tussen taal en beeld

.

Iedere reis begint ergens

Twee jonge duiven zitten nog steeds op hun nest voor mijn raam. Hun vlieglessen moeten nog beginnen.

De hondenuitlaatdienst haalt de hondjes van de overbuurvrouw op.

De poes komt traag aangestapt. Zij is buiten de deur geweest om te poepen. Als er niemand is om de buitendeur voor haar open te houden kan zij de hele nacht staan mauwen op de stoep.

Ik wandel rustig naar het busstation en stap op de Interliner naar Schiphol.
Ik ervaar de genoegens van travelling light, niet veel meer dan onderbroeken en tandenborstel heb ik ingepakt.
Gelaten doorloop ik de reeks routinehandelingen die toegang geven tot het vliegtuig naar Lesbos.


Kafeneio

Nargilehs en koffie
en theelepels jam
het oude koffiehuis
trots van de haven

Benen over elkaar
backgammon bord en koffie
alle bitterheid opgeslokt
pijn brengt vreugde

Een ouzo van mij
voor Nicolas, de visser
voor Thanassis, getaand
tussen zout en vis






















Hella, hella, een regenbui
De druppels hebben geen kans op de hete stoffige straat. Uit voorzorg doet het vrouwtje van de kiosk toch maar een stuk plastic over de kranten.

De enige fietsen die ik op het eiland zag hingen hoog tegen het plafond van een koffiehuis als decoratie. Behalve dan een paar kinderen op mountainbikes.
Het vervoermiddel hier is de brommer. Yamaha en Kawasaki Neo Max, met van die lullige spatschermen voorop.
Om me te logenstraffen racen ineens twee wielrenners voorbij.
Ik zuig maar weer eens aan mijn café frappé in de schaduw bij de haven.

 




De taxichauffeur die me naar het busstation brengt rekent me veel te veel omdat hij ‘telefono’ opgeroepen is.
Onderweg pikt hij ook nog alvast iemand op, maar dat mag de prijs niet drukken volgens hem.

Er is veel koele wind vanuit zee. In de haven liggen de douane, de kustwacht en een torpedobootjager netjes aan de kant te wachten op actie.
De kustwachter kijkt naar de televisie en op het marineschip loopt een matroos met een knuppel aan zijn riem wacht.
De scheepshond neemt de benen over de loopplank als hij een interessant teefje ruikt.

Luxe jachten, geregistreerd in Guerncy, liggen te pronken.






























Ik ben geen eilandbewoner
en zal weer
naar het vasteland terugkeren.





Het is donker op Mytilini Airport
Uitstappen in een stinkende oliewalm afkomstig van het vliegtuig en de busshuttle.
Omdat ik mijn bagage in de cabine meenam kan ik zonder meer in een taxi stappen, dat wil zeggen nadat iemand de sleutel van de uitgang van het vliegveld gevonden heeft.

De taxi scheurt me door de zwoele avond naar de Salinas Gardens.
Ik neem een bad en ga lekker in de stad eten.
Het hapje prut in het vliegtuig mag, zoals gewoonlijk, geen naam hebben.
Ik bestel sla, tsjatiki en een geroosterde tentakel van een inktvis.
De ouzo gaat per flesje en dat tikt aan, maar ik ben bestand tegen alles.

Met de zelfontspanner fotografeer ik mezelf in het eerste koffiehuis van mijn ‘onderzoek’. De Grieken kijken op als er plotseling vanuit een hoek een lichtflits komt.
In plaats van koffie drink ik een Amstel pils met een frietje er naast.
Ik slaap goed met de luiken op een kier.


Het koffiehuis
De Griekse mannen betalen mijn ochtendkoffie en steken verhalen af die ik niet versta.
Weer flits ik mijn aanwezigheid.

Een van de mannen heeft vroeger brillenglazen geslepen in Pensylvania USA. Hij praat over zijn kinderen en kleinkinderen die daar nog wonen.
Het gaat over de auto’s waarin ze rijden en het geld dat ze verdienen.

In de tavernes zitten de mannen urenlang te eten.
Ze plukken de visjes met vette vingers uit elkaar en soppen hun brood in alle mogelijke prutjes waar ik de namen nog niet van ken.
Ik doe het ook maar op die manier.

Ach, de schotels in het restaurant zijn allemaal voor twee personen bedacht.
De stapel gefrituurde aubergines is enorm. Op de schaal liggen er vijfentwintig gegrilde sardines op een rij.
De ouzo kan ook hier uitsluitend per flesje besteld worden wat zo langzamerhand tot behoorlijke dronkenschap kan leiden. Gelukkig verwaait de alcohol in de zeewind.
De dienster heeft de friet vergeten en dat is maar goed ook want ik plof zowat.

De buren in mijn hotel, ik geloof dat het Belgen zijn, maken het laat en vallen luidruchtig op hunne krakende bedden. Net als ik ingedommeld ben met mijn overladen maag..








naar een ander eiland



1 5 2018