Deze verhaaltjes
zijn ontstaan tijdens
de eerste periode van de Covid pandemie.
De kinderen van het dagverblijf
moesten thuis blijven.
We stuurden de ouders regelmatig
de verhalen die Opa Henk
op de binnenplaats vertelde.
Zo bleven de kinderen betrokken
bij de plek waar ze zo graag
in de zandbak speelden
of met hun stepjes en fietsjes
rond zwierden.
De grote knager
Het Konijn met de rode oren zag op een dag
dat alle dieren in hun holletje bleven zitten,
behalve de Wijze Uil,
die riep:
Allemaal gauw naar binnen anders krijg je het ook!
Het Konijn kon niet geloven wat hij toen zag.
Het hele bos lag bezaaid met wortels,
waar hij zo dol op was.
Hij deed zijn snuitkapje op en begon te knagen,
te knagen
en nog eens te knagen,
tot alles op was.
Hoe een klein konijn rode oren kreeg
Op een goede dag besloot Vader Konijn
het hol van binnen rood te verven.
Dat vond hij een mooie kleur.
Klein Konijn keek goed hoe het moest.
Maar hij kwam wel met zijn oortjes in de verfpot terecht.
Dat was niet zo slim en hij moest de wastobbe in.
Jammer genoeg ging de rode verf er niet vanaf.
Daar hing klein Konijn met rode oortjes in de zon
te drogen aan de waslijn.
Moeder Konijn schudde met haar kop
Wijze Uil sprak:
U heeft het verkeerde wasmiddel gebruikt.
Zo kwam het dat er één konijn
het Konijn met de rode oren is.
Naar de supermarkt
Het Konijn met de rode oren
ging naar de supermarkt.
Hij moest voor Opa met de grijze oren
boodschappen doen.
Die mocht echt zijn hol niet uit.
Het waren heel veel dingen,
prei, aubergine, tomaat, paprika, ui en nog meer.
Dat kon hij allemaal niet onthouden hoor.
Toen hij terug kwam
had hij zeven bossen peentjes gehaald
voor de worteltjes soep
van zijn Opa.
Konijn en Kraai
Het Konijn met de rode oren
zag daar Karel Kraai in de boom zitten
met een lekkere wortel in zijn bek.
Karel, zei het Konijn,
Wat heb je toch een mooie zwarte jas aan,
kan je ook zo mooi fluiten?
Karel deed zijn snavel open
en kraaide luid.
De wortel viel uit zijn bek.
Konijn pikte die vlug,
dat was zijn buit.
Slim he?
Brief voor Konijn
Op een dag
moest Piet Postduif een brief bestellen
bij het hol van
het Konijn met de rode oren.
Maar hoe Postduif ook keek en zocht
hij kon geen brievenbus vinden
om de brief in te stoppen.
Gelukkig was Wijze Uil in de buurt.
Die zei:
Waarom prik je de brief niet aan de boom?
Dat deed Postduif
en vloog vrolijk verder.
Konijn met de rode oren
was erg blij met de brief.
Wie is die Mol?
Het Konijn met de rode oren
zat lekker voor de televisie
naar voetballen te kijken.
Wat zag hij daar
en dat was wel heel erg raar,
kwam Maupie Mol te voorschijn.
Wijze Uil sprak:
U kijkt nu naar een extra aflevering van:
Wie is die Mol.
Ontmoeting met het Konijn
Monsieur Henri
was uit zijn humeur
hij wilde wel eens wat anders doen,
zoals pick nikken buiten de deur,
lekker koffie drinken
in de vrije natuur
Daar was,
hij wist echt niet wat hij zag,
Konijn met de rode oren
die de krant zat te lezen
met een glaasje wortelsap erbij.
Goedendag zei Monsieur Henri.
Deze dag is heel goed,
sprak het konijn,
dat lees ik net in de krant,
Heel fijn.
De mooiste tekening
Het
Konijn met de rode oren
maakte een tekening.
Wie
de mooiste tekening van het land
had gemaakt
kon een bos wortelen winnen.
Marley
de hond met de roze tong
kon helemaal niet tekenen.
Maar
dat vond hij niet erg,
hij lust echt geen wortels.
Op de step in de nacht
Het was een donkere nacht.
Toen de maan helemaal rond aan de hemel stond,
kroop het Konijn met de rode oren uit zijn hol
en zag daar een step staan.
De kinderen hadden vergeten hem op te ruimen
en de step was nu helemaal alleen in het donker.
Het konijn had altijd al graag
op een step door het bos willen racen,
maar dan kon niet,
snap je?
Nu kon het wel
en hij probeerde het voorzichtig.
En ja hoor toen hij een beetje geoefend had
ging hij heel hard.
De Wijze Uil zag dat, kneep één oog dicht en sprak:
Oehoe wat zie ik nu?
Dat kan niet hoor,
dieren moeten door het bos huppelen,
daarvoor hebben ze pootjes toch?
En konijn is, geloof ik, ook een dier,
dus die moet ook huppelen en springen.
Erik Eekhoorn was van schrik
achter een paddenstoel gekropen
en dacht:
Hoe kom ik nou weer in mijn holletje in de boom?
Op een skateboard
Het Konijn met de rode oren
wilde graag bij de stoere dieren horen
Hij stapte op een skateboard
maakte een Ollie
en vloog meteen met een vaartje de lucht in
zijn oren raakten in de knoop
en hij was ook een beetje duizelig
Droef de Duif
schrikte zich een hoedje wat hij zag
en
Simon Schildpad riep:
Konijnen horen op de grond
en nergens anders hoor!
Koning Konijn
Het Konijn met de rode oren
wilde Koning worden.
Hij moest, zoals dat hoorde,
op de Derde Dinsdag
aan alle dieren in het bos
een sprookje voorlezen.
Maar, weet je, konijnen
kunnen niet zo goed voorlezen.
Hij begon:
Oote oote oote
Boe
Oote oote
Oote oote oote boe
Oe oe oote oote oote
Toen de de dieren het verhaaltje hoorde
rolden ze allemaal ondersteboven van het lachen.
fragment uit een gedicht van Jan Hanlo
Konijn gaat zwemmen
Het Konijn met de rode oren
wilde zwemmen leren.
Hij dook met alle spullen die bij zwemmen horen, zwembril en snorkel, zwembandjes en zwemflappen,
in zijn zwembroek het water in.
Maar zwemmen kunnen konijnen niet.
Emmy Eend leerde hem water trappelen.
De vissen schrokken zich een hoedje.
Kees de Kikker riep: kom het water uit.
Roef de Reiger aan de waterkant wilde zeggen:
Mijn beste vriend Konijn
ga toch wat anders doen
in de sloot is het niet fijn
daar worden je oren kletsnat.
Konijn krijgt gasten
Het Konijn met de rode oren
lag in de wei te slapen.
Toen hij wakker werd
zag hij allemaal rode oren om hem heen.
Hij hoorde piepkleine stemmetjes
en wreef zijn ogen uit.
Het waren kabouters met baardjes
en rode mutsen op hun hoofd.
Ze gingen verschrikkelijk tegen hem te keer
omdat ze niet rustig een boekje konden lezen
of een middagdutje konden doen.
Ze moesten ook heel nodig een hol graven
voor het donker werd.
Precies op de plek waar Konijn nu lag.
Weet je wat, zei Konijn,
jullie mogen vannacht allemaal in mijn hol logeren.
Wat vinden jullie daar van?
De kabouters keken elkaar aan en
Opa Kabouter bromde: "vooruit dan maar"
En daar liepen ze allemaal achter elkaar naar toe.
Ze zongen een lied er bij:
"wat fijn, wat fijn, we slapen bij het knijn"
In een groen knollenland
In een groen groen groen
knollen knollen knollenland
daar liepen twee haasjes heel parmant.
De één die blies heel mooi op zijn fluit
en de ander sloeg op de trommel,
heel hard.
Dat hoorde het Konijn met de rode oren.
Die dacht dat wil ik ook,
maar hoe hard hij ook blies,
er kwam geen muziek
zijn fluit uit.
Tja weet je wel,
haasjes zitten héél anders in hun vel
dan konijnen.
Wolf had honger
Wouter Wolf liep met een lege maag rond.
Hij kwam Konijn met de rode oren tegen.
Weet je wat, zei Wolf,
ik vreet je op.
Wacht, wacht nog even,
wist je dat haasjes veel lekkerder zijn
dan konijnen?
Kijk, daar rent er eentje.
Wolf ging er meteen achteraan,
maar hazen kunnen heel hard lopen,
dus...
Vrij door bos en veld
Het was de dag dat alle konijnen
vrij door bos en veld mochten huppelen.
Konijn met de rode oren zwaaide met zijn vlag
en riep dat al zijn broertjes en zusjes
uit het hol mochten komen.
Ze hoefden niet bang te zijn voor jagers
met een geweer
en wolven
met scherpe tanden.
De Wijze Uil sprak:
Alle dieren zijn nu blij.
Leve de Vrijheid!
Hoera!
Slak wil vliegen
Sara Slak kroop uit haar huisje en keek in de lucht.
Ze wilde het bos ook wel eens van bovenaf zien.
Ze plakte twee bladeren aan haar slakkenhuisje
en wiebelde heen en weer.
Maar ze bleef aan de grond plakken.
Alle vogels lachten haar uit.
Konijn met de rode oren zei:
Dieren die geen pootjes en vleugels hebben
moeten thuis blijven.
Dat deed Slak en was verdrietig.
Konijn gaat met de tram
Het Konijn met de rode oren
ging een dagje naar Amsterdam.
Hij wilde naar de markt,
maar dan moest hij met de tram.
Nu zijn konijnen nog nooit
in hun eentje met de tram geweest.
Ze wisten niet dat je een kaartje moest hebben
waarmee je piept als je instapt.
Konijn stapte in zonder kaartje,
en dicht klapten de deuren.
Maar zijn rode oren waren nog buiten.
Alle mensen zagen het gebeuren.
Konijn moest wachten tot de volgende halte.
De deuren gingen weer open.
De conducteur riep:
Konijnen zonder kaartje eruit!
En vlug!!
Konijn gaat met de trein
Op een bepaalde en geschikte dag
besloot het Konijn met de rode oren
naar zijn nicht in haar hol in Maastricht te gaan.
Hij begreep wel dat hij daar niet heen kon huppelen.
De meeste mensen gaan dan met de trein
en hij dacht dat een konijn dat ook kon.
Hij ging naar het station en sprong daar op een trein,
die even later vertrok.
Na een lange reis langs weiden en velden waar
de mooiste bloemen bloeiden en worteltjes groeiden
kwam hij in een stad waar de trein niet verder reed.
Alle mensen gingen de een of andere kant uit
maar Konijn wist niet goed welke kant hij moest gaan
om bij het hol van zijn nicht te komen.
Hij ging naar de Machinist
die net aan het uitrusten was
van het besturen van de trein.
Konijn vroeg hem:
Mijn nicht woont in een hol in Maastricht,
hoe kom ik daar?
Mijn beste vriend, zo sprak de machinist,
de stad waar je nu bent heet Groningen
het spijt mij wel maar Maastricht
is precies het andere eind van deze spoorlijn.
Als ik uitgerust ben ga ik weer die kant uit,
dat doe ik regelmatig, dat is mijn plicht.
Als je weer snel instapt breng ik je naar je nicht
in het hol in Maastricht.
Maar laat dit een les voor je zijn,
mijn beste konijn,
er zijn twee einden aan een lijn
en het is zaak om in te stappen
aan de goede kant er van.
Konijn deelt soepstengels uit
In een bos
waar maar tien bomen stonden
waren heel veel muizen.
Daar zat het Konijn met de rode oren
op een boomstam.
Hij deelde soepstengels uit.
Alle muizen zaten netjes met hun billetjes op de grond. Dat hadden ze van Konijn geleerd.
Eén muisje was lekker stout.
Dat hing met haar staartje aan een boom.
Konijn graaft een hol
Op een dag,
toen alle kinderen hun middagdutje deden,
zat het Konijn met de rode oren in de zandbak
bij de pomp en maakte een hol.
Toen de kinderen weer wakker waren
en in de zandbak gingen spelen,
hoorden ze vreemde geluiden diep in de grond.
Rommel de bommel
en knars knars.
Dat was het konijn die in zijn hol zat,
en een paar wortels uit het kastje haalde,
en die rustig op ging knabbelen.
Dus nu weet je
wat daar diep onder in de zandbak gebeurt.
Kraai pikt een kroontje
Kraai met de rode snavel
zat boven in de boom verschrikkelijk te kraaien.
Hij had een gouden kroontje met een diamant
van het hoofd van een prinses gepikt.
Maar hij had het kostbare ding
tussen de planten laten vallen.
Hij riep het Konijn met de rode oren:
Wil je tussen de bloempotten gaan zoeken?
Konijn kon alleen een glinsterend haarbandje vinden, waarmee meisjes en soms ook jongens,
een staartje in hun haar maken.
De Wijze Uil, die dat zag, sprak:
Wie iets kleins niet mooi vindt,
hoeft ook geen grote dingen te pikken!
En zo is dat.
Droom
Op een nacht,
toen alle konijntjes sliepen,
werd het Konijn met de rode oren
met een schok wakker.
Hij had een nare droom gehad.
Alle dieren uit het bos zagen er raar uit
en deden vreemde dingen.
Maar ze waren wel heel erg lief voor elkaar.
Het was dus eigenlijk helemaal geen nare droom geweest.
Naar de Bosbasisschool
Het Konijn met de rode oren
en al zijn broertjes en zusjes
moesten naar de Bosbasisschool.
De Wijze Uil was de schoolmeester,
hij vroeg:
Hoeveel groente staat er op het bord?
Ze riepen allemaal: één lekkere wortel
en één sappige tomaat!
Maar de konijntjes moesten nog leren
dat 1 en 1 twee is.
De Boomkabouter is jarig
Er was eens een Boomkabouter.
Hij woonde zoals alle boomkabouters,
in een boom.
Bijzonder aan de bomen
waarin boomkabouters wonen is:
Die hebben evenveel bladeren
als de boomkabouter oud is.
Vreemd aan de bomen
waarin boomkabouters wonen is:
Op de dag dat de boomkabouter jarig is,
valt één blad van de boom.
Daar moest Konijn met de rode oren
wel even over nadenken.
Boomkappers
Op een dag kwam
het Konijn met de rode oren
zijn hol uit.
Hij wist echt niet wat hij zag.
De boomkappers waren geweest
en hadden alle takken en blaadjes
van de bomen afgezaagd.
Erik Eekhoorn klaagde dat
iedereen nu in zijn holletje kon gluren.
Karel Kraai met de rode snavel
wist niet waar hij zijn nest moest bouwen.
Wijze Uil was ook in de war,
hij kon niet meer overal op letten.
Simon Schildpad bromde
dat het gelukkig was
dat hij in zijn schild was gekropen.
Alleen de muizen waren blij.
Die konden
tussen alle takken en bladeren
lekker verstoppertje spelen.
In de regen
Het werd winter.
Het Konijn met de rode oren
kreeg een nieuwe regenjas.
Maar zijn oren pasten niet in de kapusjon.
Moeder konijn knipte er twee gaten in
waar hij zijn oren door kon steken.
Die werden wel nat
maar de rest bleef droog.
Meneer Uil had geen regenjas.
Maar er waaide een groot blad
van de boom op zijn kop.
Dat gebeurde er
en Uil bleef ook droog.
Drie steentjes
Het Konijn met de rode oren
had drie steentjes.
Het eerste steentje was wit,
hij gooide het in de sloot,
dat zei: 'plop'.
Het tweede steentje was zwart.
Het kwam op de kop van Koos Kikker neer.
Die kwaakte: 'auw!'
Het derde steentje was blauw,
dat gooide hij niet meer.
Wie Weet Waarom?
Kerstboompje
Op een mooie dag
wilde het Konijn met de rode oren
ook graag een kerstboompje
in zijn hol.
Met een bijl, een zaag en touw
ging hij op pad.
Toen hij in het dennenbos aankwam
zag hij dat alle sparrenbomen
al verdwenen waren.
Op één mager boompje na.
Konijn werd er een beetje verdrietig van.
Moest dat arme ding
de hele koude winter
daar in zijn eentje blijven staan?
Kom op,
hij mag mee naar mijn warme hol.
Ik zal hem mooi versieren,
met veel worteltjes aan zijn takjes.
Bosvoetbal
Dit is het bos
waar alle kabouters naar toe gaan
om naar het voetballen te kijken.
Er staan wel veel bomen op het veld,
maar daar zijn ze aan gewend.
Het Konijn met de rode oren
blijft lekker in de kantine
en drinkt een glaasje wortelsap.
Oerwoud
In het oerwoud leven een heleboel dieren.
Ze eten uit de boom
de noten en de blaadjes.
Ze voeren hun jonkies.
En ze zorgen dat ze niet uit de boom vallen.
Boven de bomen vliegen de mooiste vogels.
Tussen de bomen loert een slang
Hij wil het Konijn met de rode oren
te pakken krijgen.
Dat is allemaal zo afgesproken
in een oerwoud.
Koe en Konijn
Hoe een koe een haas vangt
dat weten we wel.
Maar hoe vangt een koe een konijn?
Dat wilde Bertha de koe
(zo heten bijna alle koeien)
wel proberen.
Ze vroeg aan het Konijn met de rode oren
of die wel eens worteltjesmelk
geproefd had.
Maar dat smaakte
helemaal niet naar worteltjes.
Dat snap je wel.
Konijn is fit
Het Konijn met de rode oren wil heel sterk worden.
Hij gaat naar de sportschool
waar Kraai met de rode snavel de coach is.
Konijn moet hele zware dingen optillen,
heel vaak achter elkaar.
Hij moet ook springen en in de ringen hangen.
Mol hoorde boven zijn kop gebonk.
Hij wist niet wat hij zag:
Konijn met de enorme spierballen was daar aan het oefenen.
Stoer hoor!
In de sneeuw
Het was winter.
Plotseling stond daar een Sneeuwkonijn.
Zijn oren waren winterwortels.
Zijn neus was een dennenappel.
Zijn ogen waren zwarte steentjes.
Het was winter,
en het sneeuwkonijn stond daar
eenzaam in de kou.
Konijnen prinses
Het Konijn met de rode oren
wilde ook wel eens een prinses zijn.
Hij trok een prinsessenjurk aan
en rende door het bos.
Zijn pootjes waren te groot voor de muiltjes
dus die verloor hij.
Alle dieren vonden het maar raar.
Meneer Uil riep:
hou daar mee op,
konijnenprinsessen bestaan niet
en als ze rode oren hebben helemaal niet.
Computeren
Het Konijn met de rode oren
wilde graag een computerspelletje spelen.
Hij had gehoord
dat je daar een muis bij nodig had.
Hij vroeg Mirjam Muis,
die kruimeltjes aan het zoeken was,
om mee te doen.
Muis kreeg een draadje om haar nek
en Konijn knoopte dat aan de computer.
Maar hoe Konijn ook op de oortjes van Muis drukte, er kwam geen Super Mario te zien.
Er kroop een lieveheersbeestje over het scherm.
Dat was alles.
Kinderen
Kijk toch uit wat je doet want:
Het Konijn met de rode oren
las alle gedichtjes achterstevoren.
Hij wilde wel eens weten hoe dingen
van de achterkant zijn.
Dat is omdat...
hij is een konijn.
opa Henk
Konijn en Kraai in bad
Het was een gespetter van belang
want het Konijn met de Rode Oren
moest in bad.
Karel Kraai met de Rode Snavel deed mee.
Meneer Uil riep:
"Goed achter je oren wassen!"
Maar het Konijn kon dat niet horen.
Hij had zeep in zijn ogen.
Voorlezen
Op de eerste dag van de lente
bracht de post een grote doos
voor het Konijn met de Rode Oren.
Die wist niet wat hij zag.
Er kwamen veel dorre blaadjes uit,
maar daar tussen in, goed verpakt,
een heel klein boekje met gedichten.
Konijn zette zijn bril op maar kon niet lezen.
Karel Kraai heeft goed ogen,
die las het eerste gedicht voor.
Lente
Het lijkt wel een droom
Nieuwe blaadjes aan de boom.
Alle dieren in het bos
Schudden hun veren en haren los.
De winter was guur en koud
De lente lijkt van goud.
Dat was een mooi gedicht
van meneer de Uil.
Konijn wil ook een nest
Het Konijn met de Rode Oren
zag dat alle vogels bezig waren
een nest te bouwen.
De Kraaien deden dat hoog in de bomen
en de Mezen waren bezig
het nestkastje van vorig jaar schoon te maken.
Zo'n nest is wel wat fijner dan een donker hol.
dacht Konijn.
Maar eerst moest hij zien
dat hij in de boom kon klimmen.
Hij maakte van dikke takken een laddertje.
Hij keek goed hoe de vogels hun nestje
van dunne takjes vlechten.
Dat deed Lomijn ook en het lukte.
Nu kon Konijn heel ver over weide en bos kijken.
Heel fijn!
Een luchtje scheppen
Op een mooien dag in mei
wilde het Konijn met de Rode Oren
een luchtje gaan scheppen.
Hij zag in de zandbak van de kinderen
een boel schepjes liggen.
Rode, blauwe, gele, grote en kleine schepjes
en een hele grote schep.
Hij wist niet wat voor een schepje hij nodig had.
In het tuincentrum vroeg hij dat.
Maar wat voor luchtje wilt u scheppen?
Er zijn er veel hoor!
Konijn
wilde het luchtje van een boerenkool scheppen.
Daar was het model 'groen schepje' geschikt voor.
Vrolijk ging het Konijn aan het scheppen
en zong daarbij het lied:
De knientjes hebben de köpkes uit de boerenkool
gevreten, faladeraderiere, falderadera.
Gevallen
Op een warme dag
toen het Konijn met de Rode Oren
op een tak van zijn boom IN slaap viel
en toen UIT zijn nest was gevallen,
lag hij daar kermend op de grond.
Uil die het zag gebeuren
waarschuwde meteen de ambulance.
Simon Schildpad,
die altijd pleisters en verband in zijn schild heeft,
kwam vlug aangerend.
Konijn kreeg verband om zijn oren
en een pleister op zijn poot.
De Wijze Uil sprak:
"Konijnen moeten IN hun hol slapen.
Daar kunnen ze niet UIT hun bed vallen.
Zo gaat het in het bos.
Voetballen
Op een zekere dag
hadden alle dieren, en ook bijna alle mensen,
een oranje T-shirtje aan.
Het Konijn met de Rode Oren
trapte tegen een ronde bal met zwarte stippen aan.
Heel hard.
Alle dieren piepten en schreeuwden
door elkaar.
Behalve de Wijze Uil.
Het was een vreselijk lawaai daar in het bos
Uil kraste:
"Eerst maar eens laten zien dat je kunt winnen"
Verjaardag
Het Konijn met de Rode Oren
was jarig.
Het Vogelezangkoor zong uit volle borst.
De dieren uit het bos kwamen luisteren,
maar Maurits Mol was een beetje doof.
Meneer Uil mocht niet meezingen
want die krast te veel.
Olifant op bezoek
Op een keer kwam
Ollie Olifant met de rode oren
op bezoek bij het
Konijn met de rode oren.
Hij had een bos wortelen meegebracht.
Die lusten olifanten ook.
Konijn was erg blij
dat hij zo'n heel grote vriend had.
Wijze Uil zei:
een beste vriend
is het fijnste
dat er is.
Vakantie
Het
Konijn met de rode oren
wilde ook weleens kamperen.
Slapen in een slaapzak
in een tent.
Een potje wortels koken
op een houtvuurtje.
Dat is wel wat anders
dan in je holletje kruipen.
Meneer de Uil ging mee,
want die wilde wel een oogje
op de kampeerders houden.
Een wijze les
Toen
Konijn met de rode oren
na zijn middagslaapje uit zijn hol kroop
zag hij dat alle vogels
een lekkere wortel
bij de boer gepikt hadden.
Konijn wilde dat ook
wel en vroeg aan
Kraai met de rode snavel
of hij ook kon Twitteren.
Kraai deed zijn bek open,
de wortel viel en
Konijn pikte die in.
De wijze Uil sprak:
Slimme vogels Twitteren niet!
Kunstkonijn
Konijn met de Rode Oren
wilde kunstenaar worden.
Hij keek goed hoe de kinderen
schilderkunst maakten.
Haalde verf, kwasten en een tekenezel.
Zo begon hij.
Alle tekeningen hing hij in de boom
zodat alle dieren die konden bekijken.
Meneer de Uil
was erg trots op Konijn
en sprak:
Ga zo door
en je zal beroemd worden als
Kunstenaar Konijn met rode oren.
Racekonijn
Konijn met de rode oren
huppelde op een mooie zomerdag
door de duinen.
Uit de verte
klonk een verschrikkelijk lawaai:
Broemmm, wroemmmm.
Alle konijntjes in de duinen
doken verschrikt in hun holletjes.
Konijn zag dat er allemaal gekke autootjes rondscheurden.
Zoiets wilde hij ook wel eens.
Hij vond een grote oude schoen
en knutselde er wielen onder.
Zo leek die op een raceauto.
Zeemeeuw die dat zag schreeuwde:
hou toch op,
de golven van de zee maken een veel mooier geluid.
Maar dat hoorde Konijn niet.
Vlechtjes
Konijn met de rode oren
wilde, net zoals mensenmeisjes,
ook vlechtjes hebben.
Hij liet zijn haren groeien en het lukte.
Konijn wilde dolgraag zien hoe hij er uitzag
maar in het bos zijn geen spiegeltjes.
Op een keer had het erg geregend
er was een grote plas gekomen.
Toen kon konijn zien hoe hij er uitzag.
De andere dieren wilden ook vlechtjes,
maar Simon Schildpad had geen haren,
Kwak de Kikker ook niet,
Mijnheer de Uil en Karel Kraai hadden alleen veren
daar kun je geen vlechtjes in maken.
Dat was jammer.
Twee hondjes
Er waren eens twee hondjes.
Max en Bella.
Ze kwamen uit een land waar
alle houten huizen rood geschilderd waren.
De honden hadden rode snuiten.
Dat kwam omdat ze gesnuffeld hadden
achter een schuur.
Daar stonden nog potten rode verf.
Dus...
Zo durfden ze niet thuis te komen.
En nu waren ze verdwaald in het bos,
waar het Konijn met de rode oren zijn hol had.
Mijnheer de Uil die zag dat en riep:
"Kijk daar komen twee vreemde beesten aan!"
De hondjes waren moe en verdrietig.
Maar hoe kwamen ze weer uit dat bos?
Uil en Konijn konden ze niet verstaan.
Oh, hoe moet dat nou?
Weer thuis
Het werd herfst.
De twee hondjes met de rode snuit
hadden de hele zomer met de bosdieren gespeeld.
Ze moesten wel eerst aan elkaar wennen.
Dat lukte prima.
Maar nu waren Max en Bella een beetje verdrietig.
Ze verlangden naar hun eigen huis.
Op een dag
gingen ze samen met Konijn met de rode oren op pad. Ze klommen over hoge bergen
en liepen door diepe dalen.
Tot ze eindelijk in de verte hun rode huis zagen.
Blij renden ze de berg af.
Dag Max, dag Bella, kom nog eens langs,
riep Konijn.
Maar dat hoorden ze niet meer.
Sint met de rode oren
Het werd winter.
De bladeren waren bijna allemaal van de bomen gewaaid.
Op de kale takken zaten ineens drie vreemde vogels. Een Gele Piet, een Rode Piet en een Zwarte Piet.
Konijn met de rode oren
had zijn Sintenpak al aangetrokken.
Hij zag in het veld allemaal kinderschoentjes staan
met een wortel er in.
Daar had Sint met de rode oren
wel trek in.
Nieuwe bladeren
Het liep tegen het Nieuwe Jaar.
Alle bladeren waren van de bomen gevallen.
Konijn met de rode oren
zat droevig naar het laatste blad te kijken.
Waarom moeten er ieder jaar nieuwe bladeren komen? Deze was toch mooi genoeg?
Meneer de Uil sprak:
Beste vriend Knijn
ieder jaar wordt alles weer nieuw.
Nieuwe aardappels en wortels voor de hutspot.
Wen er maar aan.
Piraten
Op een gekke dag
wilde het Konijn met de Rode Oren
wel eens iets anders.
Hij wilde een piraat zijn
en maakte van takken een piratenboot.
Hij vroeg meneer De Uil
of die mee wilde doen.
Die deed een lapje voor zijn oog en sprak:
Ik ben de kapitein van dit schip,
Hei Ho!
Rudolf de Reiger aan de waterkant
zag ze voorbij varen en zei:
Mijn beste vriend ga toch wat konijns doen,
je ziet er helemaal niet als een gevaarlijke piraat uit.
Karel Kikker en Viktor Vis
schrokken zich weer eens een hoedje.
Maar de priratenkapitein Uil riep:
Hei Ho met volle kracht vooruit.
We gaan op zoek naar de buit.
Halsbanders
Vroeg in de ochtend
hoorde het Konijn met de rode oren
een vreselijk lawaai.
In de bomen zaten allemaal groene vogels
met een rode snavel
en een zwarte halsband.
Wat is dat nu weer in mijn rustige bos?
Toen meneer de Uil langs kwam
had die ook al een zwarte band om.
Wat is er allemaal aan de hand?
De Halsbandparkieten riepen:
We komen naar het voetballen kijken
en onze club gaat winnen,
hiep hoy.
Ja, sprak Uil,
hoy hiep.
Op een mooie middag
Het Konijn met de rode oren
zat in zijn boomstronk uit te rusten,
kwam Simon Zeemeeuw
ineens op bezoek.
Hij had een zoute haring
voor Konijn meegebracht.
Maar die lust geen vis.
Meneer de Uil sprak:
Zie je nu wel,
vogels met zwempoten
horen helemaal niet in ons bos.
Een rustige dag
Een groepje mensenkinderen
kwam, vrolijk zingend en sapjes drinkend,
het dierenbos in wandelen.
Alle dieren doken van schrik in hun holletjes.
De vogels verstopten zich in hun nesten.
Toen ze weg waren
lagen overal drinkblikjes tussen de bomen.
Het Konijn met de rode oren raapte ze allemaal op.
Hij stopte er een paar kiezelsteentjes in
en hing ze in de boom.
Toen de wind ging blazen
kon je mooie rammel geluiden horen.
Simon Schildpad, Erik Eekhoorn, de Muizenfamilie,
ze kwamen allemaal luisteren.
Zelfs Mollie stak zijn hoofd uit zijn molshoop
om te horen wat dat was.
Meneer de Uil sprak:
beste dieren, nu hebben we een echt klokkenspel
met mooie klanken.
Het lijkt wel muziekbos.
Een winderige dag
Een grote lege ton kwam de heuvel af rollen.
Pats tegen de boom naast het hol
van het Konijn met de rode oren.
Die dacht, hééé, ik kan best drummer worden
en dat deed hij ook.
De muizen sprongen vrolijk op en neer,
net als Erik Eekhoorn.
Simon was is zijn schild gekropen
en Molly onder de grond verdwenen.
Meneer de Uil
hield zijn oortjes dicht van zoveel lawaai.
Dat was echt geen muziek meer.
PiPi met de rode ogen
Toen de blaadjes weer aan de bomen hingen
kwam PiPi, het nichtje
van het Konijn met de rode oren
op bezoek.
PiPi was een wit konijntje met rode ogen.
Konijn had zich netjes aangekleed
en ze dronken samen worteltjessap
met een rietje.
Meneer de Uil zei:
Dat is een Albinokonijntje.
Uhh?
Konijn wist helemaal niet
wat dat was!
Konijnenkrant
Op een winderige dag waaide een krant het bos in
en bleef aan een tak hangen.
Het Konijn met de rode oren
vroeg aan Meneer de Uil wat dat was.
Die sprak:
"Dat is een papieren krant
waarin mensen lezen wat al voorbij gegaan is".
Konijn wilde ook een konijnenkrant maken.
Maar hij moest eerst leren schrijven.
Hij sneed een punt aan een stokje
en stampte wat bosbessen tot sap.
Daar mee schreef hij:
Ik ben een Knijn en het is fijn om Knijn te zijn.
Glimlachtaart
Op een zonnige morgen kwam
Eekhoorn uit zijn Plataan naar beneden
en zag daar Schildpad
langzaam en deftig voorbij wandelen.
Wat voert die in zijn schild?
dacht Eekhoorn,
ik zal het hem eens vragen.
Wat voer je in je schild, Pad?
Dat zal ik je vertellen, zei Schildpad.
Ik heb aardbeien, noten, slagroom, muntblaadjes en rozenblaadjes
onder mijn schild gestopt.
Eek krabde zich achter zijn hoorn, krulde zijn staart en vroeg:
Waarvoor zijn al die heerlijkheden?
"Ik ga proberen, zei Schildpad,
een glimlachtaart te bakken"
En stapte voetje voor voetje verder.