tussen taal en beeld
             

De treinreis

Drie juli negentienhondernegenenzeventig, achttien minuten over acht.
Ik vertrek precies op tijd van het Centraal Station op weg naar Griekenland.
De coupé met couchette deel ik met een gepensioneerde treinconducteur, zijn vrouw en zijn dochter. Hij heeft zichtbaar plezier in de treinreis, beleeft zijn oude vak weer helemaal. Hij wijst me op de vele kenmerken van treinstellen en locomotieven die op de stations staan. De dochter zit er een beetje sullig bij, ze kent de verhalen van haar vader zo langzamerhand wel.

Dan is er de zenuwachtige zeer jonge moeder met haar tweejarig zoontje. Ze is getrouwd met een kettingrokende Joegoslaaf. We zitten in een niet-roken coupé, de man moet voortdurend de gang op om aan zijn verslaving te gehoorzamen.







 
Op een uitgeklapte slaapbank

Een paar Duitse pilsjes in mijn buik klotsen met de bewegingen van de trein mee. Zoals gebruikelijk is de kleine ruimte van de couchette te heet om echt lekker te slapen.
De spoorwegman prijst de coupé aan als het nieuwste van het nieuwste.
Ik moet er nog achter komen hoe lang hij al met pensioen is want de wagon lijkt me heel gewoon.

De coupé geeft een spannend verre-reis-gevoel
De spoorwegman, of eigenlijk het spoorwegmannetje, want hij is nogal klein van stuk, heeft overal een verhaal bij. Hij vertelt over treinen die zo hard de berg afrijden dat ze in plaats van stroom te gebruiken die afgeven aan het elektrische net. Ik weet niet zeker of dat wel kan, maar het klinkt acceptabel.
Als de Duitse conducteurs de kaartjes komen knippen, knoopt hij ingewikkelde gesprekken met ze aan. Vaak staart hij uit het raam en geeft op de rangeerplaatsen de treinen die hij ziet mompelend namen: "daar heb je weer zo'n koektrommel".
Het is opmerkelijk hoe onzeker hij nu zelf als reiziger is. Het gedoe met koffers, kaartjes en paspoorten gaat hem in deze ondergeschikte rol duidelijk minder goed af dan toen hij zijn uniform nog droeg.
Hij mist de zekerheid van zijn kaartjestang.
Moeder en dochter spoorwegman zijn volkomen kleurloos en truttig. Hun gesprekken gaan over niets, over de kleren die ze eigenlijk mee hadden moeten nemen maar die ze kennelijk niet bij zich hebben.

De Joegoslaaf en zijn gezinnetje is op weg naar familie in Rijeka.
Het werk bij een koppelbaas in de haven beviel hem niet. Hij zou wel in de horeca willen werken, maar denkt daarvoor eerst zijn taal beter te moeten beheersen. Hij kijkt, ondanks dat, met Slowaakse minachting neer op het studeren van zijn kleine vrouw die avond-mavo doet.

Vlak voor München worden we gewekt.
Smerige nescafé in een klein plastic bekertje voor de prijs die je in een chique restaurant moet betalen voor een espresso met een verpakt koekje.
Het regent.
En als het regent in Duitsland ziet het landschap er nog erger en grauwer uit dan normaal.

Op het Hauptbahnhof heb ik even de tijd het station uit te lopen en een blik op de stad te werpen.
Het is voldoende om de ellende van een Duitse stad in de regen te ervaren. De grote kantoorgebouwen zijn herbouwd, maar stralen nog alles af van de architectuur van het derde rijk.
De Beierse grootvaders lopen als levende karikaturen rond in groene kniebroeken en hoedjes met een pluim. Het is geen opwekkend gezicht.

Overstap op de Hellas Expres
De kwaliteit van de coupés is stukken minder dan die van de Bundesbahn. De bekleding is smerig, er liggen smerige loszittende matten op de gang. De mannen die met karretjes drank en voedsel langskomen hebben er steeds problemen mee. De minibarkarren in Joegoslavië hebben een bizarre vorm en daarbij komt nog dat de rijstijl van de steward niet best is.
De eindeloosheid van de reis wordt me steeds meer duidelijk.
Tot München ging alles precies op tijd. In Salzburg hebben we al een vertraging van twintig minuten. Die achterstand loopt op tot drie uur in Athene. Maar daar zijn we nog lang niet.

Tot nu waren twee van de zes plaatsen in de coupé bezet. Dat wordt anders. Een vrouw van Griekse afkomst, getrouwd met een Deen, gaat op familiebezoek. Ze sleept een grote plunjezak vol tweedehands kleren mee. Ze heeft ook een onhandig stel buizen bij zich die moeilijk in het bagagerek passen. In elkaar gezet moet het een soort wasrek worden. Daarnaast een veel te grote koelbox, verschillende koffers en een tas.
Er komen drie Nederlandse jongens en een meisje bij.
In de naaste coupé zit een horde Nederlandse meiden van het John Travolta type. Een hinderlijk stelletje dat hun Nederlandse uitgaansleven meegenomen heeft.

De Joegoslavische grens brengt moeilijkheden voor het arme spoorwegmannetje. Het paspoort van zijn dochter is verlopen. Het noodlot treft juist hem, terwijl de controle verder oppervlakkig is. Hij staat nu voor de keus zijn truttige dochter achter te laten of samen terug naar Oostenrijk te gaan. Triest zeulen ze met z'n drieën de koffers over het perron van Jesinice.

Gesprek met een Griekse vrouw
Ze bespreekt met mij de kwaliteit van het Deense voedsel in vergelijking met het Griekse. Ze is een fan van Rudi Carell. Ik kan mijn geluk niet op.
Ik ga maar eens slapen. Het station van Zagreb heb ik nog gezien en ik word wakker ergens tussen Beograd en Skopje. De trein stopt vaak, moet wegens aardbevingen op enkel spoor rijden.
Tweemaal passeren we omgevallen treinen. De laatste ontsporing heeft 180 doden gekost.
Ik val weer in slaap en word wakker in Athene.


 

Peloponnesos 

De kleur van het landschap is grijsgroen, de reizigers van het Ballongezelschap, veelkleurig.


Het is twee uur in de nacht.
De rest van nacht slaap ik op het perron van de Peloponnesische spoorwegen. Om half zeven zal er een trein vertrekken. Ik ontwaak bij het geluid van rangerende wagons. Er blijken hele rijen mensen naast me te slapen. De schoonmakers beginnen er voorzichtig tussen door te vegen.




Henk aan de eettafel


Een boemeltrein naar Gianitchigorion.

Het is een reis van acht uur, waar de sneltrein vier uur over doet. De trein stopt bij iedere mesthoop en daar staat dan ook nog iemand met een rode pet bij. Het is verschrikkelijk heet en vermoeiend. Ik verlaat de trein bij Zacharo en loop twee kilometer in de richting van de zee.
Een verschrikkelijk vakantiestrand vol Duitsers. Het blijkt dat ik uitgestapt ben bij het poste restante adres van het Amsterdams Ballon Gezelschap. Ze zitten zelf twaalf kilometer verderop. Ik lift een stukje en neem dan een taxi. In de verte zie ik een zilverkleurige vlieger in de lucht staan en maak de taxichauffeur duidelijk dat ik daar heen wil. Een bochtige weg langs lage halfronde plastic plantenkassen.

Als de weg ophoudt ben ik er
Er is een soort restaurant waar nieuwsgierige mensen zitten. Men wijst me de weg naar de plek waar het gezelschap zijn tenten opgeslagen heeft.
Hoewel ik alleen Esther Plomp ken word ik met open armen ontvangen.
De andere mensen van het Ballon Gezelschap ken ik vaag uit Ruigoord.
Er komt meteen wijn en eten op de geïmproviseerde tafel onder de boom. Daarna nog meer wijn, bier en Ouzo. Met een houten hoofd van de reis en de drank lukt het me toch een goede plek voor mijn tent te vinden. Bijna onvindbaar staat hij tussen de struiken. Er is voldoende schaduw en mijn zilverzeil doet de rest.


Met de trein naar Zacharo om geld te halen
Iedereen heeft geldgebrek omdat de banken staken. Ik heb girobetaalkaarten en de post staakt niet mee. De keukenploeg is ook onderweg om inkopen te doen. De groep verspreidt zich over het stadje en komt terug met zakken vol etenswaren.
Ik doe het rustig aan en drink een paar kleine kopjes koffie op een terras. De terugrit blijkt niet eenvoudig. Na anderhalf uur wachten op het perron horen we dat er een vertraging van drie uur is. We liften terug.

Het kamp ligt in een kleine vallei achter de zee. De heuvels zijn begroeid met laag naaldhout. Tussen de zee en de vallei staan struiken met taaie bladeren en riet.
De Luchtbus staat onder de enige grote loofboom aan de rand van het gebied. Daar is ook de keukentent en er is een eetplek gemaakt. Het is een laag groot tafelblad gemaakt van oude deuren. In het kamp wordt steeds lekker gekookt. Er zijn kookploegen samengesteld die eens in de tien dagen werken.



De nederzetting

Elke dag komen er nieuwe mensen naar het kamp en dat geeft problemen voor de kokers.
Rondom de keukentent heeft ieder tussen de bosjes een woonplek gemaakt. Ze variëren van een 'Slee' tent tot een paleisje van dunne doeken en gekleurde shawls op bamboestokken. Er zijn zware bedoeïenententen en hutten van bamboe en bladeren, er slapen ook mensen in een soort hazenlegers.



Overal verschijnen beelden

Het ABG is er al een maand als ik aankom. Men heeft grote problemen met elkaar. Er zijn lange heftige discussies over de kleinste dingen. Hoewel de I Ching geworpen is en de uitkomst, een anarchistische samenlevingsvorm aangeeft, zijn er enkelen die de lakens uitdelen.










Woonplekken.
De fotografische vaardigheden laten nog wel wat te wensen over.


Haan op de hoogste heuvel

Theo Kleij
daalt af en toe met een statige houding in het dal af om het een of ander te decreteren. Hij blaast daarbij meestal op een Chinese schalmei. In het begin is het wel aardig om naar die schorre brokkelige klanken te luisteren, later merk ik dat daar regen van komt.
Maria, de jonge blonde vriendin van Theo, heeft moeite om in gesprekken aan bod te komen. Theo ramt overal dwars door heen.

Esther Plomp en Esther Kleij zijn dikke vriendinnen en wonen samen in een tentje dat versierd is met kleurige lappen.
Winnie slaapt voor de ingang van dit tentje.
Ze heeft een gezicht waar de problemen van afstralen. Ieder moment kan ze in huilen uitbarsten en dat doet ze ook. Ze zit in onduidelijke moeilijkheden. De politie van Athene heeft haar paspoort afgenomen. Ze zegt dat dit kwam omdat ze met een neger in een café zat te praten. Ze moet nu het land uit. Omdat de banken staken heeft ze geen geld voor het vliegtuig. De Nederlandse ambassade wil niet helpen. Het is allemaal een beetje vreemd en niemand gelooft haar verhaal. Nu zit ze daar en huilt af en toe een beetje.
Guus Boissevain zit met zijn zoontje Daniël op een heuvel. Het is een groot magiër. Zijn door drank getekend gezicht past goed bij zijn tovenaarschap.

Hans Plomp bewoont met zijn vriendin Mignon een soort strandtentje met een uitbouw van gekleurde doeken die in de wind bewegen. Voor dit paviljoentje is een lief tuintje aangelegd. Mignon is een oud-leerling van me. Ze is een jaar of drie ouder dan de dochter van Hans, die met haar samen op school zat.

Camillo heeft zich opgeworpen als een soort penningmeester. We dragen aan hem het geld voor het voedsel af.
Hij woont met Cecile in een nomaden tent. Cecile kan enorm droevig kijken.
Rudolph en Margred zijn de spil van het ABG.
Rudolph regelt alles en Margred schrijft alles op.
Hun zoontje Ieme Nemo bietst in het café alles bij elkaar met zijn hoge stemmetje. Hij is zeer geïnteresseerd in mensen en hij kent iedereen bij naam, ook de mensen die pas kort bij de groep zijn.
Philip is een half Frans sprekende Belg.
Hij doet de technische zaken en hij kan ook vuurspuwen. Met vuur spelen is zijn hobby zodat er veel en vaak gebrand wordt.

Rowan is een Engels meisje. Ze komt regelmatig met moeilijke verhalen waardoor je je niet prettig bij haar voelt. Ze ziet er lief uit maar is dat eigenlijk niet.
Ze beweert dat ze toneelspeelster is.
Roos kan goed op geleende naaimachines naaien. Ze maakt voor Margred een rimpelrok. Ze heeft ook veel breipennen bij zich.
Ze ziet er niet zo textielachtig uit, dat zoek je meer bij Cecile bij wie het spinnen en weven van haar verschijning afstraalt.

Dan is er een clubje Brabanders, Hans, Joke, Pepijn en Laura.
Ze doen de Grieken verbaasd staan als ze beter Grieks dansen dan zij. Truttiger zijn de andere Brabantse meisjes, Trees, Puck en Birgit, ze zijn geheel zonder enige inbreng aanwezig.
Er komen steeds meer jonge meisjes met onduidelijk gedrag. Ze praten te hard met een Brabants accent. Andere meiden zijn voornamelijk verlegen.
Frenk is een beetje onduidelijk figuur. Hij nam Harry mee en dat is een geweldige nicht. Samen bouwden zij hun hazenleger tussen de struiken vlak bij mijn tent.
Harry heeft last van uitspattingen en droomt daar 's nachts luidruchtig over. Als hij niet droomt bedrijft hij even luidruchtig de liefde.

Hans die met Joke is geeft wiskunde op de HAVO. Joke doet ook iets op de lagere tuinbouwschool.
Pepijn is een mooie stille magere tiener. Zijn zusje is van een boller type en daarbij ook nog gek op John Travolta.
Niels en Jane wonen samen met Lucas Amor, de vioolspeler van de Full Moon Band.
Fanny is de vriendin van Lucas. Ze komt uit Portugal en kan prachtig zingen.

Rob van Tour, de secretaris van de Amsterdamse Kunstraad, is er met Liesbeth en hun zoontje Viktor.
Twee Amerikaanse broers zijn zo speedy dat ze nauwelijks aanspreekbaar zijn.
John is een Canadees die een soort managementbaan heeft. Hij past niet zo goed in het gezelschap met zijn nette pak aan, maar blijft toch enige tijd hangen.
Leo van der Zalm is de dikke dichter met zijn onafscheidelijke vette kalotje op zijn hoofd. Hij is een aankomende doctorandus, gespecialiseerd in 17e eeuwse literatuur. Hij nam Jan mee uit Amsterdam.
Jan is zwaar aan de drank en een aan lager wal geraakte filosoof. Leo probeert hem in deze omgeving tot andere gedachten te brengen, maar er is te veel drank in omloop.

Draško en Liliane zijn sinds inds de bus Joegoslavië aandeed bij het gezelschap. Het zijn aardige mensen waarmee je goed kunt praten over de situatie in hun land.
Paul is een vriend van Trees en Puck, maar ik geloof niet dat ze zich veel om hem bekommeren.
Jeanne, David en Seth, het zoontje van Jeanne, zijn met een Volkswagenbus op weg naar Egypte. Ze blijven een poosje in het kamp.
Jan Wim uit Amsterdam heeft alle tempels in Griekenland al gezien.
Tom en Nelleke zijn andragogen, maar ik geloof dat ze zelf behoorlijk in de knoei zitten met elkaar en met het leven. Nelleke wil steeds opvallend vreemd gaan.

Twee Denen waren snel verdwenen.
Dennis uit de USA heeft jongleerballen bij zich en leert ieder er mee om te gaan.
Hugo beweert dat hij in Amsterdam producent van reclamespots is. Ik geloof hem niet, hij klets me te veel en te handig.
Cliff is ook een zwamneus, een verlopen variété artiest van het type moppenverteller met strooien hoed en stok. Cliff heeft verdriet over een stuk gelopen huwelijk. Behalve dat hij als entertainer op cruises een tamelijk eenzaam beroep heeft komt daar zijn persoonlijke eenzaamheid bij.



Mignon, Esther, Nili en Henk en de rug van Guus

Nili is een Frankrijk geboren architecte. Ze woont nu in Israël. We hebben een goed contact met elkaar.
Ze is met Frederic meegekomen.
Lili, is een Portugees meisje, dat ook goed kan zingen, net zoals Fanny.
Willem is een beetje saaie jongen die in Arnhem op de toneelschool zit.
Vier Limburgers komen toevallig op onze plek terecht.
Aldo is een volkomen geflipte Italiaan met een soort Commedia del Arte houding. Er komt geen zinnig woord uit hem tevoorschijn. Hij maakt om de kleinste dingen ruzie en gedraagt zich tegen iedereen hooghartig, maar dat kan wel eens een gespeelde houding zijn. Zijn dochtertje Sheeta is bij hem. Het is een kleine heks met luizen in het haar.
Montje is een lekkere bolle Amsterdamse meid. Ze kwam met Aldo mee en zorgt een beetje voor Sheeta.
André pikte ik in Zacharo op, hij beweert in Frankrijk palfrenier te zijn.



Democratisering
van het potlood


Omdat er beslist teksten visueel gemaakt moeten worden ben ik sjablonen aan het snijden.
Karton moet ik in Zacharo halen.
Het worden grote letters waarmee teksten op lakens gesjabloneerd kunnen worden. Om te kijken of de letters van een afstand goed leesbaar zijn maak ik op stroken papier de tekst:
'gaandeweg ging het beter'
en plak die op de zijkant van de bus.
De blauwe stempelinkt die Theo bij zich heeft leent zich niet zo goed voor het werk. Na een regenbui kleuren de letters goed bij de lichtblauwe bus.


Luchtteksten
voor niks komt de maan op
die lekkere ouwe kaalkop

kook liever gaar in eigen sop

zonder mayonaise


de aarde straalt energie uit, het kan goed gebruikt worden
de aarde kan ze ook goed opvangen maar het gaat fout, lieve mensen, verzet je
posso nas entender as palavras
mas sinto e lindo unias da onda espiritual


amour est le mot plus beau mais les acts prinement sur les mots
liefde is onbegrensd mooi
liefde daar zijn geen woorden voor

niet elke handeling is zinvol
niet elke zin een volzin

als je zin ziet is er zin

zen zin zan onzin?

de zin de essentie is leven met liefde partner heeft geen zin
de goden hebben goede zin


telkens weer volle maan,
steeds weer groot feest

nom feeling eosmico de amor

het grote feest van de liefde

maanziek
altijd feest, liefde en lol
nooit je buik er van vol.


het symbool van de natuurlijkheid
is een bloem

de natuur kan zich herstellen
door zichzelf

of door hetgeen dat brokken maakte dat zijn wij meestal
geef de moed niet op

nu is het al

straks is het pas
vroeger was het, het!!!

de verwarring wordt groter


Steeds lekkerder

De mensen die nu al zo'n drie maanden onderweg zijn vertonen een soort geprikkeldheid die ik zelf niet ken. Er zijn voortdurend dingen die aan elkaar uitgelegd moeten worden.


De kern van het Amsterdams Ballon Gezelschap voor de 'Luchtbus'


Een aantal mensen van het ABG vraagt aan mij of ik niet met hen kan werken aan 'de democratisering van het potlood'.
Ik had ze over mijn werk in de Taaldrukwerkplaats verteld en daar kwam dat begrip in voor.
Die opdracht neem ik aan.

De magische en telepathische geaardheid van de groep
Kleine boekjes met op de voorkant de drie symbolen die een belangrijke rol in de experimenten van de groep spelen.
Ik voeg de drie symbolen, de cirkel, de driehoek en een yin yang teken, aaneen tot een nieuw symbool.
Met die boekjes en dat versmolten symbool gaan we na het eten aan de slag.

Niet iedereen is even sterk gemotiveerd om mee te doen.
Die houding valt overigens bij meer activiteiten op.
Daarbij komt dat Niels Hamel, Lucas en Jane aangekomen zijn. Ze brengen twee violen en een gitaar mee, waarop meteen en fijn gespeeld wordt.

Ondanks muzikale tegenstroom toch aan het werk
Eerst een vertelronde met bijnamen.
Ieder geeft zichzelf een bijnaam waaraan je te herkennen bent. Men ziet het als een geintje en is bereid om mee te doen. Er is nog geen sprake van een onderlinge concurrentie. Later is die sterk voelbaar.
Ik vraag de deelnemers naar zijn tent te gaan om daar iets te halen dat dierbaar is. De stemming wordt beter, maar er blijven mensen door alles heen kletsen. Ze ontnemen elkaar de concentratie.

Ik probeer de sfeer van een seance op te roepen waarin men min of meer in staat is tot contact met elkaar. Het is duidelijk dat deze groep bestaat uit egotrippers die niet gewend zijn naar elkaar te luisteren of met elkaar samen te werken. Toch worden er vertelrondes gehouden en teksten geschreven.
We geven deze activiteit de titel: 'unanieme anonieme teksten'.

De verhalen die bij de persoonlijke en dierbare dingen horen zijn prachtig.
Hans Plomp kan er niet tegen dat iemand anders dan hij met teksten bezig is. Hij kan er nog minder tegen dat veel mensen belangstelling hebben voor elkaars verhalen.
Overal pielt hij doorheen door voortdurend op een mondharp te spelen. Ergens in de marge wordt ook muziek gemaakt.
Ik vraag of iedereen wel door wil gaan met deze manier van werken.
Dat is zo.
Ik vraag rijtjes woorden in de boekjes te schrijven die met 'cirkel' of met 'driehoek' te maken hebben. Daarna woorden die over 'natuurlijk' en 'tegennatuurlijk' gaan. Vervolgens over 'goede' en 'slechte' gevoelens.

Aan tafel zitten mensen van verschillende nationaliteiten.
Ik besluit dat de teksten niet vertaald moeten worden.
Als we de teksten aan elkaar doorgeven om te lezen of er verder aan te schrijven komen er teksten met verschillende talen door elkaar.
Uit de woorden en de daarop doorgegeven zinnen kiezen we teksten om verder te gebruiken.
Vier mensen die elkaar kennen en vertrouwen bepalen samen de keus.

We noemen het luchtteksten
Alles, ook de meest simpele dingen, moet ik veel en vaak uitleggen. Er zijn in deze groep veel onzekerheden en belemmeringen.
Toch vonden we de woorden om er zinnen van te maken.
Het lukt me niet om tot de keuze van één centrale tekst te komen.
We zijn te moe om verder te gaan. De meesten willen naar het café.
Ik verzamel alle teksten en stop de uitverkoren zinnen in een enveloppe. Theo plaatst het magische symbool erop en ik plak hem dicht.

De reacties op het 'tekstenspel' zijn verschillend
Een paar mensen zijn erg enthousiast, de meesten vonden het leuk maar te lang duren. Die zijn vergeten dat ze zelf, door het klooien, concentratiegebrek en onbegrip, er voor gezorgd hebben dat alles langer duurde dan nodig was.
Een aantal verwijten me dat ik ze het gevoel gegeven heb weer op school te zitten.
De goede raadgevingen achteraf zijn niet van de lucht. Zo had ik het moeten doen, of zo.
Hans Plomp reageert niet op de activiteit, althans niet tegenover mij.
Ik leg in een klein groepje uit welke mijn beweegredenen zijn en waarom ik zo werk. Ik vertel over de taaldrukactiviteiten in Amsterdam.
Ik ben wel tevreden.
Uiteindelijk konden we toch de zinnen uitkiezen die voor de 'luchttekst' bestemd zijn.


Culinair Theater

Vandaag heb ik de kookbeurt en dat is niet mis.
Met twee mensen moet ik een lunch, een diner en een ontbijt bedenken en uitvoeren.
's-Morgens tel ik 24 mensen in de avond zijn het er vijfenveertig.

Ik heb de kookbeurt samen met Roos en Philip. We gaan op pad om boodschappen in Zacharo te doen.
We hebben geluk dat Guus er ook heen gaat en rijden mee in zijn wrakke besteleend.
Grote besluiteloosheid heerst er bij het inkopen. Bij alles ligt Philip een beetje dwars. Ik wil zo snel mogelijk de winkels uit.

Ik heb het ambitieuze plan om voor het hele kamp aardappelpannenkoeken te bakken. Er is een moment dat ik het bijna uit mijn hoofd zet maar men reageert te enthousiast dus zet ik maar door wat de gevolgen daarvan ook moge zijn.
Nu is er nog onduidelijkheid wat er naast de aardappelpannenkoeken op het menu moet staan. Voor de lunch is het gemakkelijk: salade, brood, thee en wijn. Toch is het een probleem dat salade maken zo ongeveer het enige is dat je goed kunt aanpakken. Het is eervol om iedere keer met een andere soort salade op tafel te komen. Het komt aan op de manier van opbouwen.
Wij kiezen voor een eenvoudige vorm maar wel met aparte kleuren.


De zee is er
en alles is in grote rust.

Er is een oven van klei op het strand gebouwd. Daarin maken Theo en Maria fantastische pizza's. Er is heerlijke sla bij. In de avond eten we inktvis met rijst en tussendoor taart en koffie.
Die koffie is heel bijzonder want er wordt zelden aan gedacht. Iedereen gaat meestal naar een van de twee cafés. Nu blijft iedereen rondom het oventje om te wachten wat er uit zal komen.
In de duisternis wordt een kampvuur gemaakt.



Het raspen van de aardappelen

Tijdens het koken breekt er een storm los
De keukentent blijft slechts met moeite overeind. Iedereen die beschikbaar is hangt aan de touwen of slaat palen in de grond om de boel te verankeren.

In mooie zonnige tijden hangen de zijkanten van de tent los en heeft niemand zorgen.
Maar nu is dat anders. De flappen slaan tegen de potten en pannen en binnen de kortste tijd is de keuken een enorme ravage.
Dat wil wel wat zeggen want zo opgeruimd ziet de keukentent er in het algemeen toch al niet uit.

Ook buiten heerst grote paniek
De meeste tenten, hutten en wrakke bouwsels van takken en riet gaan tegen de vlakte.
Mijn 'Klima' doet wat ik van hem verwacht. Hij blijft staan.
De kleren aan mijn lijf zijn kletsnat. Ik blijf doorgaan met het koken als een chirurg die zijn operatie moet voltooien ook al stort het ziekenhuis in.

Dan plotseling is het noodweer over en zie ik overal de natte slaapzakken en kleren die hangen te dampen in de hete zon.
De aanblik van het kamp is grondig veranderd.
De kunstmatige verandering van kleurige bouwsels in de zandvlakte is door de natuur weer een beetje teruggenomen.

Het bakken van de aardappelpannenkoeken gaat gestaag en gesmeerd door. Ik heb ze om de een of andere reden nog nooit in de olijfolie gebakken. Nu wel, het is de enige olie die beschikbaar is. Omdat de pan op het butagas niet zo goed heet wordt verloopt het bakproces ook anders dan ik gewend ben. De koeken zijn niet mooi gaaf en rond, het zijn een soort puinhoperige stukken.
Ieder eet ze met graagte en smaak op.
Het is het soort eten dat bij een storm lijkt te passen.

Het is een code dat alles wat er gekookt is uitbundig geprezen wordt, al is het af en toe helemaal niet te vreten. Zo'n regel is goed. Iedereen weet hoe moeilijk het is om onder bizarre omstandigheden eten te maken voor zo veel mensen.
Als de kookploeg dan te maken krijgt met een storm als vandaag is de lof zeker oprecht. Ieder is verwonderd over de koelbloedigheid waarmee we door gingen. We eten de aardappelpannenkoeken samen met witte bonen, rijst, saus en een stukje makreel.
Als toetje gemengd fruit met een beetje yoghurt er door. In het dorp was het brood op dus moeten we keiharde toast serveren.





Mystiek in maanlicht

De maaltijd is precies op tijd afgelopen als het Vollemaans Feest begint.
Het feest is eigenlijk meer een seance. De groep is bezig om langs telepathische weg symbolen over te seinen naar Bob. Hij vaart met een vrachtvaarder op een onbekende plek van de wereldzeeën.
Precies als het volle maan is zal hij zich concentreren op een bepaald symbool. Zo is dat afgesproken, lang geleden. De groep concentreert zich eveneens, maar dan in zijn geheel, op een symbool.
Later stuurt Bob een telegram om te vertellen op welk symbool hij zich geconcentreerd had.
De groep stuurt ook een bericht en op deze manier kunnen we controleren of de telepathie gewerkt heeft over een grote afstand.


Welk symbool versturen?
Om te bepalen op welk symbool we ons zullen concentreren gaan daar veel magische handeling aan vooraf. Er wordt gekeken of de dingen om ons heen ons tekens geven. We hebben de keus uit een cirkel in een cirkel, een driehoek in een cirkel en een yin yang teken. Daarbij is dan nog de keuze uit de kleuren rood geel of blauw.
De hele dag kom ik mensen tegen die stemming maken voor een blauwe cirkel. Er wordt over gepraat en de argumenten vliegen heen en weer. Met een paar mensen zijn we in de nacht naar Delphi gegaan en zijn over het hek geklommen om het Orakel te raadplegen. Dat is niet zo gemakkelijk. De adviezen van Delphi zijn een beetje uit de tijd. In ieder geval moest en zou er een blauwe cirkel gebruikt worden.


Ontregelend Onderzoek

De dwingende kracht is voor mij een reden te onderzoeken of er in mijn eentje iets tegen in te brengen is.
Ik besluit met al mijn kracht een groene driehoek in te brengen en daarmee de keuze van de blauwe cirkel ongedaan te maken. Zou de kracht van de hele groep door één man gebroken kunnen worden?
Iemand was al dagen lang bezig geweest witte steentjes blauw te schilderen, maar door de storm en regen was de verf eraf gespoeld. Nu is er een witte kring steentjes gelegd binnen een grotere kring van dennenappels.
Ik begrijp daaruit dat het toch een duidelijk teken moet zijn dat in ieder geval de kleur blauw niet uitgezonden moet worden.

Ik leen een doorzichtige plastic regenjas van Harry. Hij is de enige in het hele kamp die met een regenjas op reis ging. Met behulp van bamboestokken maak ik van de regenjas een driehoekig doorschijnend kostuum. Ik draag een lap over mijn hoofd.

Figuur op de heuvel
Voor de groep zich rond de cirkel verzamelt sta ik eenzaam op een duintop in de achtergrond. Die plek had ik al de nacht ervoor bepaald. Daar zou de maan precies verschijnen.
Lange tijd sta ik daar, doodstil, onopgemerkt. Ik heb een goed uitzicht op wat er zich in en rond de cirkel afspeelt. Het is een sterke en magische vertoning als een roerloos figuur, transparant op de duintop staat, van achter door de volle maan verlicht.
Precies op de goede plek als de maan opkomt.

Piramide
Links van mij, iets lager, staat de houten piramide die Guus timmerde.
Guus experimenteert met de magische krachten die ontstaan als je in het centrum van die piramide gaat zitten. Men zegt dat op die plek zelfs messen scherp worden en dat auto's zuiniger gaan rijden met een draagbare piramide in de kofferbak, precies boven de benzinetank.

Ik ervaar dit bouwsel van Guus als een zoveelste aanwijzing dat we een driehoek moeten gebruiken.
Door de afstand tussen mij en de magische kring kan ik niet verstaan wat er gezegd wordt. Ik zie wierook opstijgen uit verschillende kuiltjes in de grond, ik ruik heel vaag de geur ervan.
Ik zie dat Hans Plomp uit een dik boek voorleest. Er klinkt het geluid van een aangeslagen bel.
Het is duidelijk, ieder concentreert zich op het doorgeven van een cirkel.
Na een poosje opnieuw een slag op de bel.

Op dat moment van de seance daal ik heel langzaam de heuvel af. Als ik halverwege gekomen ben blijf ik weer roerloos staan. Mijn bewegingen zijn zo langzaam dat ze voor de mensen om de kring in het halfschemer nauwelijks waarneembaar zijn. Pas als ik op een nieuwe plek sta zullen mensen zich afvragen of ik daar al die tijd al stond.

De seance in de kring is voorbij. Ik loop een paar keer zwijgend rond de plek en leg hier en daar een paar uienbloemen, die ik op mijn stille tocht vanaf de heuvel vond, neer.
Hans Plomp verzamelt briefjes waarop ieder moet schrijven wat er tijdens het ritueel te zien was en wat hij of zij beleefde. Er bleken veel driehoeken gezien te zijn, vooral zwarte. Kennelijk was ik in mijn uitmonstering toch niet zo groen transparant als ik zelf dacht.

We zullen afwachten wat er bij Bob op zee overgekomen is.


Nomadische Universiteit

De teksten, die gemaakt zijn tijdens de 'democratisering van het potlood', zijn uitgetikt.

Lange lijsten met losse woorden. Vellen met zinnen. Nu het allemaal bij elkaar staat is men er tevreden over.
We besluiten dat de teksten opgenomen zullen worden in het verslag onder de titel: 'gaandeweg ging het beter'

Op de zijkant van de bus, log in het zand weggezakt, zijn alle teksten opgeplakt.
Die zijkant begint hoe langer hoe meer op een chaotisch publicatiebord van een nomadische universiteit te lijken.

het gaat goed lieve mensen verzet je

niet iedere zin is een volzin

allemaal tezamen
autour d'une table

amour est le mot
le plus beau
mais les actes
priment sur les mots

zolang de communicatiestoornissen
maar geen overhand krijgen

de natuur kan zich herstellen door zichzelf
of door hetgeen brokken maakt
de mens

pijlsnel door de kosmos glijden in verrukkelijke en mystieke tijden
amour est le mot le plus beau

vrienden zijn we allemaal
m
aar niet altijd

Over de Taaldrukwerkplaats
Rob is secretaris van de Amsterdamse Kunstraad en het kan geen kwaad om hem precies op de hoogte te brengen van mijn bezigheden in de stad. Als ik zo met hem praat voel ik dat Amsterdam wel heel ver weg is.
Rob woont in een Kibo waarmee hij ook in Engeland loopt. Dat schept een band tussen ons.

Ik denk terug aan mijn avontuur in Dartmoor waar ik een weekend ingesneeuwd in mijn tentje lag. Liesbeth, de vrouw van Rob, houdt niet van kamperen. Ze gooit het op een vaatziekte die ze heeft en waardoor ze het altijd koud heeft. Ze komt op mij nog al truttig over. Het is iemand die je meestal aantreft op een deftige damesclub, in Arti of zo. Ze bemoeit zich, bekakt pratend, met alle mogelijke dingen in het kamp. Een soort misplaatste adviseuse van een consultancybureau te velde.

Een bioscoop op het strand

Een kleurig vierkant omgrenst het natuurlijke 'filmdoek' waardoorheen we de zee zien. Een ouvreuse zet ons in keurige rijen op het zand.

We kijken naar de hoofdfilm: de ondergaande zon.
We beseffen dat een dergelijke ongecoupeerde versie van een kleurenfilm van een zonsondergang heel bijzonder is. In een echte bioscoop duurt zoiets maar enkele seconden en wordt bovendien ontsierd door vioolmuziek of iets dergelijks.
Hier is de stilte, het ruisen van zee en wind. De geuren en het zout op je huid.
Waar is zo'n filmzaal?


Horeca

The White Villa
John heet eigenlijk Georgus, maar wij noemen hem John. Hij is eigenaar van 'The White Villa', een soort café-restaurant in een huiskamer. Vanzelfsprekend speelt alles zich op een groot terras af.
Het café is op enige afstand van het kamp gevestigd en een maand lang had John het monopolie op onze klandizie.

Grijze Bunker
Dat veranderde toen twee weken geleden een ander 'restaurant' geopend werd. Dat werd meteen 'Restaurant International' genoemd, maar voor ons was het de 'Grijze Bunker'. Een vierkant gebouwtje met een deur en twee ramen, opgetrokken in beton.
Omdat dit café veel dichterbij is zit iedereen uit gemakzucht daar. De schaduw is er hetzelfde als bij John, de drankjes ook. Een grote koelvitrine binnen en een koelkast buiten zijn de belangrijkste voorzieningen.
Men kookt op een geïmproviseerde manier op grilletjes die gemaakt zijn van oude blikken. De vissen die erop klaargemaakt worden zijn lekker, vers uit de zee. Het is slecht van ons dat we zo gemakzuchtig zijn.
John doet veel voor ons en heeft zelfs bij de politie voor ons gepleit toen we weggestuurd dreigden te worden.

De strijd om de klandizie
Als tegenzet is John op zijn erf een podium aan het bouwen voor het orkestje dat er zaterdag zal spelen. Om John te vriend te houden beloven we vanavond allemaal te komen als hij kippen gaat grillen.

Met veel muziekinstrumenten bij ons, lukt het om er een feestje van te maken. Er heerst een opgewekte en goede stemming.
Op een gegeven moment klinkt er Griekse muziek uit een recorder.
De Griekse mannen gaan dansen.

Het blijkt dat Pepijn en Laura in Amsterdam op een Grieks dansclubje zitten. Ze stelen de show met perfect uitgevoerde dansen. De Griekse mannen zijn halfdronken en proberen ook te bewegen, maar er komt niets uit dat het gevestigde beeld van de trots dansende Grieken met opzwepende bewegingen kan bevestigen.
Al snel dansen Pepijn en Laura alleen, tot grote verbazing van de Grieken die aan komen lopen.
Het wordt heel laat en er zit weer veel Ouzo in mijn kop.

Iedereen heeft een geweldige kater
Het moet dit keer aan het merk Ouzo liggen, want meestal hou ik er geen hoofdpijn aan over.

Philip vertrekt met een belachelijk rugzakje op zijn rug op voetreis de bergen in.
Niets klopt er, zijn bagage, zijn kleding noch de timing. Hij draagt eigenlijk een fietstasje en is veel te warm gekleed voor zijn vertrek op het heetst van de dag.
Ik heb zo mijn eigen gedachten over de onderneming maar Philip heeft de zijne, daar zit weinig praktisch inzicht in maar des te meer gevoel voor effect.
Hij zal terug komen, verbrand en wel, geheel volgens zijn fascinatie voor vuur.

Reuzenschildpadden
Rond mijn tent wonen veel schildpadden, ook reuzenschildpadden.
Een van die joekels stormt, zonder aanwijsbare reden, als een tank op mijn tent af. Ik moet hem vangen en in een andere koers draaien. Onbekommerd verdwijnt hij krakend het riet in, een vage zoete geur achterlatend.

 



Een grootse voorstelling
Vanavond is er een soort generale repetitie.
Zoals het een goed anarchistisch gezelschap betaamt, lukt niets. Veel geklets waar niemand naar luistert, weinig resultaat. Iedereen is met zijn eigen ei bezig en wil daar iets mee.
Van enige samenhang of samenwerking is geen sprake. Steeds werpt iemand zich als een regisseur op. Zo'n inzet verdwijnt na korte tijd weer in gezellig gebabbel met een of twee mensen. De rest keert weer naar een eigen onzichtbaar plan terug. Iedereen is er echter van overtuigd dat de voorstelling zal lukken.


Na veel gedoe weten we hoe de openingsscène zal zijn. Ik heb daarin een kleine act met Jane. We moeten een soort vruchtbaarheids-rite uitvoeren. Dankbaarheid voor het gewas. Traag geven we elkaar vruchten aan en pakken die gestileerd op.
Het is een spel met goede spanning waar iedereen door geboeid raakt tot het moment dat Harry er nichterig tussendoor komt kwijlen. Hij maakt er met geile bewegingen iets smerigs van. Die jongen moet en zal er een egotrip van maken.
Harry blijkt op de Academie voor Expressie te zitten. Behalve dat hij ons spel verziekt belooft hij tot overmaat van ramp ook nog Ipheginea in Tauris te gaan spelen. Hij doet die belofte met veel dramatische handgebaren maar als iedereen moet opkomen trekt hij zijn bijdrage weer terug.

Een van de vers aangekomen Amerikaanse broers blijkt een perfecte acrobaat te zijn. Het is een soort gymnastiekmaniak waarbij je salto's in de lucht maakt. Zo iemand kunnen we goed gebruiken. Hij heeft een vanzelfsprekende vakkundigheid bij zijn optreden die pijnlijk contrasteert met ons wazige gerommel.



Theatre de Parapluie

Ik ben enorm verbrand.
Van Theo krijg ik een grote zwarte paraplu om me tegen de zon te beschermen.
Met een stuk vitrage er omheen maak ik er een wandelende tent van.
Als er een beetje wind is, is het er heerlijk koel.
Ik wandel ermee naar het café en Roos wil er ook wel inzitten.
Samen aan het tafeltje in 'Johns Place' ontstaat het plan om van de paraplu een tweepersoons theater te maken.

Alle stukken moeten voor twee personages geschreven zijn. Meestal begeeft het publiek zich naar het theater. In dit geval beweegt het theater zich naar het publiek dat zich meestal tegoed doet aan eten en drank.


Nog diezelfde middag gaan we aan de slag om het plan uit te voeren.
We maken decors van stof die de zon, de maan en de zee voorstellen.
Het zijn stroken die we aan de baleinen op kunnen hangen.
Nog voor we precies weten wat voor uitvoering we gaan maken hebben we al de zetstukken: een vegetarische krokodil, een komkommer die verwijst naar de plastic groentekassen waar sommigen van de groep werken.
Een wolk, die is altijd bruikbaar, een ster ook.
Verder maken we een vlinder met grote borsten. Alles met gekleurd papier op karton geplakt en uitgeknipt.

Het 'Theatre de Parapluie' staat klaar om de spelers en het publiek te ontvangen.

Het is volle maan
Het klaarmaken van de maaltijden vertoont een steeds stijgende lijn.
De ene ploeg kookt nog lekkerder en mooier dan de andere.
Het moet ergens ophouden, er zal ergens een punt van verzadiging van oog en maag zijn. Vandaag fraai gevulde tomaten met visjes en soep. Ik denk dat iemand maar weer eens bij het nulpunt moet beginnen.

Volgens de traditie moet er storm komen. Die komt inderdaad maar niet hevig en zonder regen. Iedereen is er nu op voorbereid en alle slaapzakken liggen in de bus opgestapeld.
Voor het eerst is er te weinig eten tijdens de lunch.
We oefenen een beetje nederigheid na al die overvloedige maaltijden.
Het diner is een afscheidsmaaltijd voor de busmensen die morgen weer naar Amsterdam gaan. Een groot succes.

In mijn paraplutheater zwerf ik als een geest door het maanlicht.

De dunne witte doeken die als sluiers aan de paraplu hangen geven het een mysterieus aanschijn.

Het paraplutheater ontmoet het 3/4 meetbouwwerk gemaakt van bamboestokken.
Er ontstaat een schijngevecht.

Het driekwartsgebeuren.
Hier wordt van elke meter 3/4 gemeten. Alle afmetingen worden aldus ter discussie gesteld. Men is met alles in 3/4 van de tijd klaar!
De maatstaven zijn zeer flexibel. van de 3/4 meet men ook 3/4, zodat er op den duur niets meer over is.
Dat is een toestand van gelukzaligheid.

De meeste reizigers zijn een beetje stoned en raken in trance als ze het bewegende theater zien.

Maar ook de nuchtere bezoekers ervaren de schoonheid van het samengaan van landschap en theater.

Hosties
Aan het eind deel ik, vanuit mijn paraplu, gesuikerde amandelen uit. Roze en blauwe snoepjes zoals ze in de kerk bij de doop uitgedeeld worden.
Men neemt ze aan als waren het hosties.
Sommigen durven ze zelfs helemaal niet aan te nemen zo zijn ze onder de indruk van de handeling.

Als sloteffect komt Camillo hangend aan de kabelbaan die over de hele vallei gespannen is naar beneden gesuisd met een brandende fakkel in zijn hand.
Als hij in een grote stofwolk de grond raakt spuwt hij vuur.
Dat is het teken voor het ontsteken van Bengaals vuur langs de heuvels. Het zet de bomen en tenten in een kitscherig rood licht.
Het is allemaal prachtig.



De Koude Berg



Een speelplek op vier benen onder een zwarte paraplu.
We voeren Zen gedichten uit 'de Koude Berg' op.
We hebben besloten tot minimaal theater.
Per uitvoering iets over één van de scènes, de berg, de zee, de zon of de maan.
Ik lees de gedichten.


Ik woon op deze berg
Aan ieder onbekend
Tussen witte wolken
Ben ik steeds alleen.

Er klinkt een teer bel geluidje.
Een kaarsje verlicht het doek.
Het is minimaal maar die eenvoud slaat aan.

De volgende dag wordt er geroepen om de volgende opvoering van het Theatre de parapluie.
We wilden een kindervoorstelling maken over de zee.
Dat plan kan even niet doorgaan omdat Roos de kookbeurt heeft en niet kan oefenen.
Maar iedereen dringt aan en Roos wil onvoorbereid iets doen.
Ze wordt daarbij gesteund door het feit dat er net iemand met nieuwe stuff aangekomen is.

Het wordt een mislukking en ik blaas het kaarsje maar weer uit.
De anderen vinden het toch wel een goede spirituele uitvoering.
We vergeten het en gaan een nieuw stuk maken.

De Zee
We vinden een tekst van Virginia Woolf.

'de golven'
De zon was nog niet gerezen.
De zee was niet te onderscheiden van het zwerk, alleen de zee was licht gerimpeld alsof een doek vouwen vertoonde.
Langzamerhand terwijl de lucht verwitte verscheen een donkere lijn aan de horizon die zee en zwerk van elkaar scheidde en de grijze doek werd doorstreept met dikke zwarte halen....

Iedere tekst begint met:

De zon rees hoger, of
De zon rees, en
De zon, gerezen nu..... als ook de zin:
De zon was gerezen en had haar hoogste stand bereikt.

Zo werd een prachtige beschrijving van zee en strand ingeleid door de zon.

Ook de meisjes op het strand werden door de duisternis verhuld.
De golven braken op het strand.
Een prachtige voorstelling waar we blij mee waren.
Toch waren er mensen die het te lang vonden duren en dat er te weinig dramatische handeling in zat.
Dat klopt wel maar dat is juist het kenmerk van het paraplu theater.


De Zon
Het zijn twee verhalen die ineen vloeien.
Het verslag van een reis naar de ruïne en een verhaal over Helios, de zonnegod.


Henk: Reizigers!
Vanavond de episode van de Zon.
Het verhaal van de God Helios, die door zijn ooms, de titanen in de oceaan verdronken werd om daarna in de lucht op te stijgen tot een stralende zon.

Roos: Reizigers!
Vanavond wil ik jullie vertellen hoe onze reis naar de ruïne van de oude vesting was.


De voorstelling heeft de sfeer van onze speurtocht en de verhalen van de Griekse goden goed weergegeven.
We zijn er gelukkig mee.


De Maanzieke Maan

Een kinderstuk speciaal gemaakt voor Ieme en zijn vriendjes.
Het gaat over de maan die verliefd wordt op een prachtige vlinder die hij iedere avond van bloem naar bloem ziet vliegen.

De maan en de vlinder besluiten samen op reis te gaan naar een eiland waar bloemen bloeien die nog nooit iemand geroken heeft. Maar als de maan op reis is moet er een plaatsvervanger zijn want anders zijn de kinderen s' nachts bang.
Ze vragen het de krekel, maar die heeft het te druk met tsjirpen.
De boom staat te vast in de aarde voor die nachtelijke tocht.
De aap zou alleen maar kwajongensstreken uithalen dus die komt ook niet in aanmerking.
Eindelijk komen ze bij de krokodil die er wel zin in heeft. Een probleem is hoe de krokodil als maan moet schijnen.
Ze gaan naar de bakker en laten een heel groot rond brood bakken. Dat moet wel op de maan lijken.

Vol goede moed gaan de maan en de vlinder op weg naar het eiland waar ze de hele nacht de heerlijke geuren opsnuiven die de vreemde bloemen verspreiden.
Als ze aan het eind van de nacht wat op het strand uitrusten zien ze tot hun schrik dat er een stukje van de maan af gaat en nog een stukje.
Op het laatst is zelfs het laatste stukje maanbrood door de krokodil opgegeten die honger van zijn nachtelijk werk gekregen had.

De zon die juist opkomt geeft de maan de raad om in het vervolg zijn werk maar zelf te doen. De maan was het er mee eens en was er tevreden mee om iedere nacht te kijken hoe zijn vlinder, waar hij zo veel van houdt, van bloem naar bloem vliegt.

Het verhaal boeit Ieme zodanig dat hij bij het horen van zijn naam besluit te kijken wat er achter de schermen van het Paraplu Theater gebeurt terwijl de voorstelling rustig verder gaat. Hij volgt de rest van het verhaal van binnen uit en blaast aan het eind het kaarsje uit.
Ik bedenk me dat zoiets ook mogelijk moet zijn als kinderen naar de televisie zitten te kijken.

Ieme sluit de voorstelling met een stevige tik op de bel.
Dit was de vierde episode van de maan op maandag.


Heteluchtballon





Het plakken van een heteluchtballon is een vaardigheid die je moet beheersen wil je bij hetBallongezelschap horen.






Veel kleurige stroken papier moeten volgens een speciaal model geknipt worden.
Alle delen worden als een soort harmonica aan elkaar geplakt.
Het systeem dat er in het model zit moet er bij het vullen van de ballon uitkomen.
Dan pas blijkt of ik het goed gedaan heb.

Ik werk op het plateau in de bus.
Daar is het minste zand en geen wind.
Mijn zweet valt in druppels op het dunne gekleurde papier en laat daar witte plekken op achter. Het lijkt wel of ik bleekwater afscheid. Ik zou er mee kunnen batikken, lijkt het wel.
Het is een grote kunst de lijm zodanig aan te brengen dat de opgevouwen ballon later niet een dikke papierplak wordt in plaats van een luchtige zak.


De nacht op de berg

Ik ben klaar voor de tocht naar de berg.
Welke berg? Ik weet het niet precies. Het is heerlijk om vroeg in de koelte op pad te gaan.

Alle reizigers zijn nog in diepe slaap. Zelfs de Grieken zijn nog niet overal te zien.
Ik heb weinig voedsel bij me, maar ik vertrouw erop dat ik het op weg naar de berg wel zal kunnen vinden.


De tocht is goed.
De dalen en bergen wisselen elkaar af. Ze zien er steeds anders uit.
De dorpen zijn in diepe rust, sommige geheel verlaten.

De berg is er nog niet.
Ik kom langs bronnen, ik weet dat het water uit de berg afkomstig is.

Precies op het middaguur bereik ik een bewoond dorp.
Ik begin met bier drinken.
Als de slager opgetrommeld is gaat de vrouw van het café vlees in lekkere olijfolie voor me klaarmaken. Dat er wijn en sla bij is spreekt vanzelf.

De wijn in mijn kop eist een langdurige siësta. Het is vier uur als ik weer op weg ga. Ik moet mijn ogen dichtknijpen tegen het licht dat van de witte huizen weerkaatst.
Ik ben op weg naar de berg.

Er is een gevaarlijk ravijn dat me van de berg scheidt. Dat obstakel te nemen zal een dag of meer nemen. Het alternatief is de grote weg te volgen. Bij het volgende dorp probeer ik die weer te verlaten.
Mannen, vrouwen en kinderen protesteren tegen mijn voornemen.
Toeristen horen op de 'dromo'. Vooral de jongetjes zijn erg vervelend maar ik hou vol en vind, ondanks alle tegenwerking, een pad dat de bergen in gaat.

De hitte is groot en het lopen gaat moeilijk. Mijn bepakking is gelukkig zeer licht. In mijn rugzak een slaapzak en een keteltje om thee te zetten, een paar keiharde geroosterde boterhammen en een blikje corned beef.
Mijn waterzak ververs ik bij iedere kraan en bron.


Als de avond valt maak ik kamp

Een vuurtje moet ik midden op het pad maken omdat de omgeving erg brandgevaarlijk is. Misschien wilden de dorpsbewoners me daarom niet het bos in hebben.
Alleen de thee smaakt me. De rest van het voedsel is niet te vreten, de corned beef zout en vet.
Een plek om te slapen is maar moeilijk te vinden.
Er is met bulldozers geploegd op iedere open plek in het bos. Als ik eindelijk een redelijk vlak stuk op de helling vind blijkt het er te stikken van de muggen. Veel zorg besteed ik aan een klamboe gemaakt van mijn dunne halsdoek. Het mag niet baten. De halsdoek laat weinig lucht door. Het is erg benauwd. Ook de rest van mijn lichaam moet ik in de hete slaapzak laten. Bij iedere draai komen er muggen binnen.
Ik besluit hier weg te gaan op zoek naar een plek met meer wind die de muggen kan wegblazen.


Vreemde wezens houden mij in het woud vast

Bij het licht van een klein maantje zoek ik mijn weg. Ik dacht genoeg licht te hebben maar dat is een misrekening.
Al snel ben ik in het donkere bos verdwaald
.
Een pad loopt dood bij een bron. Op deze plek moet ik lange tijd blijven om alles op een rij te krijgen en de juiste richting te bepalen.
Steeds opnieuw zijn er drie of meer richtingen waaruit ik moet kiezen.
Als ik de verkeerde kies moet ik terug om de andere te onderzoeken.


Toch lukt het me een nieuwe open plek te vinden.
Opnieuw mijn halsdoek als klamboe over mijn hoofd. Iedere keer als ik een stukje ervan een beetje oplicht komt de heerlijk koele nachtlucht als een verfrissende douche over me heen. Zo breng ik de nacht slapend en wakend door.
Bij de eerste strepen daglicht sta ik op en kan de situatie overzien. Het blijkt onmogelijk door het bos te trekken. Ik moet terug de berg op om aan de andere kant af te dalen. Beneden mij zie ik de bedding van een droge rivier als een witte plek in het landschap.
Op de last van een enkele horzel na is de afdaling in de koele ochtend prettig. Het ongedierte, of liever gezegd de plaagdieren, mep ik dood. Het duurt niet lang of ik bereik de bewoonde wereld waar prachtig gezang van de pope uit de kerk mij verwelkomt. De klanken blijven me de hele tocht over de rivier begeleiden. Koffie en frisdrank in een vreemdsoortig café. De tocht is voorbij.


In het kamp heerst een vreemde toestand
Het lijkt alsof ik een land betreed dat aangetast is door een gevaarlijke epidemie. Iedereen is in een soort roes. Sommigen hebben verlammingsverschijnselen.
Men blijkt thee van Bilzekruid gedronken te hebben. Het spul werkt sterk hallucinerend.
Ik moet zo goed als het gaat iedereen in de schaduw slepen en verzorgen. Ik zie mensen die proberen dennenappels te eten. Tegen de avond raakt ieder uit een coma en begint ervaringen uit te wisselen. Camillo schrijft alles in een dik boek op.

Ik ben er buiten gebleven.
Ik was op de berg.


Voorstelling

Er staat een groot optreden in Kiprissia op het programma en er is vanavond een repetitie.

Het is als gewoonlijk een vervelende aangelegenheid, opgezet als iets leuks.
Vervelende afspraken en doordrammerige mensen.

Het begint wel positief met gedichten van Hans en Leo.
De gedichten van Mignon zijn niet te pruimen. Ze hebben allemaal een vreemde kritische onderstroom en handelen meestal over heksen.
De gedichten van Leo zijn goed.

We trekken de bus uit zijn hol onder de boom en gaan met iedereen aan boord naar Kiparissia om te kijken waar we morgen gaan spelen.

De aanplakbiljetten zijn al in het Grieks gedrukt. Het blijkt dat we in het oude stadsgedeelte een lief pleintje toegewezen gekregen hebben.
Op de achtergrond de blauwgrijze bergen en de baai met de heldere zee. Aan de andere kant van het plein een oude kerk.

Aldo heeft het hoog in zijn bol en houdt zich niet aan afspraken. Hij is wel druk bezig domme trucs met kinderen en een dorpsgek uit te halen.
Het is gemakkelijk de dwaas uit te hangen, maar erg lullig als hij doet alsof de andere dertig reizigers shit zijn.
Iedereen is kwaad en we maken hem duidelijk dat hij niet mee mag spelen.

Later blijkt dat dit veel indruk op hem maakt.

Ik mag Aldo eigenlijk niet.
Het is een eigenwijze windbuil die overal moeilijkheden zoekt en krijgt. Hij houdt zich niet veel bezig met zijn dochtertje Cheeta. Dat is een eigenwijs en huilerig loeder. Ze laat iedere keer ergens een zakdoek of zo liggen en eist dan dat de bus terugkeert om die te halen.


De mimespeler en de Griekse weduwen

Weer gaat de bus op weg gevuld met de spelers, sommige al een beetje geschminkt, hoewel het ook zo kan zijn dat ze dat altijd op hun gezicht houden.

Midden in het dorp bouwen we op een plein onze decors op.
De show valt mij een beetje tegen, veel van onze goede acts zitten er niet in. We zijn een beetje kritiekloos bezig.

Censuur
Het wordt pas een beetje spannend als de politie in de gedichten die Hans en Mignon in het engels voordragen het woord 'prostitutes' horen.
Ze willen de show sluiten.
Met veel praten kan dat worden voorkomen.



Mime
Roos en ik hebben verbindende intermezzi tussen de onderdelen van de show.
Het zijn simpele handelingen.
We lopen van twee kanten van het plein op elkaar toe met een suggestie van een ontmoeting: handen uitgestrekt, de wit geschminkte gezichten verwachtingsvol geheven. Maar steeds loopt het op het laatste moment mis en verdwijnen we weer tussen het publiek rond het plein.


De Griekse vrouwtjes in hun zwarte kleren en hoofddoeken zijn onder de indruk en knikken me iedere keer bemoedigend toe. De volgende keer zal het lukken.
Als ik, als een verdrietige mimespeler, tussen de vrouwtjes zit en Roos al midden op het plein naar me uitkijkt, begint iedereen te roepen omdat ze denken dat ik vergeten ben dat ik moet opkomen.
Het staat in mijn rol en ik ben tevreden dat het zo werkt.


Zelfs Seth probeert met me te praten om me te bewegen toch maar te gaan, maar ik geef hem geen antwoord. Hij vindt het vreemd dat ik mime speel, mijn gezicht klassiek wit met daarop een grote blauwe traan.
Alleen maar verdrietige gebaren.


We gaan met de pet rond en vangen 3000 drachmen. Dat is niet veel voor zoveel inspannend werk.
De spelers zijn moe en ik neem een rustdag.
Lucas en Lili treden 's avonds bij Johns café op.
Officieel zou hij daarvoor 1000 drachmen krijgen, maar behalve de bevolking van ons kamp is er vrijwel niemand.
Cafébaas John probeert onder zijn betalingsverplichtingen uit te komen. Zo is hij wel. Lucas moet het met 500 dr. doen.




Bij het postkantoor in Zacharo is geen post voor mij aangekomen. Als ik met de post voor de anderen in mijn hand sta ontdek ik een kaart aan Nili gericht. Iemand zoekt contact met haar.
Even later word ik aangesproken door een vreemde fransman die de kaart geschreven heeft. Ik breng hem liftend naar het kamp.


Fanny verlaat zeer plotseling en zonder afscheid te nemen het kamp. Vandaag heeft ze nog heerlijk gekookt, maar er waren problemen tussen haar en Lucas. Iedereen is verdrietig.
Even later vertrekt Lili met tranen in haar ogen. Fanny is teruggekomen en blijkt aangerand te zijn. Lili zal haar nu naar een veilige plek brengen. Lucas heeft veel aangericht bij Fanny. Hij heeft haar twee keer van Nederland naar Griekenland heen en weer gesleept, om haar uiteindelijk toch in de steek te laten.


Jarig op het strand



Vandaag ben ik jarig en ik heb nog nooit zo'n goeie jaardag gehad.
Het begint met een gekookt eitje, speciaal te voet gehaald in het dorp en in mijn tentje opgediend.

Rudolph maakt foto's voor een boek over mij. Guus heeft op een broodplank een portret van mij geschilderd in mijn rol als verdrietige pierrot op de trap in Kiparissia.


Willem en John helpen me lekkere dingen in te slaan. We eten een spaghettiachtige maaltijd met geheimzinnige hapjes door Lili vervaardigd. Het loopt geweldig uit de hand. De lunch is er tegen de tijd dat het diner opgediend zou moeten worden.

Iedereen is vrolijk en probeert er voor mij een gelukkige dag van te maken.
In de avond is het feest op het strand.
In contrast met de traditie van een kampvuur heb ik hapjes op toastjes gemaakt die je normaal bij recepties in dure hotels aantreft.
De maan is er in plaats van gouden kroonluchters, het zand op de plek van de marmeren dansvloer. Taarten worden in de strandoven gebakken en warm opgegeten. Iedereen is gelukkig.

Er is een speciale paraplutheatervoorstelling waarin ik niet meespeel. Het feest duurt tot ik het dag zie worden.

Ieme Nemo, de jongste reiziger, is jarig.

Daarom begin ik aan een zware klus. Ik wil voor hem met mijn zakmes een paard uit een rottig stuk hout snijden.

Ik zie de vorm duidelijk voor me en denk aan de oude herders die dat soort snijwerk moeiteloos uitvoeren, zittend voor hun berghut in de Alpen. Ik heb er meer moeite mee.

Ieme heeft zijn verjaarsfeest.
Hij krijgt van iedereen cadeautjes en allemaal dragen we de feestmutsen die door Maria gemaakt zijn.
Het paard is prachtig geworden en ik hoop dat Ieme dat ook zo vindt.

Bont gezelschap wordt nog bonter
Aan de voet van de heuvel staan twee levensgrote poppen, gemaakt van takken, kleurige doeken en maskers. Ze staan er al sinds ik aankwam. Iedereen is er aan gewend dat ze er zijn. Maar dan, tijdens het middageten komt één ervan tot leven en daalt de heuvel af naar de eetplek om Ieme een cadeautje te geven.
Het is een magnifieke gebeurtenis en een groot succes voor Theo die in de pop zit.
Ieme zit ernaar te kijken als naar de aankomst van de Griekse sinterklaas.

 


Af en toe nemen een paar mensen een trip

De niet-trippers de effecten ervan meemaken.
Vandaag is Roos aan de beurt.
Ze krijgt een geweldige lachkick en trekt alle kleren die ze bij zich heeft over elkaar heen aan.

De avond in de Grijze Bunker loopt voor een aantal mensen uit de hand.
De meeste lopen nog met houten hoofden van het feest rond. De Grieken komen op bezoek in de hoop nog meer vertoningen mee te kunnen maken. Dat soort happenings gaan niet op commando dus begint iedereen intensief ouzo in te nemen.

Een luie dag mag. Een luie dag met ouzo en trips eindigt in onduidelijkheid van alle kanten. Ik stap maar op voor het te laat is.


 



De reizigers vertrekken

De Franse jongens gaan al vroeg op weg. Ook Aldo en Cheeta krijgen een lift naar Patras.

De invloed van de maan is nog aanwezig. Ik voel me triest.
De Amsterdamse ploeg is aan het inpakken en heeft daar de hele dag voor nodig.
De groep heeft er moeite mee elkaar los te laten. De auto's worden ingeladen en moeten ook op het laatste moment nog uitgedeukt worden. Ook andere reparaties op het nippertje.

De Renault die in korte tijd twee keer op en weer naar Nederland geweest is staat er vermoeid bij.
Op de laatste rit is er voor fl.1100,- een nieuwe motor ingezet, maar die loopt nog steeds warm.
Hans, Mignon en de twee Esthers moeten er in. Ze hebben de meest bizarre bagage bij zich.

De oude besteleend van Guus spant echter de kroon. Het lijkt wel een waterlooplein-koopman die op pad gaat. Draško en Lilian reizen mee tot Belgrado. Ook Niels en Jane moeten mee. Alles wordt in de wrakke voertuigen gepropt, het meeste als een grote bult op het dak.

Zwaar door zijn veren zakkend staat de eend daar.
Ik kijk al drie uur naar het inpakken. Iedereen gaat naar het strand om voor het laatst te zwemmen op de plek waar zoveel vuren gebrand hebben en zoveel vreemde gebeurtenissen plaats vonden.


Het eigenlijk en absoluut laatste afscheid vind plaats in het café van John.
De tranen vloeien rijkelijk en worden vastgelegd op polaroid.

Ondanks het feit dat ik de meeste reizigers weer snel in Amsterdam zal kunnen zien, zet een treurig gevoel zich nij me vast.
Het blijkt toch een eenheid geweest te zijn die zich daar met hun moeilijke gedrag en opvattingen op de zanderige plek ophield.


Tien volwassenen en een kind blijven achter

Van het eten komt niets meer. We houden het op geroosterd brood en sla. Iedereen gaat vroeg naar bed maar kan niet slapen. Ik ook niet.

Ik besluit een tijdje onder het paraplutheater te gaan zitten. Het maanlicht geeft me dat een goed gevoel.
De witte doeken van het decor bewegen traag in de wind. Het is een speciale ervaring als ik in de witte cirkel zit.

Als ik eindelijk weer in mijn tent lig, besluiten de ratten de laatste hazelnoten te komen ophalen. Voor de ratten waren de mieren er al aan begonnen. Dat stoorde me niet, ze hadden iets om naar toe te marcheren en lieten mij met rust. Het geraas van de brutale ratten vlak naast mijn hoofd is heel wat anders. Als ik ze probeer af te schrikken springen ze wel een halve meter de lucht in maar komen steeds terug om in het ritselende cellofaan zakje tekeer te gaan.
Ik krijg pas rust als ze het hele zakje meeslepen naar de struiken.


Mijn vertrek
Tussen de overblijvers blijf ik me triest voelen.
Dat duurt nu al drie dagen. Er komt pindakaas, Hollandse koffie en Bokma te voorschijn. Wie dat bewaard heeft weet ik niet maar het is een perfecte bijdrage aan het algemene heimwee.
Iedereen is speedy bezig zich in te stellen op een nieuwe periode.
Camillo ruimt de bus op. Roos geeft de keukentent een goede beurt en de rest gaat op weg naar Zacharo of Kiparissia.

Ik heb het gevoel dat ik weg moet, want ik pas niet in dit patroon.
Als Camillo mij vraagt wanneer ik weg ga staat mijn besluit vast: vandaag na de siësta.
Iedereen is verdrietig over dit plotse besluit maar begrijpt het wel. Vooral Rudolph en Margred hebben moeite met mijn vertrek, vier dagen eerder dan gepland.
Nog een keer zwemmen, de tent inpakken en dan op pad.

De hele groep brengt me naar de 'grijze bunker' het eerste café. Daar neem ik afscheid. Ik heb een goede tijd gehad en het valt me zwaar me los te maken.

Het paraplutheater gaat mee om me uitgeleide te doen tot aan het station. Daar drinken we samen nog een laatste Ouzo voor de trein naar Kalamata komt.
Het moet een vreemd gezicht geweest zijn daar op het stationnetje van Gianitchigorion. Het heeft alle kenmerken van een wild west station en ik ben de enige die instap.

Mijn vrienden verdwijnen uit het gezicht
Zo'n afscheid is groots en ontroerd me. Iedereen is zo ontzettend lief geweest. Ik wil ze allemaal weer terug zien op hun reis naar China. Desnoods ga ik er voor naar Egypte.
In de trein lees ik de afscheidsbrief van Rudolph en Margred. Ingepakt met een perzik, yoghurt, een potje suiker en een flesje cognac.

Het Griekse avontuur gaat over in een reis
Ik zou graag met het gezelschap verder reizen en de hele boel in Amsterdam aan de kant gooien.
In Kalamata stap ik uit in de chaos van een nachtelijke stad.
Ik ben er niet meer aan gewend. Met een rugzakje op zoek naar een kampeerplek. Ik loop een heel eind tot buiten de stad waar een camping is. Het is een drukke plek maar ik ben moe en ik moet nu maar de stap naar een andere wereld maken.


De krekels doen het nog wel maar voor de rest heerst er een hels spektakel, in contrast met de rust van het Amsterdams Ballon Gezelschap, hoe chaotisch ze zich ook vaak gedragen.
Het is voorbij.
Er blijft verdriet.

De nacht is onrustig met in de verte een discotheek op volle kracht en om mij heen pratende kampeerders.
Ik sta vroeg op om nog in de bergen rond Sparta rond te trekken.
Ik geef dat plan weer op.
Het is duidelijk voorbij.


Ik neem de bus naar Athene en zit zes uur later op een plein voor het bespreekbureau om een treinkaartje naar Amsterdam te kopen.

De treinen staken.
Ik laat het van dit bureau afhangen hoe lang ik in Athene zal blijven.

Er hangt een dreigend briefje: NO COUCHETTES TIS MONTH, LITTLE SEATS.

Ik wacht af wat er zal gebeuren. Wie weet moet ik de rest van mijn leven als vluchteling in Griekenland blijven.
Ik vind een hotel precies tussen het bespreekbureau en het station in, maar moet mijn kamer wel delen met twee Grieken, dat stoort me niet.

Mijn siësta rek ik tot acht uur 's avonds, eet wat in de stad en slenter rond. De heksenketel van de stad gaat buiten door maar ik slaap er door heen.
Ik haal wat brieven poste restante op en schrijf iets terug.


Precies om acht uur sta ik op het bespreek bureau

De dreigende briefjes hangen er nog. De nerveuze Grieken ook.
De couchettes zijn voor de hele maand volgeboekt, maar tot mijn grote verbazing kan ik een zitplaats krijgen voor de trein die 10.45 gaat. Een wonder.

Snel ren ik naar het Hotel en pak alles in. Ik drink koffie op het station en bereid me voor op een vermoeiende reis. Bij het instappen de bekende taferelen. Trossen mensen hangen aan de wagons.
Na een tijdje is alles opgelost en vertrekt de trein.

Ik deel de coupé met een Griek die een kartonnen doos met honderd touwtjes vastgeknoopt meesjouwt. Hij wordt prompt door de conducteur naar de gang verwezen.

Er zitten twee sullige Zweedse meisjes en een nog veel saaiere Française in de coupé. Gelukkig kan ik met een aardige Yugoslavische jongen een beetje praten.

De nacht wordt moeilijk
Het is niet mogelijk om te slapen.
Er dringt zich een onbehoorlijke en dikke Yugoslaaf in de coupé.
Hij draait zijn kont plompverloren in alle richtingen, valt neer en begint luid te snurken.
Even probeer ik met mijn slaapzak in het gangpad te gaan liggen. Midden tussen vele peuken is dat geen pretje.
Als de dikzak tegen de ochtend verdwijnt gaat het slapen wat beter. Wel blijkt er een fototoestel gestolen. Het had ook iets van mij kunnen zijn maar gelukkig is dat niet het geval.

De rit door Joegoslavië is onrustig
Steeds nieuwe conducteurs die achterdochtig de kaartjes bekijken. Mensen die op gereserveerde plaatsen gaan zitten en meer van deze onplezierigheid die niet echt rampzalig is maar toch het reizen vermoeiend maakt. We zijn er nog niet.


Het contrast wordt steeds groter Vanaf Keulen reis ik met de Beethovenexpresse.
Cleane service met veel plastic verpakte troep bij de koffie. Knetterende omroepen van de stations, papieren hoofdservetjes op de banken.
Ik krijgt dat alles tegen een extra vergoeding van 6 DM.

Vanaf Arnhem kan me niets meer gebeuren.
Zelfs de marechaussee met de glimmende koorden en pennen op zijn uniform kijkt niet in het bekeuringenboek.

Maandag 13 08
10:45 vertrek Athene 19:00 aaankomst Thessaloniki.
18:50 in Gevgelya aangekomen. 19:30 vertrokken en 21:43 in Skopje aangekomen 23:12 weer verder.


Dinsdag 14.08

Midden in de nacht, 03:15 in Nis en 07:09 in Beograd. 07:39 gaat het verder en ik ben 12:25 in Zagreb en 14:45 in Ljubliana en 16:09 in Jessinice om 21:00 in Salzburgaan te komen. Ik wertrek 21:32 en ben 23:30 in München.

Op Woensdag 15 augustus 1979 is deze reis ten einde
Om 01:40 vertrokken en 08:49 in Keulen en 13:43 in Amsterdam gearriveerd.

En zo ging dat.

Henk van Faassen


Er vertrekken nog steeds geen treinen



Ik kom een Griek uit Gianitchigorion tegen. Hij zit ook vast.

E
en museum blijkt het volgepropt met gipsen kitsch door de eeuwen heen. De schoonheid is niet echt. Ontstaan door overlevering, maar als ik er oog in oog mee sta, ontroerd het me niet. Hoewel, een klein onopvallend beeldje en een paar bronzen stukjes treffen me wel.

De toeristen komen in drommen met bussen en ik vlucht naar een park. Naast me probeert een gepensioneerde kolonel met steentje de cicaden in de boom tot stilte te brengen. Hij moet beter weten. Zelfs tussen de vele politiefluiten en de claxons winnen de krekels het.

Ik bekijk het hek van de Politechnicon.
Het is netjes opgeknapt alsof er geen tanks waren die de studenten verdreven hebben. Er zijn nog aanplakbiljetten. Is nog niet alles in orde? Ook in het enorme koffiehuis laaien de discussies hoog op. Ik weet niet waarover.

Ik ga eens poolshoogte nemen op het station.
Er vertrekt een trein in een enorm gedrang van mensenlichamen. Het belooft niet veel goeds, maar er gaan in ieder geval weer treinen. Er is geen duidelijkheid te verkrijgen of ik met een van de volgende weg zal kunnen. Maandag zie ik wel verder.

In de nacht is er niet veel te doen in donker Athene, tenzij je jezelf door dikke Griekse hoeren duistere tenten in laat slepen. Ze pakken mijn hand en laten niet meer los. Ik moet er eentje een flinke mep op haar vette knuist geven voor ze los laat. Het schelden erna klinkt zeer Grieks.

Het is goed dat ik een hotel heb. Steeds als ik moe ben is er een bed om languit te snurken. Ik doe het veel en vaak. Het eten in de stad gaat me deerlijk vervelen. Het is allemaal Grieks en wat je ook kiest, het smaakt steeds eender.

Alle tijd om op mijn gemak de Acropolis te beklimmen maar toch raak ik beklemd tussen de drommen japanners en duitsers. Sommige ploegjes zijn hun gids kwijt en roepen luidkeels: Key-tours, Key-tours.
Ze barsten bijna in tranen uit als er niemand komt om hen veilig weg te leiden. Een japanner heeft voor dit doel een vlaggetje gemaakt, maar of het helpt weet ik niet. Het geheel maakt een ontluisterende indruk op me, hoewel ik met genoegen kijk naar al die mensen die proberen het Pantheon zonder toeristen op de foto te krijgen.

Het gevoel van alle eeuwen die op mij neer moeten kijken komt maar niet. In alle talen wordt er hardop uit gidsen voorgelezen. Een Nederlandse stel declameert met grote gebaren een hele ANWB-reisgids. Het is te gek voor woorden. De Kariatiden staan in een dicht netwerk van roestige steigers, maar dat mag niet hinderen, er wordt druk geflitst en gefilmd.

In de Agora is het rustig. Koele plekjes. Zelfs het museum wordt niet druk bezocht. Beneden drink ik een biertje en bekijk de handel van nep schoenen en nep tassen. Na een lange wandeling een siësta en weer een wandeling. Het is zondag en er is door de benzinecrisis weinig verkeer. In een achteraf café bekijk ik de atlethiekkampioenschappen op de televisie. Een Griekse atleet laat een discus uit zijn handen vallen. Wat een afgang.
A
thene begint mijn benen dodelijk te vermoeien.

Mijn terugreis is duidelijk viezer en maffer dan de heenreis
Half aangevreten watermeloenen rollen door de gang. Alle wc's en fonteintjes zijn verstopt. Pislucht dringt door tot alle coupés. Af en toe stappen oude vrouwtjes in die symbolisch iets opvegen of met een doek alle stangen aan de buitenkant van de trein oppoetsen.

De rest blijft doorrotten en midden in het rottingsproces zit ik. Ik moet zien dat ik niet zelf in ontbinding zal raken. Als het avond is wordt het beter. We zijn in Oostenrijk. De trein heeft een enorme vertraging opgelopen. Een frans meisje is bang haar aansluiting via Brussel naar Lille te missen. Meerdere malen komt de conducteur zeggen: "als je vlug bent kan je hem aan de andere kant van het perron nog halen" Maar als ze haar spullen gepakt heeft is het weer te laat.

De twee treinen rijden achter elkaar en ik besluit dat het beter is in een rijdende trein te slapen dan op een perron in München.

Snel wip ik in de Belgische trein die tot Keulen gaat. Wat een verschil. De trein is schoon en bijna nieuw. Toch blijft het gemanipuleer met de treinen. Steeds andere locomotieven, conducteurs, grenscontroles.

In Oostenrijk werden een paar hippies uit de trein gepikt om te laten zien dat de bewaking paraat is.