tussen taal en beeld

 

te voet



Maandag 10 juli 1978

Amsterdam - Stockholm
Vroeg op.
Met lijn 4 naar het Centraal Station.
07:44 aankomst Stockholm.

 

In de niet roken coupé van de trein is altijd plaats

Een rabbijn gaat mee tot Amersfoort.
Een Amerikaanse jongen die gitaar wil gaan studeren, en een heel mager meisje, reizen mee tot Kopenhagen.
In Bremen komen er een dikke mevrouw en twee giechelende bakvissen bij.
In Hamburg een dikke Engelse troela.

In Kopenhagen is het niet mogelijk een slaapplaats in de trein te krijgen.
Zelfs het wisselen van papiergeld in munten lukt niet. Dat had ik moeten begrijpen zegt de man.
Mijn Deense vriendinn Jette in Ahus opgebeld, ze was gisteren jarig, maar klonk niet blij.

Een uur later vertrek ik naar Stockholm. Ik zit in een verstelbare vliegtuigstoel naast een zwijgzame Arabier.
Het lijkt prettig zittend te slapen, maar op den duur valt dat zwaar tegen.
Ik word om het uur wakker.



Dinsdag 11 juli.

16:30 slaaptrein naar Abisko.


Ik blijf niet lang in Stockholm

Een beetje rondsjouwen, drink koffie in een konditorei uit een samowar.
Stockholm heeft alle kenmerken van een toeristenstad.
Ik vind er geen plek om even te liggen en uit te rusten van een vermoeiende treinrit.
In de stad zijn ridderkastelen, paleizen, met wachters in een soort speelgoeduitrusting die leuk de wacht wisselen.
In de stadsbibliotheek is het rustig. De kinderen doen netjes hun schoenen uit voor ze in de leeskuil stappen.
De Svenska Turist Föreninge geeft mij niet veel gegevens over Lapland mee.
Er is een mooie vitrine met de ideale uitrusting, het ideale voedsel en de ideale kleding.

De coupé is rustig, één heer met zijn vrouw, maar die mocht niet in dezelfde slaapcoupé. Een andere man die veel lacht wel.
Hij sleept brandewijn in een koelbox mee. Hij drinkt gelukkig in de gang.
Ik heb veel last van mijn schouder, maar daar is het mannetje met de brandewijnfles voor om me een stevige slaapmuts te geven.

 

Woensdag 12 juli.

07:30 wakker.
Startplaats: Abisko.


Zodra het licht wordt is het mannetje met zijn fles er weer

Zo vroeg heb ik nog niet zo'n trek in brandewijn, het mannetje wel.
Hij is van plan te gaan vissen en heeft de wurmen al bij zich.
Hij zal nog vele flessen nodig hebben.

Ik stap uit in Abisko Ö .
Dat blijkt niet het toeristenstation te zijn. Dat is 5 km. verderop.
Hier is het zeer verlaten, op een gebouw naast de spoorbaan na. Ik voel me zo lullig eenzaam dat ik overweeg om maar meteen met de volgende trein naar huis te gaan.

Ik kampeer bij een meer.
De muggen laten merken wie daar de baas zijn.
Ik heb veel last van mijn arm. Geen zin om te koken loop ik maar een beetje rond te klooien.
Dit is dus het startpunt van 'nooit meer slapen'.

Op één van de stations onderweg had ik een tomaat en een stukje spek gekocht. Dat gooi ik, samen met wat ik toevallig in mijn rugzak tegenkom, in een pannetje. Bak mijn maaltje op een houtvuurtje.

Een wandeling vrolijkt me niet op.

Donderdag 13 juli.

09:00 Vertrek
Alt. 386 m.
Spatjes regen.
Barometer 0 = 1038
Afst.: 21.5 km.
11:00 de eerste hangbrug.
13:30 Abiskojaurestugorna.
Afst. 15 km.
Temp. 10°
Alt. 480 m.
Af en toe regen.
15:00 verder.
17:45.
Alt. 900 m.
Zwaar bewolkt.
19:00 de wind gaat liggen.

 

Ik heb goed geslapen

Nu echt op pad.
Stop bij een meertje.
Tent opgezet.
Alles is drijfnat van zweet en regen.
Drogen lukt niet.
Droge kleren aan.
Ik ben verder getrokken dan het plan was.

Een van de eerste dingen die ik moet doen is mijn paspoort drogen tussen twee pagina's van Vrij Nederland.

Vrijdag 14 juli.

05:30 opstaan.
08:10 vertrek.
Afst.14 km.
13:15 Alesjaurestugorna.
Temp. 7
°

De zon wil schijnen, dus moet ik mijn kleren drogen.

Ik voel me prima op deze verlaten plek tussen de bergen.
De zon is er nu helemaal.

In de middag regent het bakken van de hemel.
Ik vraag me af of ik verder kan gaan.
In de STF hut is het warm, dus voor het moment is alles goed, maar hoe verder?
Omdat het in de bergen sneeuwt besluit ik te blijven.
Er komen meer natte mensen binnen strompelen.
De hut wordt gerund door twee Zweedse meiden, de ene is bibliothecaresse en de ander parttime tekenjuf.
Ze zijn afstammelingen van de Samen.
Het is leuk om met ze te kletsen.


Zaterdag 15 juli.

07:45 vertrek.
13:15 Alt. 1200 m.
14:45 weer verder.
17:15 Sälka.
Afst. 23 km.
Temp. 5
°
Alt. 900 m.

Met volgelopen laarzen over de hoogvlakte.



Aankomst in een hutje boven op een bergpas.
Er is een sneeuwstorm gaande. Binnen is het warm.
Er zijn meer mensen die daar schuilen.
We eten Blabarsupa (bosbessensoep).

Weer de barre buitenwereld in. Een moeilijk stuk.
Mijn volgelopen laarzen zorgen voor een blaasontsteking. Aanvallen van woest schreeuwende vogels.
De marmotten (lemmingen?) rennen voor me uit.
Kuddes rendieren blijven op veilige afstand.
Ik voel mijn energie weglopen.
Gelukkig heb ik de wind en de regen in de rug.

Plotseling, en eerder dan ik had gedacht, is daar Sälka.
Dat betekent kleren drogen en eten koken.
Een aardige oude Zweed heeft de koffie klaar (5Kr.)
Wachten tot de kleren droog zijn en dan een tentplek zoeken.


Zondag 16 juli.

9:30 Late start.
13:15 aankomst Singis.
15 km. gelopen.
14:45 weer verder.
18:00 Kaitumjaurestugan.
Alt. 600 m.
Afstand vandaag 30 km.

 

De zon is er, maar wel achter een paar wolken.

Een prachtige tocht.
Wel wat te veel gelopen.
Tentje tussen berkenbosjes opgezet. Prachtig uitzicht.
Er zijn hier veel meer muggen.
Ik ril van vermoeidheid en val in mijn donsjack in slaap.
Twee uur later gewekt door het klapperen van de tent.
Er moet eten komen.
De klote azukibonen willen niet gaar worden ondanks dat ik ze de hele dag in een potje water meegesleept heb.
Honger maakt rauwe bonen zoet.
Ik overweeg ze weg te gooien, een half pond bonen weegt hier drie kilo.
Volgend jaar zullen hier azuki's groeien.

 

Maandag 17 juli.

10:30 wakker

Ik ben uitgeslapen en maak een lui ontbijt.

Rondkijken vanachter klamboe.
Sterk wisselende temperaturen.
Donsjack aan en uit.

Ik lees:
"op eenden jagen is precies als het neerschieten van autoclaxons"
(L Durrel)

Met de verrekijker blik ik in een waterval en een stroomversnelling. Ik moet uitkijken dat ik niet verdrink, daar.


Dinsdag 18 juli.

8:15 bewolkt, wind en spatjes regen.
Afst 23.5 km.
11:10 Teusajaure.
13:15 naar Vakkotavare.
17:30 Akkejoure


Op de hoogvlakte gaat het stevig regenen.

Ik kom aan bij het meer van Teusajaure, maar het waait te hard om mij te laten over roeien.
Later pikt een motorboot mij op en brengt mij naar de overkant.

Woensdag 19 juli.

Met de bus naar Vietas.
Met een bootje naar Saltoluokta.

Had gehoopt op droog weer.

Het werd even anders.
Laat opgestaan.
Wat daarna kwam was even doorbijten.
De afdaling is zwaar.
De laatste 3 km heuvelafwaarts verdwaal ik.
De kaart klopt niet, ik zit aan de verkeerde kant van de rivier.
Een worsteling door de bush.

Ik kom aan bij in een hut waar een groep Denen aangekomen is.
Dat is niet zo erg, maar een groep Duitsers dat isverschrikkelijk.
Ze zijn er ook, compleet met führer, rode stierennekken en lederhosen.

In Vietas is er koffie en post.
Ik kampeer op de berg.
Het giet nog steeds.
Ik beschik steeds minder over droge spullen.

 

Donderdag 20 juli.

09:00 een blik uit de tent.
14:30 Sitojaure 20 km.


Zou het vandaag minder regenen?



Het is nu bewolkt maar in de verte zie ik licht. Daar achter is het pikzwart.

Fikse wandeling zonder regen.
Het is dit jaar geen lemmingjaar, maar de Fjällabb, de longtailed skua's zijn er wel.
Ze vallen mij voortdurend aan en ik moet zorgen dat ik een tak aan mijn rugzak bind die hoog boven mij uitsteekt.

 

Vrijdag 21 juli.

08:00 per boot naar Sitojaure. 08:30 richting Aktze.
Temp. 40° in de zon.
Afst. 8.5 km.

 

De zon staat stralend aan de hemel.

Al mijn kleren zijn droog.
Daar zijn de muggen weer.
Een echte appel gekocht (4 Kr.)

Prachtig uitzicht over de delta. Ik heb mij voor het eerst helemaal gewassen. Dat is een bijzondere gebeurtenis.
Wegens het aanvallende ongedierte is het onmogelijk me vaak te wassen.


Zaterdag 22 juli.

Skierfe
Afst.16 km.

Zonder bepakking naar Skierfe.

Het is een hoge top, 1200 mtr.
Na tweeënhalf uur klimmen uitzicht over de beroemde delta.
Nog steeds mooi weer. Later op de dag regen.
De stroompjes die 's morgens rustig tussen de stenen kabbelen zijn na een regenbui woest kolkende rivieren.
Ik hoor verhalen van mensen die twee uur moesten wachten voor ze over de rivier konden komen.

De Rappadalen heeft alle kleuren groen en grijs die te bedenken zijn. Alle armen van de delta hebben een andere kleur.
Dat is alleen van bovenaf goed zichtbaar, samen met een blik op de rest van de Sarek geeft dat een indrukwekkend 'widescreen' filmeffect, vooral als er nog een piepklein watervliegtuig, als aan een draadje, door het dal komt gevlogen.

Ik aarzel voortdurend mijn tent uit te gaan. Als ik de flap open doe komen de muggen met z'n allen op bezoek.
Het kost een half uur om ze er uit te krijgen. Een enkele plakker zuigt zijn buik vol en geeft een bloederige spetter op het behang van mijn tent.

 

Zondag 23 juli.

08:30 Oversteek met de boot.
Alt. 750 m.
Mooi weer.
Afst. 12.5 km.

De muggen zijn nu echt te gek.

Ik moet maken dat ik weg kom.
Ik was hier eerder.
Waar we vroeger kampeerden staat nu een plé.
Snel door het bos met een berkentak als muggenmepper.
Op de plek waar we eerder kampeerden, bij de waterval van Rittak Nammates, vind ik zelfs nog de afgezaagde rendierhoorn in een spleet tussen de rits, tesamen met een stapel hout dat we voor ons kampvuur verzamelden.

Er is nu een brug over de rivier.
Ik neem een bad als de muggen weggewaaid zijn. Alles prima voor mekaar

 

Maandag 24 juli.

 

Veel wind is goed tegen de muggen.

Het zal een luie dag worden. Een beetje rond lopen, in principe vakantie houden.
De plek geeft veel herinneringen en herkenningen en dat is wel aardig.
Ik voel me prettig, zo prettig dat ik weinig zin heb om door het bos naar Kwikkjok te lopen als het eten op is.

Dinsdag 25 juli

10:00 langs bekende paden.
14:30 tent opgezet
Afst. 10 km.

De lucht is grijs met spatjes regen.

Ik moet maar weer op stap.
De gretigheid waarmee de muggen zich aan de maaltijd zetten, nauwkeurig de fijnste plekjes uitzoekend, is walgelijk.
Ze zuigen zich vol tot de dood er op volgt.

Het begint harder te regenen en ik sla vroeg mijn tent op.
Bak een omelet van eipoeder, melkpoeder, gedroogd vlees en gedroogde ui.
Ik heb veel last van mijn arm, vooral als ik, door een steen onder mijn slaapzak, niet goed kan liggen.
Tot overmaat van ramp valt mijn eten van de primus af.
Zoiets gebeurde de vorige reis ook al. Afijn.

Woensdag 26 juli.

8:00 vertrek met mooi weer.
12:00 Kvikkjokk.
Afst 12 km.

Gedraaf door de blubber.

Het lopen in de bossen valt niet mee.
In Kvikkjok kan ik appels, bier, pepperkakor, tomaten en prei kopen. Dat is wel weer even lekker eten.

Rest van de dag in de zon zitten, me wassen en rondgeklooid.

 

             
  Donderdag 27 juli.

Rustdag, voorbereiden voor Padjalanta.

Het is mooi vakantieweer en ik maak af een toe een wandelingetje.
De pret wordt bedorven als een bungalowtent vol Duitsers naast me komt staan.
Gelukkig aan de andere kant een Hollands Sleetentje zodat ik aanspraak heb.

Vrijdag 28 juli.

Afst. 24 km.

Vanwege de Duitsers sta ik vroeger op.

Ze blijken dezelfde route als ik te volgen.
Het wordt een lange hete tocht door de berkenbossen en de metershoge plantengroei. Af en toe heeft het iets weg van een groene hel.
De weg is ongelijk en mijn voeten begeven het bijna van vermoeidheid.
Er groeien wel prachtige bloemen aan lange vreemde stelen.
De meeste stromen die ik oversteek zijn zeer woest met veel geruis, geborrel, gefluister en gekokkel, maar deze keer kampeer ik aan een stille rivier.
Het is een goeie plek.
Drie jongens zijn aan het vissen en beloven mij een maaltje. Maar ze vangen niets. We drinken koffie en kletsen wat met elkaar.

Zaterdag 29 juli

09:30, op pad.
16:00 kamp maken.
Afst. 18 km.

Door een landschap met veel moerassen.

Ik zak diep in bruine modder weg.
Iedereen probeert een droog pad te vinden, maar meestal is het beter gewoon rechtuit te gaan.
Door de stenen onder de modder komt er een scheur in mijn laars. Mijn overhemd is al vaker gescheurd. Aan de trekkers die ik tegenkom vraag ik of ze plakspul bij zich hebben.
Als iemand dat bij zich heeft blijkt het in het geheel niet te plakken.
Verder met natte linkervoet. Het maakt ook niet veel uit want mijn rechtervoet is ook nat.
Mijn tentje staat op een klein eiland.
Het blijkt een ramp: daar zijn de Duitsers weer. Ze kamperen nu op 300 m. afstand.
Blijft dat zo?


Zondag 30 juli.

08:30 prachtig weer.
15:00 tent opgezet.
Afst.17 km.

Boven de boomgrens.



Het is een verademing.
Ik zie alles ver om me heen. Tot nu toe liep ik steeds op ongeveer dezelfde hoogte door het dal.
Nu klim ik naar de Tarraluoppa en dan is het echt goed.
Het is een gebied dat doet denken aan Finnmarken, steeds meertje op een hoogte tussen 900 en 1000 m.
Ik voel me best maar de vermoeidheid komt eerder dan verwacht.
Maar dan is daar Tuottar en ik besluit al vroeg om kamp te maken.
Ik was mijn kleren en herstel mijn overhemd dat door de wind scheurde. Ik doe hem in mijn rugzak en zal hem nog vaak bij elkaar moeten naaien, of weggooien.

Vanuit mijn tent overzie ik bijna de hele Padjalanta.
Als het weer betrekt zien de besneeuwde bergen er minder vriendelijk uit.
De stilte is intens, behalve dan als er twee keer per dag een watervliegtuigje over komt.

De kleine helikopters zijn druk doende landingsplaatsjes op mijn enkels te zoeken. Ik mep ze dood.
Mijn buurmannetje blijkt een lemming te zijn die steeds zenuwachtig dekking zoekt als ik me laat zien.
Als ik in het meertje duik blijkt dat ik met mijn linkerarm geen zwemslagen kan maken, een vervelende zaak.
Het is jammer dat ik geen verstand van roofvogels heb want die zwermen om mij heen. Sommige zijn zo groot dat er een dreigende schaduw over mij heen trekt als ze boven mijn hoofd op zoek naar prooi zijn.


Maandag 31 juli.

Afst. 13 km.

Het landschap is te goed.

Het is een prachtige ochtend, alles moet maar langzaam gaan. Uitgebreid ontbijten, sloom inpakken, af en toe lekker zitten rondkijken.
De wind waait de muggen weg en de enkele die overblijft is het haasje.
Gisteren veranderde plotseling de lucht met dreigende plekken en gordijnen van zonnestralen. Maar het bleef bij waaien.
De Padjalanta is goed.

Ik moet alles met zeer veel overleg eten. Een partje meer of minder chocolade is een hele beslissing.
Tot nu toe heb ik nog steeds voedsel dat ik uit Amsterdam meenam. Een deel zal ik, met moeite, niet opeten, het blijft permanent een 'noodrantsoen' voor twee dagen.
Mijn laatste omelet bak ik vandaag, maar er is nog proviand genoeg voorhanden.
Vandaag een gevecht tussen een steenarend en de bekende Fjallabs gezien. De arend had weinig kans tegen twee van die snelle pijlstaart meeuwen. Af en toe komen die ook op mij af. Ik moet ze met mijn stok van me af houden.

Ik maak steeds meer luie trajecten zodat ik langer in het landschap blijf. Nu zit ik bij een meer waar af en toe een Samen komt vissen.
Na een paar uur bevalt de plek me niet meer omdat de wind vrij spel heeft op mijn tent.
Het oppervlak van de ondergrond is niet stabiel, dat wil zeggen een dun laagje aarde over de rotsen. De tentpennen hebben in deze kattenbakvulling geen houvast. Een eindje verderop is gras met bloemen, een soort alpenweitje, dichter bij het water en met meer beschutting.
Te lui om alles in en uit te pakken sleep ik de tent met alles erin daar naar toe.
Dat doe ik nooit meer, want de 27 kg. die ik normaal op mijn rug draag is verschrikkelijk zwaar als ik die op deze manier verplaats.
Inmiddels waait het beneden ook. Als ik naar boven ga om te voelen hoe het daar is blijkt het er windstil.

Recept voor één pan en één lepel en de wens om soep vooraf en een hoofdmaaltijd te eten.
Men neme: een handvol proviand, een hoeveelheid Japanse spaghetti, wat gedroogde uitjes, een soepblokje, peper, zout en een scheut maïsolie (of zonnebloemolie, ik weet niet meer wat ik meedraag)

Gooi er water bij en kook het zooitje. Als het te dik blijkt te worden nog wat water erbij. Als alles gaar is miso erbij, goed omroeren en dan de helft van de soep opeten.
Hierna het mengsel aanvullen met aardappelpoeder tot er een smeuïge maaltijd ontstaan is. Drink er een fris glas Gutvade bij.

Ik zie drie bergen over het meer. Het licht verandert. De bergen krijgen tinten grijs die zo dicht bij elkaar liggen dat ze één worden, vooral als de regen er sluierend overheen gaat.
Als ik alles wil beschrijven moet ik natuurlijk ook het merkwaardig helder groene gras, waarop mijn tent staat, meetellen. Zonder dat zijn het meer en de drie veranderende bergen, met hun totale stilte, er niet.


Dinsdag 1 augustus.

Afst.6 km.

Het heeft vannacht gestormd.

In de regen en wind bleef alles overeind.
Het was de voorzienigheid die mij vertelde de Kliem, zoals ik mijn tentje noem, te verplaatsen.
Mijn drie bergen zijn nu helemaal verdwenen achter bolle wolken die zo'n 50 à 100 meter boven mijn kop hangen.
Daartussendoor schijnt af en toe de zon waardoor er nog wat glinstering in het meer komt. Het weer blijkt steeds weer de doorslaggevende factor te zijn bij het beleven van de omgeving.
De vliegtuigjes, op weg naar Kalo, scheren vlak boven de grond over mij heen.
Kleur, temperatuur, muggen en altitude beïnvloeden mijn opname.

Stalouokta is slechts een uur lopen en daar is een Lappenwinkeltje waar een vreetkick bij mij losbreekt.
Behalve dat winkeltje is er een bewoonde Samen nederzetting met een Samenkerk. Het is een prachtige plaggenhut met binnen mooi blank gelakte planken. Op de vloer geurige bladertakken met daaroverheen rendierhuiden. In het midden een vuurplaats en verder een altaar en een preekstoel. Er worden elke dag diensten gehouden.
Alle kerkgangers gaan in twee rijen staan voordat de dienst afgelopen is.

De patrijzen zijn zo tam dat je zou kunnen aaien, maar dat willen ze nu net niet.
Het is een beetje druk want de watervliegtuigen landen vlak voor mijn tent in het meer.

Woensdag 2 augustus.

10:00 op pad.
13:00 tent opgezet

Weer de bergen in, nu met uitzicht over het meer.

Een niet al te lange tocht tot de volgende stuga in de verte.
Een vogel met oranje plastic poten protesteert hevig als ik de tent opzet. Iedere keer als ik opsta pikt hij de boel bij elkaar.
Hij woont aan de andere kant van het meertje, dus waar maakt hij zich druk over?

Ik kampeer op een door gletsjers gevormd eiland. Aan de ene kant loopt het steil af naar een meertje waar de beste en zachtste tentenplek blijkt te zijn.
Ik sta aan de rand van een afgrond. Aan de andere kant een riviertje.
Meerdere ophogingen liggen daar als dode walvissen in de richting van het meer. Er is wat begroeiing, maar slechts een dunne laag. De meeste plekken zijn harde kale rots waarin de slijtplekken van de gletsjer duidelijk te zien zijn.
Er blaast een ijskoude wind, regelrecht uit Noorwegen, over het meer.
Ik was mij bijna dagelijks poedelnaakt in het ijskoude meer.
De muggen en de temperatuur laten me koud. Het is de enige manier om niet te erg te gaan stinken.
De meertjes liggen vlak bij elkaar, maar op verschillende etages, zonder verbinding met elkaar. Ze hebben allemaal wel een verbinding met het grote meer.

Elke keer als ik mijn kop buiten de tent steek begint die oranje poot te schreeuwen. Ik denk dat hij nog wel een steen naar zijn kop krijgt.

Droom: tent opgezet bij het voetbalstadion in München. Even naar Amsterdam gegaan. Bij terugkomst stond alleen mijn tent er nog. Er was een wedstrijd geweest en er hadden auto's om mijn tent geparkeerd gestaan. Het is eigenlijk een nachtmerrie.


Donderdag 3 augustus.

11:00 vertrek
16:00 kamp bij Stalo.
Afst. 24 km.

Totaal gelopen 293 km.

De valleien zijn behoorlijke tochtgaten.



De wind blaast ijskoud, van alle kanten, met een hevigheid zodat je je kop vast moet houden. Ik maakte hem aan mijn capuchon vast.
Het is geen pretje om tegen die wind op te tornen. Verder blijkt het pad zonder planken door het moeras te gaan. En dat met een lekke laars.

Het is één van de zwaardere tochten ondanks de zon.
De moerassen zijn te gek te diep en te breed. Op het laatst ga ik er maar dwars doorheen. Het volgen van een pad heeft geen zin meer. Hogere plekken zijn er niet. Ik zit helemaal onder de modder.

Ik ben van plan om bij het meer Njaltapajaure te kamperen, maar daar komt niets van terecht. Het is vreemd hoe bar en boos het weer kan zijn onder een strak blauwe lucht.

Als ik in Stalo aankom betekent dat een echte appel, Maria biscuitjes en chocolade met sinaasappelsap.
Nog steeds die vervloekte wind, maar nu toch getemperd door de bergen. Ieder land heeft zijn Mistral of Noord Ooster, dus waarom zou ik hier geen koppijn krijgen van de plaatselijke windsoort.
Gevonden: afgekloven botten en aasgierenstront, niet ver van de tent.

 

Vrijdag 4 augustus.

Moeiteloos terug in Kvikkjokk.

Gelukkig nog net niet hardop, zing ik 'lang zal ik leven'.

Ik geef mijzelf als verjaarscadeau een luchtreis naar Kvikkjokk.
Ik heb het gevoel dat ik genoeg gelopen heb.
Van diep uit de modder tot hoog in de wolken heb ik Lappland meegemaakt.
Alle temperaturen, alle vormen van neerslag en wind, alle kleuren van de regenboog.
De regenboog die als het ware vlak naast me de grond raakte.
Ik zag alle tinten van de lucht en wolkenformaties. Bergen waren er in soorten en maten.
Blaren aan linker en rechtervoet.
Een overhemd aan flarden. Een trui vol gaten. Eén laars lek.
Af en toe in mijzelf aan het praten.
Het wordt tijd voor de aftocht.

En toen ging ik dan met een watervliegtuig de lucht in.
Er was veel wind en we slingeren heen en weer.
Het is een goed gevoel daar boven neer te kijken op al die kilometers geploeter.
In een half uur een afstand afgelegd die mij 5 dagen lopen kostte.
Het hele landschap in een andere gedaante.
Het lijkt natuurlijk veel op wat er op de kaart staat, maar de kleuren en de diepten van de meren, het ontbreken van hoogtelijnen, dat alles maakt het wel anders dan bij iedere rots de kaart bekijken en beslissen hoe verder te gaan.


Zaterdag 5 augustus

Denen in groepsverband zijn erg.

Ze houden me uit mijn slaap.
Er waren er een stuk of twaalf en om de een of andere reden moeten ze precies rondom mijn tent zijn met hun rugzakken die ze nog nooit geprobeerd hebben te dragen.
Ik ben getuige van een gevecht met riemen en heupbanden als ze vertrekken. Ze zien er uit als wandelende kerstbomen. Iedere Deen heeft een kompas en een vergrootglas om zijn nek hangen. Er is maar één kaart in de groep voorhanden. Ze hebben alle mogelijke hulpmiddelen voor aan de rugzak gekocht, maar niemand weet hoe die vastgemaakt moeten worden.
De leider deelt voor vertrek pillen uit en ieder die een fles spiritus bij zich heeft moet zijn hand opsteken. Is de leider bang dat er spiritusdrinkers zijn?

Wie kom ik bij het kerkhof van Kvikkjokk tegen? Het is het magere oude vrouwtje uit Arnhem. Ze is er weer, vol met verhalen over waar ze was en waar ze naar toe gaat.
Bij een vorige reis door Lappland had ik haar uit een hevig stromend riviertje moeten trekken toen ze meegesleurd dreigde te worden.
Ze trekt ieder jaar door de bergen van Noorwegen naar Zweden. Haar kinderen en kleinkinderen maken zich wel grote zorgen, maar daar trekt ze zich niets van aan. Dapper gaat ze op pad van hut naar hut, met in haar rugzakje niet meer dan een paar pakjes gedroogde soep. Ze kan zich die valpartij nog goed herinneren en was toen blij dat ik destijds pleisters bij me had.
We zitten lekker een uurtje in de zon te kletsen alsof het doodgewoon is elkaar boven de poolcirkel aan te treffen.


Zondag 6 augustus

Mijn nacht wordt bedorven door dronken Duitsers.

Ze lallen tot drie uur door, de klootzakken.

De terugreis is begonnen met een lange busrit naar Murjok waar op de trein gestapt kan worden.
In Boden moet ik vier uur wachten, en dat in een zondagse Zweedse plaats waar niets te doen is. Geen wonder dat veel Zweden alcoholist zijn. Wat een troosteloze aanblik rond het station, of zou er een oude binnenstad zijn? Ik heb tijd genoeg maar er is niets, niets. Wat een zondag.

Ik heb een plaats in een slaapwagen die ik deel met een Zweedse gymleraar die Engels spreekt. Met hem kom ik de tijd wel door.


Maandag 7 augustus


21:00 met de nachttrein

Er is geen drank in de buurt.

Ik slaap iets minder vast dan op de heenreis.
In Stockholm moet ik overstappen. Een couchette dit keer.
De trein vertrekt laat dus ik heb een hele dag de tijd om de stad te bezoeken..
Ik koop nieuwe Zweedse laarzen, bezoek een museum en krijg vermoeide voeten. Aan de haven kijk ik naar het historische schip de VASA dat geheel in golfplaten ingepakt is.

In de leeszaal van het Kulturhuset ligt de Volkskrant. Dat wil wel leuk zijn. De stad toont zich op een betere manier dan toen we er op een vorige reis per auto door kwamen. Vooral de eilanden in de haven zijn prettig om te verblijven.
Nu heb ik Tretorn laarzen die ik eigenlijk op mijn voettocht nodig had.
Ik eet in een Joods restaurant met sympathieke bediening hoewel niet kosjer.

In het couchette-rijtuig twee Engelse jongens en een Fins meisje. De trein is een typische Duitse aangelegenheid in groot contrast met de Zweedse treinen. De conducteur is de führer, geen vragen, afwachten maar.



Dinsdag 8 augustus

In Kopenhagen snel een trein naar Ahrhus gevonden.

In de vroege ochtendmist overgevaren naar Denemarken.

Nu maar hopen dat mijn vrienden Jette en Thorkild thuis zijn.
Zoon Björn ontvangt me met een brede lach en maakt koffie.
Dochter Camille is zo verlegen dat ze naar de wc rent en daar een half uur blijft zitten.
Gewandeld en gewinkeld en bezoeken afgelegd.


Woensdag 9 augustus

Uitslapen, de stad in.

Donderdag 10 augustus

Hup de trein in naar Amsterdam.