tussen taal en beeld

 

.op mijn pushbike 1984





Het United Kingdom is een eiland

Omgeven door Belgische strijkage dineer ik aan boord van de Prins Albert.
Tegenover mij zit een Duits mevrouwtje met een slecht zittend gebit, ze kan heel goed “thank you very much” zeggen.

Mijn reis naar Great Britain is begonnen.

The morning coffee
Voor en door dames.
De hele sfeer van een deftige salon is overgeplaatst naar een donker winkeltje.
Niets mag op een bar of iets dergelijks lijken.
In de etalage deftige planten met daartussen een kleine aankondiging dat de dames gasten willen ontvangen met schalen vol prachtige taartjes.

De dames zijn, ook op deze doordeweekse dag, zondags aangekleed.
Dat is maar goed ook want ze komen in elk geval de dominee tegen.
Hij bedankt de dames omstandig voor hun goede werken, zoals het schikken van bloemen in de kerk.
De vicar heeft al een stapel aanplakbiljetten onder de arm om de volgende sociale gebeurtenis in de kerk aan te kondigen.

Tussen de dames zit ik als fietser in mijn korte broek, verwaaide haren, vieze nagels, duidelijk bezweet ruikend.
Ik word gedoogd en krijg dezelfde behandeling als alle deftige dames, compleet met het tere servies en de servetjes.


Stonehenge 1984
De oude megaliten staan er al duizenden jaren doodstil, maar ze spreken de onderzoekers en een eenzame Hollandse fietser, duidelijk aan over de rituelen die er plaats vonden.

Stonehenge zoals het in het begin was

Tweehonderd toeristen en ik kijken naar stenen die tweeduizend jaar voor Christus overeind gezet zijn.
Er wordt nog steeds geofferd.
Naar de bedoeling ervan moeten we raden, afhankelijk van onze en vorige tijden is het een offerplaats of een voorloper van het kwartshorloge. Volgens de kassajuffrouw zou dat best kunnen, maar voor het aflezen van een nauwkeurige tijd zijn te veel stenen verdwenen.


Stenen in een kring
Twintig mijl ten noorden van Stonehenge is Avebury, de grootste kring stenen die op de wereld te vinden is. De kring is ouder dan de beroemde Stonehenge, maar met even zovele geheimen, die stukje bij beetje, door de archeologen uitgeplozen worden.



Penzeance

Al fietsend en zeker al fietsduwend krijg ik het gevoel uit mijn liftersperiode terug.
Het intense contact met de berm van de weg, de hele archeologie van zo'n weg, de kanten, de dode dieren en weggegooide papiertjes en andere rotzooi.
De manier waarop kruispunten en splitsende wegen zich aankondigen. De remsporen en de omvergereden paaltjes.
De geur van de akkers die je passeert.

Maar ook steeds weer de beslissingen met de kaart in de hand.
De route is niet voorspelbaar, wel vagelijk vastgesteld, maar veranderend naar mate het landschap, de gesteldheid van de weg, de moeilijkheid van een klim tegen een heuvel, dat bepalen. Ik geloof dat dit het spannendste was van het liften, je ging ergens heen, maar waar je 's avonds zou zijn wist je niet.

Lizardpoint is het zuidelijkste puntje van Engeland.
Dat is een reden waarom veel mensen, en ik, juist daar naar de golven, die tegen de steile rotsen aan spatten, gaan kijken.

En dan is er Landsend, waar niets anders te zien is dan een kilometer verderop.
Er wordt toegangsgeld gevraagd, domweg omdat er een eindpunt aan te wijzen is.

De zeemeeuwen net zo luidruchtig zijn als van ze verwacht wordt. Vooral omdat ze van over twee zeeën komen en elkaar hier tegenkomen.
Ze hebben veel te vertellen.





East Fringle


Culcombe farm Monksilver Somerset

Het is voor Engelse begrippen erg heet
Ik berg mijn etensspullen onder een steen bij het riviertje naast mijn tent. Een onweersbui veranderde het lieve riviertje in een woeste bruine stroom. Alles wordt meegesleurd, zoals mijn boterdoos met kaas er in, een fles limonadesiroop, een yoghurtje, twee blikjes bier en een veldfles.
Na een intensieve zoektocht toen de bui over was vond ik alles stroomafwaarts weer terug. Behalve de twee blikjes bier.

Iedere keer als ik langs de forellenkwekerij kom denk ik dat de vissen vreemd opgekeken hebben toen de blikjes langskwamen.
In diezelfde bui verloor de boer 35 schapen.
Ze braken los en verdwenen in de omringende bossen.
Een avond ervoor had ik al groen oplichtende ogen van één of ander roofdier gezien.

Volgens The Times is er ook een schaapverscheurende hond in de buurt gesignaleerd.
De stomme schapen blijven maar blèren en af en toe hoesten ze als oude mannetjes.
De vijf grazende rammen maken, als ik voorbij kom, een borrelend geluid als van een riool.

De wilde paarden lopen midden op de weg en doen geen stap opzij als auto's of bussen aan komen stormen. Maar voor een fietser, met fietstassen voor en achter, slaan ze op hol.

In dit land noemen ze een gewone fiets een 'Pushbike', ik begin te begrijpen waarom.



Spaken die niet tegen 'potholes'
kunnen

Eén nietje: twee gaatjes
Vlak voor het einddoel van de tweede etappe opnieuw een lekke band.

Een band plakken in de regen is moeilijk, twee gaatjes naast elkaar repareren is onmogelijk.

Ik probeer het in de beschutting van een portiek van een woonhuis.
Een oude dame vertrouwt het niet en wil mij naar de buren sturen.
De reparatie lukt niet en de reserve binnenband heeft een te dik ventiel voor de opening in de velg.
Er zit niets anders op dan naar het volgend dorp te lopen, waar volgens de cartograaf een fietsenmaker is.

Drie kilometer naar het dorp en nog eens twee kilometer naar een industrieterrein buiten het dorp waar de fietsenmaker zit.
Ik moet lang wachten op een sukkel die een mountainbike aan het aanschaffen is en niet kan beslissen.
Maar dan krijg ik twee stel verse, naar rubber ruikende, banden.





Stille dorpen liggen op een heuvel met de torenspits als hoogste punt,
of in het dal zonder kerk als herkenningsteken.

Henk van Faassen






naar Ierland

12 8 2018