een fort uit de ijzertijd

 

Zondag 23 juli
Kilronan Aran / Galway;
21 km.

 


De boten van Galway

Bloody rain again
Terwijl het gisteren zo mooi was.
De ongeorganiseerde kampeerders om mij heen worstelen met binnenlopend water.
Er is zelfs een familie die met donzen dekbedden op pad is gegaan, maar vergeten is er iets beschermends omheen te doen. Ze lopen treurig met hun spullen onder hun arm terug naar de haven.

Veel kampeerders nemen de boot van 12:00. Ik ga pas om half vijf. Waarschijnlijk ben ik veroordeeld tot die tijd binnen te blijven. Zo is dat.
Het weer knapt echter op en ik maak een lange wandeling langs de kust. Langzaam inpakken en naar de haven. Er is nog genoeg tijd een een ander dorp te bekijken.
In de pub daar is er behalve live muziek ook dansen. Eén van die dansen gaat met een bezemsteel die tussen de benen gemanipuleerd wordt.

Aan boord zitten honderd Italianen die een talencursus volgen.
Een mooie machoboy zit aan mijn tafeltje. Hij laat jonge jongens drankjes voor hem halen en verkoopt hen zijn laatste slokjes voor 10p. Hier is sprake van woekerhandel. Zwoel kijkende meisjes zwermen om hem heen en laten hun appels en snoepjes afpakken.

In Galway valt een fietstas van mijn bagagedrager af waardoor er weer een spaak breekt. Op aanraden van een voorbijganger kampeer ik niet bij de eerste camping buiten Galway omdat die van een 'cowboy' is. Ik moet bij de familie Hunter zijn, die zijn decent. Het is een plek vol caravans en lawaaierige Italianen, vooral onder de douche.

 

Maandag 24 juli
Galway, Iers: Gaillimh

Mijn spaak laat ik repareren door een mannetje dat gespecialiseerd in grasmaaiers is.
Hij doet de klus goed.
Ondertussen bekijk ik de stad.
Er is een festival gaande en de tentjes staan ook op het voetbalveld. Ik leer twee Hollandse meiden hoe ze de blikopener van hun Zwitserse zakmes moeten gebruiken. Verder rust ik veel uit.



De vliegende mieren komen er aan

Het is opmerkelijk hoe ze weten op welke dag ze allemaal hun nesten moeten verlaten om te paren.
In principe zullen ze mij
niet bijten. De koninginnen vliegen in de lucht om te paren. Soldaatmieren bijten als ze de kolonie moeten bewaken.

Dinsdag 25 juli
Galway / Ballinasloe / Shannonbridge
80 km.

Het is een warme dag en mijn rug speelt op.

 


Een boer is met zijn tractor bezig geweldige hooirollen op te stapelen.
Dat stoort mijn rust wel enige tijd.

Vliegende mieren kiezen mijn tent als luchthaven
Dat doen ze vaker. Ik heb dat ook in andere landen meegemaakt.
Ze gebruiken uitsluitend het tentvlak dat naar de zon gekeerd is.
Deze keer komen ze niet binnen gelukkig.
Als dat wel het geval is kruipen ze 's nachts door een klein gaatje de tent in waarbij ze hun vleugeltjes buiten achterlaten. 's morgens vind ik een hoopje vleugeltjes en begrijp waar dat gekriebel in mijn slaapzak vandaan kwam.

Ik eet een 'all dried food' maaltijd die toch lekker is. Uit alle pakjes heb ik iets gecombineerd met miso en boleten. Ik eet veel shortbread dat verslavend lekker is voor een fietser.

Niet alleen de mieren maar ook de koeien proberen bij mijn tent te komen. Die beesten zijn als altijd zeer nieuwsgierig, ze trappen hun drinkbak om en herkauwen luidruchtig.
Het lukt ze gelukkig niet mijn groene spullen, zoals mijn tentje, op te vreten.

Alles een vaste plaats
De handelingen in en om de tent hebben een vanzelfsprekendheid gekregen die geen tegenspraak mogelijk maakt. Alle voorwerpen en ikzelf maken deel uit van een mechaniek waar wel enige variatie mogelijk is maar signaleert als die variant te ver gaat.

De keukenspullen staan links en de twee voortassen waar het voedsel in zit rechts. Eén tas voor het ontbijt en de ander voor het avondmaal. In de ontbijttas zit een kaasdoos, een crunchdoos, waar ik soms die lekkere Mac Vitties in verstop om er langer mee te kunnen doen. Salamidoos waar ook de knoflook in zat. Maar dat was te omslachtig. De theedoos moet bovenop want die heb ik tussendoor nodig.
Een zak met knäckebröd en af en toe gewoon brood. De boterdoos krijgt extra zorg vanwege de 'koeling'. In de avondmaaltas zitten de zware dozen met rijst en soba onderop. Er boven dozen met gedroogde bospaddenstoelen, boleten, gedroogde groentemix, boontjes, vleesbrokjes, sojabrokken, uisnippers, twee kant en klare gedroogde maaltijden als reserve en zakjes misosoep. De belangrijkste is de kruidendoos, peper, zout, paprikapoeder, oregano, thijm, gemberpoeder, laurierblaadjes, kerrie en gedroogde peterselie.

De pannenzak, waar mijn tafelkleed van spinakerdoek bij zit, ondanks het feit dat ik geen tafel heb. Een theedoek van de firma LinMij en een snijplankje. Er naast ligt altijd de tentzak waarin ik alles stop dat ik niet nodig heb. De grote fietstassen gaan in de achternok.

Binnen ligt mijn stuurtas aan het hoofdeind. Als de tent scheef staat blijkt die tas er voor te zorgen dat ik de tent niet uit rol. De kleren onder mijn hoofdeind, daar op mijn fleece jack en daar weer op het kussentje.
De regenjas links aan het voeteneind omdat ik hem nodig heb als ik moet pissen. De zaklantaarn heb ik niet echt nodig maar hij ligt altijd rechts bij de ingang. De rest van de kleren en spullen leiden een zwervend bestaan.



Donderdag 27 juli
Clonygowan / Potarlington / Kildare / Kilcullen
76 km.

Alweer een gloeiendhete dag. Iedereen die ik tegen kom heeft het er over. Ondertussen maak ik vaak stops voor koffie met ijswater of om gewoon een ijsje te eten.
De Wicklow mountains dienen zich aan.


Achter een huisje in het dorp
Naast een spoorweg zoals ik later merk. De zoons komen aanrennen om het hoge gras voor me te knippen. Als ik een pintje haal komt de familie ook in de pub om muziek te maken. Ze willen dat ik op de fluit Hollandse songs speel.

Jammer genoeg mag ik niet bij de jeugdherberg kamperen.
Ik had me op een douche verheugd. Nu sta ik in het hoge gras van een weiland met uitzicht op een meer, of eigenlijk een reservoir.
De mieren komen weer aanzwermen en tikken op mijn tent alsof het regent. Later komt er ook regen. Te voet naar de pub en kletsnat terug.

Als ik 's morgens tussen het hoge gras poep hoor ik de boer kuchen.
Het was wel erg dicht bij zijn huis, maar het is al geschied.

 

Vrijdag 28 juli
Valleymount / Roundwood
32 km.

 

Zaterdag 29 juli

Vandaag laat ik de fiets staan. Het weer is minder mooi, veel donkere luchten. Daaruit komt niet veel, maar wel regelmatig, regen.

 

De camping zitt vol Hollanders
Maar het is rustig tot een zeker punt, en dat is als de vouwcaravans en bungalowtenten laat binnenkomen.Na een paar druppels regen een stralende dag.
Ik besluit niet ver te gaan en lekker een douche zoeken.

De hoogste pub van Ierland
Die staat in het dorp Roundwood. Het maakt geen Alpine indruk op mij.
De pub aan de overkant van de straat is net iets lager gelegen, pech.
De lucht is wel fris en helder tot het moment dat iemand zijn barbecue uitpakt.
Een andere pub is gezelliger dan die hoge.
De barman heeft een aristocratische uitstraling. Hij was vroeger ingenieur of zoiets in Vlaardingen. Zijn buik is met zijn huidige professie meegegroeid.

Naast mijn tent staan twee Hollandse meiden die een voettocht maken.
Ze doen een week over de 38 kilometer van Dublin naar hier. Ze giebelen veel en gaan laat op pad. Als het een beetje regent nemen ze de bus.
Zo kan ik het ook. Ze gaan niet verder dan het eind van hun kaart en dat is niet ver. Als ik ze voorstel om met hun kompas in de hand op avontuur te gaan, schrikken ze zich dood. Wat moeten ze hun moeder vertellen? Dat een meneer gezegd heeft om zo maar op pad te gaan? Hun moeders zijn zo al bezorgd genoeg, ze moeten dagelijks naar huis bellen. Toch hebben ze een keer wild gekampeerd. Hun avontuur hebben ze gehad.

Ik wandel om het meer dat eigenlijk een reservoir is. Je mag daar nooit kamperen en zwemmen. Het is een mooie rustige wandeling.
De dag is verder gevuld met tea in a room plus chocolade cake en een lange middagdut.
Ik zal maar eens een paar lamskoteletten klaar maken.

 

Zondag 30 juli
Roundwood / Skanhill / Dublin
65 km.

Sneller dan ik dacht ben ik in Skanhill, waar een vuile stoffige camping is. Ik zet vlug mijn tent op en fiets naar Dublin. Dat valt aardig tegen. De kustweg klimt af en toe de berg op en het is verder dan ik dacht.

 

Dublin bekeken
Maar zonder plattegrond, dus een beetje op de gok. Ik krijg wel een beetje indruk van de stad met een soort Vondelpark en een muziekband. Verder oude kerken met daaromheen lelijke nieuwbouw.

Maandag 31 juli
Skanhill / Rush
46 km.

Ik besluit Dublin niet verder te bezoeken en door te gaan naar het beginpunt van mijn tocht in Rush. Vandaar is het 19 km. naar het vliegveld.

 

 

Mijn tent staat op vrijwel dezelfde plek als het begin van mijn tocht.
Uitzicht op eb en vloed.
Voor het eerst deze vakantie ga ik zwemmen. Voor het eerst voel ik mij helemaal op mijn gemak en nu moet ik morgen terug.

Het is een drukke camping met honderden tentjes. Iedereen gaat waarschijnlijk meteen van de boot hier naar toe omdat het lekker dicht bij Dublin is. Het is de duurste en smerigste kampeerplek van mijn tocht.

Op het laatste nippertje ontdek in een enorme slijtplek op mijn achterband. Voor alle zekerheid wissel ik voor- en achterband om. Er blijkt een vreemde slag in mijn wiel te zitten die zulke slijtage veroorzaakt.

Als ik door het dorp loop merk ik duidelijk het verschil met het begin van mijn tocht. Nu maak ik hier en daar een praatje, drink ontspannen een pint.
Gelukkig zijn er geen groepen jongeren met bussen aangevoerd. Gisteren was dat wel geval en werd ik omgeven door Tsjechische jeugd die per definitie veel lawaai maakt.

 

Dinsdag 1 augustus


De laatste dag

Uitgegeven 350 Ierse ponden = 927,50.
Het meeste geld ging op aan pinten Carlsberg à 2 pond.
Air Lingus vroeg 600,- voor mijn stoel en 115,- voor mijn fiets.

.

Rustig aan
Nog even over het strand, koffie, kalm inpakken en dan voorzichtig naar het vliegveld. De slijtplek op mijn band ziet er angstaanjagend uit, maar ik bereik vellig de luchthaven.
Lunch in een 'diner' die nog erger dan McDonalds is.

Het inpakken van mijn fiets in een plastic zak valt niet mee. Het is een soort krappe vuilniszak. Gelukkig krijg ik hulp van een vader die zijn dochter gaat uitzwaaien.
Een laatste pint en hup het vliegtuig in, plastic maaltijd op schoot.
Het valt mij op dat twee van de drie stewardessen grijze dames boven de veertig zijn. Eentje heeft een foeilelijke bril. Waar is de tijd van de aantrekkelijke stewardessen gebleven? Nu begint de vliegreis een beetje te lijken op een bezoek aan een wegrestaurant.

Op Schiphol weer assemblage van mijn bike, maar onderweg komt de binnenband door de slijtplek heen en moet ik mijn reserve band monteren. Die bobbelde ook, maar ik heb de stad gehaald.
Amsterdam lag er warm en leeg bij. De terrassen waren vol, het was 35 graden.

Henk van Faassen


naar boven


naar Stonehenge